Translate

maandag 8 juni 2015

Steden onderscheiden zich alleen door hun verleden



Het was alsof we drie dagen in Amsterdam verbleven. Het winkelaanbod bestond uit dezelfde internationale ketens die je ook bij ons aantreft. NafNaf, Zara, Bershka. De bewaking van de joodse synagoge was even streng als die van het Joods Historisch Museum of de Hollandse Schouwburg. De transformatie van de oude industriële locatie Gare Saint Saveur naar culturele hotspot deed sterk denken aan de Westergasfabriek in Amsterdam.





En verder was er, zoals in elke stad ter wereld, het contrast tussen arm en rijk. Overvolle terrassen waar volop van het goede leven genoten wordt versus de mensen die achter de voorgevels in armoede leven.



Waarin onderscheidt Lille zich eigenlijk van Amsterdam en van andere steden, zo vroeg ik mij af. Ik kwam tot de conclusie dat steden zich tegenwoordig alleen nog van elkaar onderscheiden door culturele verworvenheden uit een ver verleden. Zoals Lille zich onderscheidt door de schitterende en strak gotische cathedrale de la Treille. Wat een juweeltje, dat tref je in Amsterdam niet.




In Amsterdam tref je evenmin de overvloedige uitingen van art nouveau. Lille valt verder op door de Vlaamse cultuurelementen. Bier in plaats van wijn, de hoffelijkheid van de mensen die ongevraagd hulp verlenen in de metro, de overheerlijke wafels van Meert. Die elementen stammen uit de tijd dat de stad toebehoorde aan de Graven van Vlaanderen. Lille is een in Frankrijk gelegen Vlaamse stad met een enkele Franse inslag.

Alle steden ter wereld lijken tegenwoordig op elkaar. Allemaal grote feesttenten waarin voor arme mensen geen plaats is en waar joodse burgers streng bewaakt worden. De specifieke kenmerken van die feesttenten dateren van honderd jaar of langer geleden.


Paul Strijp, 8 juni 2015

vrijdag 5 juni 2015

Kreuk in Lille


 


De trein deed zijn best om tot stilstand te komen. Krakende geluiden, piepende remmen. Op station Lille Europe om precies te zijn. De passagiers bleven voorbeeldig zitten. Zoals ze dat in een vliegtuig ook doen tot het moment van landing.

Plots krijgt mijn vrouw het op haar heupen. Geen urgentie of aanleiding, geen dreiging, geen drukte van oververhitte reizigers, geen helemaal niets. Met een tot de verbeelding sprekende doortastendheid stopt zij de laatste spulletjes in onze reiskoffer. Jasje, leesbril, flesje water. Die doortastendheid neemt de vorm aan van een niets en niemand ontziende wreedheid.

Voor mijn ogen zie ik gebeuren hoe de eerste pagina van het boek Filosofie van de waanzin van Wouter Kusters, echt zo'n boek dat los van de inhoud een object van schoonheid is, vermorzeld werd. Tot een treurige pagina, tot een zielig hoopje papier. Een pijnscheut trok door mijn lichaam.

Het zou een gezellig lang weekend samen moeten worden. Daarvoor moet de stad Lille heel wat te bieden hebben.


Paul Strijp, 5 juni 2015

zaterdag 30 mei 2015

De douche in het Flevopark-zwembad



Als je niet weet waar hij is, zie je hem ook niet. Een beetje afgelegen, in een donker groezelig hoekje. Maar als je er één keer onder hebt gestaan, ontpopt hij zich als een verlangen voor de rest van je leven. Harde, brede en net iets te hete straal. In een cabine die je kunt afsluiten. Aan de praat te krijgen met een muntje dat je voor 50 eurocent bij de kassa kunt kopen. Het water gutst dan drie minuten over je heen. Tijdens die drie minuten heb je maar één angst: het moment dat die drie minuten voorbij zijn. Het liefst zou ik mijn hele gezin een keer willen meenemen. "Kom jongens, gezellig met zijn allen naar de douche van het Flevopark-zwembad".




