Translate

zaterdag 1 juni 2024

Paul Lynch maakt het onvoorstelbare voorstelbaar in zijn boek Lied van de Profeet

 





Een doodgewoon middenklasse gezin in een West-Europees land dat heel geleidelijk in de nachtmerrie van een autoritair regime belandt. Waarmee de leden van datzelfde gezin vluchtelingen worden. Een roman met deze verhaallijn zal al snel in de categorie 'fictie' geplaatst worden. En daar hoort hij natuurlijk ook thuis. Maar 'Lied van de profeet' van Paul Lynch schuurt tegen de non-fictie aan. Immers, radicaal-rechts is onder ons in West-Europa, óók in Nederland. Waardoor het onvoorstelbare toch akelig voorstelbaar wordt. Ja, waarom niet?, zo vraag je je als lezer voortdurend af. Waarom zou dit in Nederland niet kunnen gebeuren?

De roman roept direct een kafkaiaanse atmosfeer op.
'Eilish loopt als vanzelf met de baby op haar arm naar de gang, doet de voordeur open en voor de afgesloten glazen portiek staan twee mannen, bijna gezichtsloos in het donker. (...) De mannen lijken het gevoel van de avond met zich mee te dragen. Vanuit haar eigen beschermende gevoel observeert ze hen, de jonge man links vraagt of haar man thuis is en hij kijkt haar op een speciale manier aan, met een afstandelijke maar onderzoekende blik alsof hij probeert iets binnen in haar te vangen. (...) Dat gevoel dat er iets het huis is binnengedrongen, ze wil de kleine neerleggen, ze wil even goed nadenken, zag dat het eerst bij de twee mannen stond en daarna op eigen kracht de gang in kwam, iets vormeloos maar toch voelbaar'. (pagina's 7-9)

En vanaf dat moment word je als lezer meegesleurd, meegezogen. Of je nu wilt of niet. Lynch grijpt je bij de strot en laat je meer dan 300 pagina's niet meer los. In een ritme en met een dynamiek die nauwelijks ruimte laat voor ademhalen. Het democratisch verval voltrekt zich in kleine stapjes. Maar elke stap is er één en ook nog eens onomkeerbaar. Met de ultieme nachtmerrie aan het einde.

Ik kom telkens uit bij de waardigheid van mensen die een betekenisvol leven zoeken in een wereld die niet om mensen geeft.’ Aldus Lynch in een interview met Thomas de Veen in NRC Handelsblad van 4 april 2024. Alleen fictie kan volgens de auteur de complexiteit van het mens-zijn tonen. De mensen van wie we houden, verankeren zich volgens hem in de levens die we leiden. Een tragisch en deterministisch gegeven. Dat zorgt ervoor dat de hoofdpersoon Eilish zich aan het einde verwijten maakt voor beslissingen die niet te vermijden waren.

Lees dat boek!

Paul Strijp, 1 juni 2024

Groeten uit Denemarken (1): Moeten we méér hygge-en?





Het geluk van de Denen. Dat is iets mythisch. Wat maakt dat zij zich zo happy voelen? En hoe verhoudt hun geluk zich tot het onze?

Een bezoek aan het Geluksmuseum in Kopenhagen in combinatie met een reisgids en wat andere lectuur, leert dat er drie factoren voor het Deense geluk zorgen.

Allereerst de Deense verzorgingsstaat. Die is niet verworden tot een uit de klauwen gegroeide overheids-moloch. Integendeel, in Denemarken functioneert die grosso modo naar tevredenheid. Het geheim? Het ruilmodel dat aan deze staatsvorm ten grondslag ligt. De overheid verstrekt de Denen gratis gezondheidszorg, studiebeurzen en kinderopvang. Ook de werkloosheidsuitkering is relatief hoog. Maar gratis is relatief. De tegenprestatie bestaat namelijk uit relatief hoge belastingen. En als werkloze word je nauw gevolgd door de staat. Met verplichte opleidingen, regelmatige gesprekken en financiële sancties als je een aangeboden baan weigert. Voor wat, hoort wat, zogezegd. Ruilen maakt gelukkig, zou je ook kunnen zeggen.




Dan de tweede factor die aan hun geluk bijdraagt, de hygge. Dat staat voor de kunst van het creëren van intimiteit. Ofwel de behaaglijkheid van de ziel. Wij zouden zeggen: het met elkaar gezellig maken. Hoe je dat kunt doen? Door aandacht te besteden aan verlichting, bijvoorbeeld met kaarsen. Door jezelf op ijs te trakteren en dan niet zo zuinigjes ook. Door 'wij' boven 'ik' te stellen en uren met vrienden te tafelen. Door in je huis comfort te creëren met zachte stoffen en design en door nog veel meer andere dingen van de Denen af te kijken.

