Translate

zondag 22 juni 2014

Let op het gelaat van de ander, zegt Emmanuel Levinas



De man had maar één missie in zijn leven: een herhaling van de shoah voorkomen. Een filosofische bijdrage aan het project Nooit meer Auschwitz zogezegd. Hoe is het toch mogelijk, zo vroeg hij zich af, dat westerse filosofen al 25 eeuwen met ethiek bezig zijn maar deze humanitaire ramp niet hebben kunnen verhinderen?

Emmanuel Levinas is zijn naam. Zijn biografie wordt beheerst door "een voorgevoel van de naziverschrikking en de herinnering daaraan", schrijft hij in één van zijn essays. Afgelopen weekend volgde ik een cursus over hem bij de Internationale School Voor Wijsbegeerte in Leusden.

 
 


De essentie van zijn leer is in een paar regels samen te vatten. Geniet van het leven, daar begint het mee. In het licht van die naziverschrikking is dat een opmerkelijk vertrekpunt. Maar, zegt Levinas, pas als je kunt genieten ontwikkel je gevoeligheid. Gevoeligheid voor mensen die niet kunnen genieten, voor mensen die lijden. "Hoor je de kinderen in de krotten van Mumbai huilen als je in Amsterdam bent? Let op het gelaat van de ander, beveelt Levinas ons aan. Welk beroep doet dat op ons? Het gelaat is niet het fysieke gezicht, maar datgene wat daar achter zit. Wat doe je voor die ander, vraagt hij ons. Luister, laat het eigen ik los en laat de ander zijn!

En dan is het weekend voorbij en sta je buiten. Wat moet ik met Levinas? Help, ik moet op het gelaat van de ander letten. Hoe doe ik dat? Voor de kinderen in Mumbai weet ik het nog niet. Maar voor de ander zoals die aan mij verschijnt, dwaalden mijn gedachten af naar een handzaam boekje dat ik ooit over coaching gelezen heb. Daarin stond dat goed luisteren betekent: letten op de inhoud, de emotie, het appèl dat de ander op je doet, de relatie, de intonatie, de woordkeus, datgene wat niet gezegd wordt, de lichaamstaal. Levinas zal het vast niet zo bedoeld hebben, maar ik vind dit wel een mooie praktische vertaling van zijn werk.

Niets zo lastig als goed luisteren, we gaan het weer proberen.

 

Paul Strijp, 22 juni 2014

zaterdag 14 juni 2014

Chardonnay op de Savignyplatz



Het mooiste plein van Berlijn. Niet de Potzdamer Platz. Evenmin de Gendarmenmarkt, hoewel die wel als zodanig in de gidsen staat. Neen, in Charlottenburg ligt de Savignyplatz. Op een steenworp afstand van het Literaturhaus en de Kurfürstendamm, verscholen tussen het groen, de metrobaan en de boekwinkels. Met een aantal goddelijke restaurants en terrassen. Hier heeft God het goede leven geschapen, niet in Parijs. De Duitsers zijn niet bekrompen waar het gaat om de glazen witte wijn. Dat zijn grote bellen, de Chardonnay en de Pinot vloeien rijkelijk. 




Op een groot scherm scoort Robben het vijfde doelpunt voor Oranje.

Paul Strijp, 14 juni 2014

maandag 9 juni 2014

Flaneren met ijs van Pisa




Rond het Scheldeplein in Amsterdam hing een on-Nederlandse sfeer. Het leek eerder een mediterrane avond. In groten getale liepen de mensen op en aan. Totale ontspanning, je zou het flaneren kunnen noemen. Zoals je ook wel ziet op de grote boulevards van Zuideuropese steden. Maar hier was het doel de Italiaanse ijssalon Pisa. Ambachtelijke ijsmakers sinds 1935. 