Ooit leerde ik tijdens een college inspanningsfysiologie, meer dan dertig jaar geleden, wat je het best kunt ondernemen als je op volle zee in het koude water terecht komt. Neen, niet bewegen dus. Dat dachten wij als studenten allemaal, maar dat moet je dus juist niet doen. Dat is de paradox: hoe harder je beweegt, hoe kouder je het krijgt. Door het bewegen beschadig je het dunne beschermende laagje op je huid dat je lichaam verwarmt. Dat is precies wat je tijdens het zwemmen in het buitenbad voelt gebeuren. Na een half uur krijg je het ijskoud. "Je kerntemperatuur daalt langzaam onder een minimum", vertrouwde een ervaren zwemmer me toe. Zelf heb ik voortdurend het bange vermoeden op of onder dit minimum te verkeren.

Terwijl ik rillend door het water scheer, prijs ik mij gelukkig met mijn muntje.


Paul Strijp, 30 mei 2015



zaterdag 23 mei 2015

Het wachten is op de biografie van René Gude



Tijdens zijn leven was hij al zeer geliefd, tijdens zijn stervensproces nam zijn populariteit bijna mythische vormen aan. En afgelopen woensdag, twee maanden na zijn overlijden, was er al een avond te zijner nagedachtenis. In de Rode Hoed in Amsterdam. Een avond over René Gude. Voormalig Denker des Vaderlands, voormalig directeur van de Internationale School voor Wijsbegeerte en voormalig hoofdredacteur van het tijdschrift Filosofie Magazine. De man die de filosofie in Nederland voor een groot publiek toegankelijk heeft gemaakt.


De avond was prachtig. Ingetogen, respectvol, soms verdrietig, diepgaand met interessante filosofische beschouwingen, humoristisch en ironisch. Het mooiste aan de avond was dat hij veel vragen over de persoon René Gude achterliet.


Zijn donkere kant?

Een man vol levensenergie, altijd optimistisch, de hele dag aan het praten. Dat was het beeld dat we van hem kregen. Gude had gewoonweg geen tijd om in de put te zitten, zou je zeggen. Des te verrassender is het dat juist hij het begrip humeurmanagement heeft gemunt. Onze dochter maakte er een foto van.



 



In deze omschrijving zit een fraaie spanning. Daar moet ook Gude mee geworsteld hebben. Je gaat pas nadenken over het beheersen van je humeur als je zo af en toe ook je buien hebt. Hoe zagen die er uit? Hoe vaak had hij die? Woensdagavond kregen we er geen zicht op, wellicht uit piëteit met de overledene. Die donkere kant van René, hoe zag die er eigenlijk uit?


Conflicten en vijanden?

Gude had een schier eindeloze vriendenkring, zo leek het wel. De nationale knuffelbeer werd hij genoemd. Niemand leek kwaad op hem te kunnen worden, hij leidde een leven gespeend van conflicten. Klopt dat beeld? Was hij inderdaad een allemansvriend? Of had hij een handjevol echte vrienden? En hoe vond hij bij zo'n sociaal netwerk de tijd voor reflectie die elke filosoof nodig heeft?


Theorie en praktijk?

"Je kreeg hem uit één stuk, hij was vriend en filosoof tegelijk", zo lieten zijn collega-filosofen meermalen horen. Dat is opmerkelijk. In zijn agoramodel legde hij namelijk uit dat het leven bestaat uit vier sferen (publiek, privaat, privé en politiek) en dat je die zo min mogelijk moet vermengen. Dat leidt alleen maar tot problemen. De privésfeer van vrienden en familie moet je scheiden van de private van het werk en collega's. Voor wie het nog eens wil nalezen:

https://vimeo.com/103312368

Toch ontstond het beeld dat hij die sferen juist volop vermengde. Vrienden en collega's leken bij hem samen te vallen. Hoe werkte dat precies?

Misschien moeten we gewoon geduld hebben, het wachten is op zijn biografie.


Paul Strijp, 23 mei 2015

donderdag 14 mei 2015

Lerares Duits in de Kinkerstraat



Mijn vrouw heeft een fiets. Een degelijke fiets. Echt zo'n fiets waarvan iedereen weet: nou, dat is wel een heel verantwoorde aankoop geweest. Een fiets die je -vrij naar de oud-cabaretiers Koot en Bie- zou toeschrijven aan een leraar Duits.