Tot slot, de derde factor. Bedenk bij dit alles dat de Denen positief ingestelde mensen zijn. En dan ook graag sociaal wenselijke antwoorden geven. Bekennen dat je niet echt een gelukkig leven leidt, hoort daar niet bij. We kunnen dus niet uitsluiten dat die antwoorden een tikkeltje vertekend beeld schetsen.

So far, so good. Maar dan de hamvraag: hoe verhoudt het Deense geluk zich tot het onze? Zijn zij nu echt zo veel gelukkiger dan wij? Welnu, dat blijkt allemaal reuze mee te vallen.


(Bron: Happiness Museum, Kopenhagen)


In één van de twee rankings hierboven scoort Denemarken beter dan Nederland. Maar hoe moet je een verschil van 197 punten duiden? Is dat veel, is dat weinig? Hoe het ook zij, Nederland komt internationaal uitstekend voor de dag als geluksnatie.

Een interview met onze nationale geluksprofessor, Ruut Veenhoven, in de Volkskrant van vorig jaar leerde mij meer over de werking van de geluksmechanismen in ons land. Zie ook: https://overpeinzingenpaulstrijp.blogspot.com/2023/09/de-de-mythologisering-van-ons-eigen.html

De kernboodschap van Veenhoven om gelukkig te worden? Maak er wat van! Bekwaam u in de levenskunst. Maar hoe kan dat, zult u zich misschien afvragen, wij hebben toch niet zo'n geoliede verzorgingsstaat als de Denen? De Nederlandse overheid verzorgt ons toch niet van de wieg tot het graf? Dat mag zo zijn, maar volgens Veenhoven zijn een heleboel zaken in ons land wel goed voor mekaar. Hij noemt het pensioenstelsel, de gezondheidszorg, de omvang van onze psychosociale zorg, de kwaliteit van de ambtenaren en die van het publieke debat. Niet klagen dus en zelf aan de slag!

Mochten we die achterstand van 197 punten op de Denen willen dichten, moeten we dan niet gewoon met dat hygge aan de slag? Of is dat typisch Deens en dus niks voor ons?

 


Paul Strijp, 1 juni 2024

maandag 27 mei 2024

Liefde en eenvoud


Zelden een uitvaart bijgewoond waarin zich zo'n mooi en consistent beeld van de overledene ontvouwde. Een beeld gecreëerd door de verhalen van kinderen en kleinkinderen.


Beli


Deze vrouw was er altijd. Kon liefde geven en liefde ontvangen. Was actief in de kerk, fietste en zwom en hield van lezen, veel lezen. Had verder geen grootse en meeslepende bezigheden. Maar zij was er gewoon. Ook toen ze ouder werd en het leven haar niet spaarde. Altijd dankbaar en tevreden, voor en over de eenvoudige, kleine dingen in het leven. Zoals de zon die door de wolken scheen.

Liefde en eenvoud. Wie zou niet zo herdacht willen worden?


Paul Strijp, 27 mei 2024

Waar hield het denken bij Kant op?

 

'Twee dingen vervullen de geest met steeds nieuwe en toenemende bewondering en eerbied, hoe vaker en langduriger het denken zich ermee bezighoudt: de sterrenwereld boven mij en de morele wet in mij'.



foto van omslag boek 'Kritiek van de praktische rede'


Aldus de tekst op de grafsteen van Immanuel Kant (1724 - 1804), de ongekroonde koning van de Verlichting. Zijn steen ligt in  Koningsbergen, tegenwoordig Kaliningrad geheten, in het voormalige Oost-Pruisen. Natuurlijk, where else? Koningsbergen is immers de plaats waar Kant zijn hele leven gewoond en gewerkt heeft.

Drie elementen springen er uit in deze tekst. Denken, sterrenwereld en moreel. 

Eerst maar eens dat denken. Sapere aude!, durf je eigen verstand te gebruiken. Zo luidde het motto van de Verlichting. Kant vertaalde dat naar zijn beroemd geworden categorisch imperatief: denk zelf na, ook al staan dingen in de krant. En Kant is niet mild. Hij verwacht dat iedereen zich van zijn of haar verstand bedient. Dat iedereen op dat punt vastberadenheid of moed aan de dag legt. Zonder dat daarbij een ander de leiding over jou neemt. 