Lange wachtrij. Mensen schuifelden langzaam naar voren. Maar geen spanningen, irritaties of woordenwisselingen. Zoals je dat ook wel eens ziet op foto's uit de jaren dertig. Iedereen kalm en gedwee. Met één cynisch verschil: die mensen stonden toen in de rij om hun bonnen in te leveren, bij Pisa wachtte het genot van verrukkelijk ijs. En dat alles in een sfeer van luxe en overvloed


 



"Ook al zou deze salon in Zaltbommel zijn, dan nog zou ik er na het eten 's avonds een ijsje gaan halen", zei ik tegen mijn beide dochters. Zij knikten, ik geloof dat ze ook dan met me mee zouden gaan. We liepen terug naar de auto. Nog steeds die ontspanning, slechts een enkel woord of opmerking tussen de hapjes aan het ijs. 

"Pap, ik merk dat ik ook steeds vaker mijn mobiele telefoon met opzet niet meeneem. Dat is veel rustiger leven, zonder mobiele", bekende één van beiden.

Paul Strijp, 9 juni 2014


zaterdag 7 juni 2014

Laat u eerst even onderzoeken op maag- en darmaandoeningen



“Goh, ik licht mijn hele doopceel aan jullie”, zei zij met enige schaamte. Maar dat besef leidde niet tot inkeer. Integendeel. In nauwelijks tien minuten vertelde zij haar hele levensverhaal. Wij fietsten verder en groetten haar. Het duizelde mij voor ogen.



Een zonnige zaterdagmiddag op de heide van Blaricum. Het decor wordt gevormd door een demonstratie van aantal schaapsscheerders. Een paar minuten eerder hadden wij vluchtig wat woorden gewisseld.  “Zitten er sporen van gluten in het ijs?”, vroeg zij aan twee meiden van het ijscokarretje. Hé, sporen van gluten, dacht ik, deze mevrouw heeft vast coeliakie. Net zoals onze zoon. Coeliakie is een glutenallergie. En dat was het geval, ook zij had deze aandoening. Met coeliakie valt goed te leven. Streng dieet, dat wel, maar verder  vermoedde ik dus geen dramatisch verhaal achter deze mevrouw. Een Gooise mevrouw bovendien. Zag er keurig uit, goed verzorgd.
 

Die dramatiek bleek er wel te zijn. De afgelopen twaalf jaar van haar leven waren één grote lijdensweg. Aanvankelijk wat vage lichamelijke klachten die haar thuis aan de bank kluisterden. Die klachten kregen allengs een psychisch karakter. En dus kwamen er ook medicijnen aan te pas. “Heeft u schulden, heeft u misschien een slecht huwelijk?”, werd haar gevraagd. Dat was allemaal niet het geval, zo verzekerde ze ons. Op enig moment was een opname onontkoombaar. Wat volgde was een hel, zo te horen. Twee psychosen, serieuze zelfmoordgedachten.  Voor je omgeving gaat het verhaal steeds meer kloppen. Ik kom uit een gezin van vijftien kinderen. Mijn vader heb ik nooit gekend, mijn moeder deelde het bed met meerdere mannen. Zelfs op haar sterfbed weigerde ze mij te vertellen wie mijn vader was. Zo’n jeugd moet op latere leeftijd wel tot een psychische inzinking leiden, denken veel mensen”, vertelde zij met lichte emotie.

Tot de plaatsvervanger van haar huisarts, een jonge vent, het over een andere boeg gooide. Na twaalf jaar. Wij gaan u eens testen, had hij voorgesteld. Het bleek haar redding. Mevrouw bleek coeliakie te hebben. Inmiddels is zij ruim een jaar aan een dieet. En voelt zij zich kiplekker.

Mijn tip. Laat u zich eerst even onderzoeken op maag- en darmaandoeningen voordat u ooit onverhoopt opgenomen dreigt te worden in een psychiatrisch ziekenhuis.
Paul Strijp, 7 juni 2014

donderdag 29 mei 2014

Mijmeringen en verbondenheid in kwekerij Osdorp



Wegdromen. Je eigen wereld verlaten en in gedachten andere werelden betreden. Mijmeren. Ontsnappen aan het hier en nu.  De tijd aan je voorbij voelen vliegen.