Als een ervaren lerares Duits beweegt mijn vrouw zich dan ook door het Amsterdamse verkeer. Dat wil zeggen: geen risico's, netjes stoppen voor het rode licht, voorrang geven als de verkeersregels dat van haar vragen. Doorgaans fietst de lieve schat dan ook zo'n 150 meter achter mij.

Maar vanmiddag, ineens. Bij de stoplichten in de Kinkerstraat, één van de drukste kruispunten van de stad, kreeg zij het op haar heupen. Behendig slalomde zij tussen de auto's, de fietsers en de scooters om door het rode licht rechts af te slaan. Het keurslijf van de lerares Duits schudde zij van zich af. Alsof zij zich wilde bevrijden, alsof ze een strijd met zichzelf gewonnen had.

Vertwijfeld keken de Amsterdamse schoffies op de scootertjes toe. Sommigen met open mond.

Die vrouw, die durfde.


Paul Strijp, 14 mei 2015


maandag 11 mei 2015

Vrouwen met kanker, zelfbewust en zonder schaamte



Vorig jaar tijdens een strandwandeling op een Waddeneiland. Plotseling zagen wij haar zitten. Een vrouw van middelbare leeftijd. Op een stoeltje, met haar voeten in het water. Topless. Meteen was zichtbaar dat één van haar borsten geamputeerd was. En toch zat zij daar. Fier, zelfbewust, geen greintje schaamte. "Ik heb niets te verbergen, u mag mij zien", zo schreeuwde zij zonder het uit te schreeuwen.

Afgelopen zondag tijdens een feestje. Alsof die mevrouw van de Wadden zich na een jaar in een andere gedaante openbaarde. Ineens stond zij daar, een bekende van ons met een ernstige vorm van darmkanker. Haar stoma zichtbaar als verdikking onder haar jurk. Fier, zelfbewust en zonder een greintje schaamte sprak zij het hele gezelschap toe. Als afsluiting van een middag waarin zij al een onvermoeibare rol had gespeeld. 


Wat een kracht. Wat een moed en wat een levens-optimisme. Dat zelfbewustzijn en dat totaal gebrek aan schaamte bij sommige vrouwen met kanker.


Paul Strijp, 11 mei 2015

woensdag 6 mei 2015

Laat het Ballumer beleefstrand weer gewoon strand worden



Tuurlijk, als beheerder van een strand moet je wat. De toerist immers bezoekt jouw strand of een ander. Concurrentie, zo eenvoudig is het. Dus moeten stranden zich tegenwoordig positioneren: wat maakt mijn strand uniek? In Ballum op Ameland hebben ze dat goed begrepen.





Deze positionering heeft iets tragisch. Ik zie een strand zoals alle andere, een strand uit de categorie dertien in een dozijn. En vraag me af: wie heeft dit in hemelsnaam bedacht en waarom? Wat is een beleefstrand? Een beleefstrand is een verschrikkelijk pleonasme. Naar het strand ga je per definite om iets te beleven. De wind, het geruis van de zee, het overweldigende van de branding, de breedte van het strand, een aangespoelde kwal, die droom over wat zich achter de horizon afspeelt. Beleefstrand is alles behalve een unieke positionering, over die kwaliteiten beschikt de concurrent ook.






De tragiek wordt nog schrijnender bij een bezoek aan de strandtent van Ballum. Parketvloer, moderne kunst aan de muur. Dat is wel degelijk een unieke, maar helaas pijnlijk verkeerde positionering. Voor moderne kunst ga ik wel naar een museum. Het bezoek aan deze strandtent voelt als een licht vervreemdende ervaring, de zee als een kunstmatig decor op een televisiescherm. In een strandtent wil ik een houten vloer met zand die tussen je tenen gaat zitten, netten aan het plafond en foto's van onverschrokken zeelieden aan de muur.

Laat de elementen voor zichzelf spreken, laat het Ballumer beleefstrand weer gewoon strand worden.


Paul Strijp, 6 mei 2015