Dan die morele wet bij Kant. Daarin was hij glashelder en ondubbelzinnig. Je moet nooit liegen. Dus ook geen leugentje om bestwil. Die moraliteit dwong bewondering en eerbied bij hem af, zo lezen we in de graftekst. Zoals de hem omringende sterrenhemel dat ook deed.

Iemand die  zijn hele leven aan het denken heeft gewijd en daar zijn medemens indringend op aansprak, kon kennelijk ook nog bekoord worden door iets, de sterrenhemel, wat buiten dat denken gelegen is.

Zou die bewondering voor de sterrenhemel niettemin uit dat denken zijn voortgekomen? Of zou Kant op dit punt grotere, kosmische en misschien wel religieuze krachten gevoeld hebben?


Paul Strijp, 27 mei 2024

(Bron: avond over Kant in De Rode Hoed in Amsterdam, 13 mei 2024)

zondag 26 mei 2024

De begrafenisondernemer moet niet samenvatten


Ooit sprak Harry Starren, voormalig directeur van opleidingscentrum De Baak, over Samenvatten vanuit het zwijgen. Wat hij daarmee bedoelde? Soms heb je van die bijeenkomsten gehad waarbij zoveel gezegd is, zowel verbaal als zonder woorden, dat het onmogelijk is om aan het einde adequaat samen te vatten. Dan kun je dus ook beter 'je kop houden'. Gewoon een stilte inbouwen en die op-het- ongemakkelijke-af laten voortduren, iedereen in gedachten zijn eigen samenvatting laten bedenken en elkaar dan een prettig weekend wensen.

Aan deze communicatie-interventie, of beter: non-interventie, moest ik onlangs denken aan het einde van een uitvaart. Die was waardig en prachtig geweest. Veel gezegd, door kinderen en kleinkinderen, passende beelden, mooie afscheidsmuziek.

En dan die begrafenis-onderneemster. Bij het laten zakken van de kist. Je zag dat alle omstaanders in gedachten verzonken waren, bezig met het verwerken van al die indrukken. En dan die begrafenis-onderneemster. Het beste mens zal vast haar toegevoegde waarde hebben willen laten zien. Maar dat had ze beter niet kunnen doen. Want die waarde bestond alleen uit het verstoren van de innerlijke contemplatie van alle dierbaren van de overledene.

Daarom. Voor alle begrafenisondernemers in ons land. Neem voortaan de woorden van Harry Starren ter harte.


Paul Strijp, 26 mei 2024

Hamburger van Kikkie

 

'Mijn tafelgenoot en ik moesten lachen toen we onze hamburger geserveerd kregen. Een plak vlees tussen twee kleffe broodjes, met wat saus ertussen gekwakt, op een kaal schoteltje. Geen blaadje sla of welke garnering ook. Geen enkele poging om het er aantrekkelijk uit te laten zien. In een voetbalkantine doen ze het beter.’



De woorden hierboven vormen de review die een oud-collega van mij schreef over restaurant Kikkie. Op de hoek van de Prinsenstraat en Prinsengracht in Amsterdam. Deze oud-collega herinner ik mij als iemand met een scherp pennetje. Dat blijkt wel uit de review, die is niet bepaald vleiend. Integendeel. Toch heeft hij zich nog mild uitgedrukt, ik weet dat hij in woord veel vileiner kan zijn. Van die stijl heeft hij zich hier om hem moverende redenen niet bediend.

Daar was overigens wel alle reden voor. Wie haalt het in zijn hoofd om zo’n wanproduct voor 16 Euro aan te bieden? Waar haal je het lef vandaan? Ach joh, zo liet iemand anders mij weten, restauranthouders in dit deel van de stad richten zich op dagjesmensen. Niet op het werven en binden van vaste klanten.

Laten we hopen dat dit niet zo is. Want dat zou betekenen dat de horeca in het centrum van Amsterdam is teruggevallen tot een liefdeloze en keiharde business.

Paul Strijp, 26 mei 2024

Biodiversiteit aan de rafelranden

 



De rafelranden van de stad. Zoals viaducten onder of bij snelwegen. Vaak niet de meest aantrekkelijke plaatsen. Onherbergzaam, duister, sociaal onveilig. Toch zijn deze rafelranden interessant. Kunstenaars vinden er niet zelden een onderkomen en bespuiten de viaducten met hun graffiti. Maar er is nog iets interessants. De stadsnatuur tiert hier welig. Sterker, de biodiversiteit komt op deze plekken ten volle tot zijn recht.

Laten we zuinig zijn op onze rafelranden.

Paul Strijp, 26 mei 2024