Zie hier enkele mentale effecten van repeterende, eenvoudige handelingen. Ik ervoer het gisteren. Carla, al meer dan dertig jaar een goede vriendin van mij, had me uitgenodigd om mee te lopen op een zorgboerderij. Stickers plakken op doosjes, tomaten in kistjes doen. Dat soort werkzaamheden. Het ging me redelijk af. Dat nam niet weg dat één van de begeleiders, Cisca, me toch één keer lelijk op de vingers tikte. “Er vallen te veel tomaatjes op de grond. En in die kistjes moeten niet zo veel tomaatjes”. Dat alles in het bijzijn van Carla. Heel even voelde ik de grond onder mijn voeten wegzakken.
 

 
In kwekerij Osdorp heerst een ontspannen en gemoedelijke sfeer. Die beantwoordde meteen aan het beeld dat ik van een zorgboerderij had. Het beeld van bezigheidstherapie. Dat beeld werd snel weggevaagd. Kwekerij Osdorp is the best of both worlds. De harde wereld van de glastuinbouw en de zachte wereld van de zorg voor een kwetsbare doelgroep. Bestaande uit psychiatrische patiënten en verslaafden. De synthese van die twee werelden levert kwalitatief hoogwaardige producten voor grote afnemers zoals LaPlace en Sligro. Business dus. Maar niet alleen business, ook zorg voor mensen die dat nodig hebben.
 
Die mentale ontsnapping aan het hier en nu moet voor veel cliënten, die doorgaans een weinig begerenswaardig bestaan leiden, prettig zijn. En daarmee ook een prikkel vormen om met een zekere regelmaat met het busje naar de boerderij te komen.

Elke cliënt verkeert in zijn eigen micro-universum. Onderling is er niet zo bijster veel contact. Een glimlach, een vluchtige blik, een enkele woordenwisseling. En toch heerst er een prettig soort verbondenheid. Die is onuitgesproken, maar voelbaar. Die verbondenheid ontstaat door het gezamenlijke zijn in een ruimte waarin structuur, veiligheid en overzicht heersen. Maar ook harde muziek en heerlijk eten. In die wereld moet je niet te veel ingrijpen of veranderen. “We doen hier niet aan job rotation”, vertrouwde de directeur mij toe. “Sommigen doen al maanden hetzelfde werk. Vooral zo laten”.

Die schijnbare tegenstelling tussen het isolement van eigen micro-universum en de onderlinge verbondenheid is de prachtige paradox van kwekerij Osdorp.

Paul Strijp, 29 mei 2014

zondag 25 mei 2014

Herman Koch kan zich wel wat permitteren



Hij keek er licht triomfantelijk bij. Ja, dat hadden we goed begrepen. Inderdaad, een beroemd auteur heeft een machtspositie. Dat wisten we toch al van zijn roman Het diner? Daarmee heeft hij toch ook bijgedragen aan de internationale bekendheid van restaurant De Kas in de Watergraafsmeer?

Afgelopen donderdag in de Linnaeus Boekhandel in Amsterdam. Prachtig tweegesprek tussen Femke Halsema en Herman Koch. Ter gelegenheid van het verschijnen van zijn nieuwe boek Geachte heer M. Dit gesprek had zo uitgezonden kunnen worden in een literair programma van de VPRO. Femke in een meesterlijke rol van ondervraagster. Mooie balans tussen scherpe vooraf bedachte vragen en ruimte voor het onverwachte.

“Waarom laat je je ongenoegen over het literaire circuit zo blijken, Herman?”, vroeg zij. “Die weerzin heb je voor de verhaallijnen van je roman toch helemaal niet nodig?”. Daar was Koch het wel mee eens. Maar een schrijver moet zich de vrijheid voorbehouden om op twee of drie plaatsen in een roman zijn gram te spuien. Gram over zaken of personen die hij verfoeit.
Zoals het jaarlijkse Boekenbal. Een coterie die door de rest van literatuur-minnend Nederland op handen wordt gedragen en bewonderd. Ten onrechte, volgens Koch. Hij is er een paar keer geweest, maar laat tegenwoordig verstek gaan. Allemaal opgeklopt gedoe. Het Boekenbal is een ontmoetingsplaats die maar één doel heeft: gezien worden. Dat wilde hij in zijn nieuwe roman niet onvermeld laten. Maar nogmaals en voor de goede orde: met zijn roman heeft dat allemaal niets te maken.

Nauwelijks verholen minzaam glimlachje. Zo, dat was dan toch maar gezegd. Subtiel weliswaar, maar het was gezegd.

Paul Strijp, 25 mei 2014

vrijdag 16 mei 2014

Doet u mij maar een badkamer



“Een shampoo voor Normaal Haar zegt u? Nee, die worden niet meer gemaakt”. Was getekend P. Geelman, drogist en R. van Nieuwenhoven, cliënt. Een foto uit het boek Ons kent ons. De types van Van Kooten en De Bie. Dit boek deed ik een groot aantal jaren geleden cadeau aan mijn vader. De foto maakte mij in één klap bewust van de enorme productdifferentiatie die wij tegenwoordig kennen. Shampoos voor alle soorten haar die je maar kunt bedenken. Met die differentiatie hangt keuzevrijheid samen. Keuzevrijheid is vandaag de dag voor veel mensen het hoogste goed. Ik word er niet gelukkig van, merk ik.

 

 

Waar ligt de glutenvrije pindakaas?
 
In Albert Heijn word ik altijd langzaam chagrijnig. Vooral in de filialen XXL. De overvloed aan producten doet mij verlangen naar de tijd waarin zaken nog overzichtelijk waren. Een XXL geeft mij het gevoel langzaam te verdrinken. Om de twee boodschappen op mijn lijstje klamp ik hulpeloos een weekendhulp aan. "Kun jij mij misschien vertellen waar de glutenvrije pindakaas ligt?”. Zorgvuldig zorg ik ervoor dat ik mijn volgende vraag aan een andere medewerker stel.

 
Een middagje kranen kijken
 
Vaak lees je dat keuzevrijheid stress met zich meebrengt. De totale onvergelijkbaarheid aan producten en diensten zorgt voor onrust. Heb ik wel de beste prijs – kwaliteit bedongen voor mijn abonnement voor mijn mobiele telefoon? De keuze die mensen niet maken, wordt altijd het grootst in hun hoofd. En wat vandaag een goed aanbod is, is morgen weer achterhaald. Bovendien overziet een mens onmogelijk alle kleine lettertjes. Met deze ongemakken kan ik nog wel leven. Voor mij is keuzevrijheid vooral zonde van de tijd. Keuzevrijheid is een dagtaak geworden. Ik ga liever fietsen of lees een goed boek of de krant.

 
Mensen bij ons in de buurt besteedden ooit een hele middag aan de keuze voor het type kraan in hun nieuwe badkamer. Dat gaan wij niet presteren, dacht ik toen wij een tijdje geleden voor eenzelfde aanschaf stonden. Als het even kan, wordt die hele badkamer in één middag geregeld. Als we maar een bad krijgen, dat lekker langzaam kan vollopen. “Wilt u wel of geen randje langs het bad?”, was één van de talloze vragen die de verkoper stelde. Ik deed alsof ik er diep over nadacht, maar eigenlijk kon het me niets schelen. De beste man moet dat gemerkt hebben, want tot drie keer toe versprak ik mij en had ik het over een nieuwe keuken in plaats van een nieuwe badkamer.

 
Ik verlang naar de tijd dat je een zaak kon binnenlopen en je kon zeggen: “Doet u mij maar een badkamer”, waarna de verkoper begripvol knikte en de bestelling verder in orde maakte. De man stelde verder geen vragen. Alles was duidelijk. Een badkamer.
 

Paul Strijp, 17 mei 2014