Translate

dinsdag 11 mei 2021

Een foto temidden van 102.000 steentjes

 



Kamp Westerbork is het verhaal van de moord op 102.000 keer één mens: een moeder, een opa, een tante, een broer, een dochter, een neef, een vriendin, een buurman, een klasgenootje...


De tekst bij de 102.000 steentjes op Westerbork. Elk slachtoffer één steentje. Buitengewoon indrukwekkend. En dat alles in een stemmige en gedragen bosrijke omgeving.

Het getal is niet te vatten: 102.000 keer één mens. Een complete stad afgevoerd en vermoord. Bijna onmogelijk om je daar een voorstelling van te maken. De foto van de kinderen spreekt des te meer tot de verbeelding. Die snijdt door je ziel. Want ook peuters en kleuters werden in de wagons afgevoerd naar Auschwitz, Sobibor of Bergen-Belsen.

Voor mij geldt: juist deze foto's zorgen ervoor dat de herinnering aan de oorlog niet verloren gaat.


Paul Strijp, 11 mei 2021



zondag 9 mei 2021

Applaus bij een terugspeelbal


Als je mee verdedigt en een bal terug speelt naar de doelman, wordt er gejuicht. (...) Ook als je de bal verspeelt wanneer je een actie wilt maken, krijg je applaus. Zolang je je best maar doet."


Aan het woord is de Belg Jordy Croux. Voormalig speler van MVV, Roda en Willem II. Opgetekend in de Limburger van 4 mei 2021. Croux voetbalt tegenwoordig in Japan. Bij de club Avispa Fukuoka. Zijn woorden stemmen tot nadenken.

Wanneer juichen wij bij een voetbalwedstrijd? Bij een doelpunt of overwinning van onze favoriete club. Of bij schoonheid. Zoals vroeger een actie van Piet Keizer, ook al leidde die niet tot een doelpunt. Dat zijn onze westerse voetbalwaarden: victorie en esthetiek. Dat vinden wij belangrijk, daar juichen wij voor.

Sportiviteit hoort daar niet bij. Fair play is nooit echt belangrijk geworden. Mooi meegenomen als je een overwinning ook nog eens op een sportieve manier behaalt. Maar om daar nu voor te applaudisseren?

En juichen voor inzet, voor hard werken zoals in Japan? Vinden wij dat belangrijk? Mwahh, niet echt. Behalve dan misschien een beschaafd applausje voor een speler die gewisseld wordt en hard gewerkt heeft. Inzet vinden wij normaal, dat hoort erbij, dat waarderen wij niet extra. Sterker, een luie voetballer die een doelpunt scoort of een bloedstollend mooie actie in huis heeft krijgt een staande ovatie. In ons voetbal legt inzet het af tegen victorie en esthetiek.

Dat is de kracht van de voetbalsport. Zij laat ruimte voor waarden van verschillende culturen.


Paul Strijp, 10 mei 2021


maandag 3 mei 2021

Dieren horen niet meer bij het meubilair


Er hangt iets in de lucht. Rechten voor de natuur. En niet alleen dat, zelfs rechtsgelijkheid voor de natuur. Zie het onderstaande boek en podcast. 

https://isvw.nl/shop/rechtsgelijkheid-natuur/ 

en 

https://decorrespondent.nl/12290/onze-planeet-leefbaar-houden-geef-bossen-en-rivieren-rechten/34420984788850-5c33e912

Ook de Volkskrant berichtte onlangs dat sommige volkeren een rechtspersoon willen maken van bedreigde natuur zoals rivieren en bossen. 

https://www.volkskrant.nl/wetenschap/de-roep-klinkt-steeds-luider-wil-je-de-natuur-echt-beschermen-geef-haar-dan-rechten~b6fe40e88/


Ik vond het allemaal mooi. Maar vroeg me af: zou het allemaal echt? Tot ik iemand bij ons in de buurt sprak. Net begonnen als vrijwilliger op de dierenambulance. Hij vertelde mij dat dieren vroeger dezelfde rechten hadden als de inboedel. Bij een ontruiming door een deurwaarder ging de hond met het meubilair de straat op. Niemand die zich daarover bekommerde. Dat kan tegenwoordig niet meer. Wetgeving van een aantal jaren geleden steekt daar een stokje voor.

Op sommige punten gaat het de goede kant op met onze beschaving.


Paul Strijp, 3 mei 2021

zondag 2 mei 2021

Geen bourgondisch leven in Noord-Groningen


Zij woont hier al 27 jaar. Op het platteland van Noord-Groningen. In een boerderij ergens tussen Pieterburen en Eenrum. Het leven bevalt haar. De uitgestrektheid, de wind, de zuiverheid. Elke dag wandelen met de hond. Die hoeft ze niet eens aan te lijnen, niet nodig hier. Een gezonde leefomgeving, sommige mensen worden wel 100.

Als buitenstaander -zij komt oorspronkelijk uit Noord-Limburg- is zij  nooit opgenomen in de gemeenschap. Daarvoor zijn Groningers te gesloten. Dan zou ze het dialect moeten gaan spreken. En dat weigert ze. De banden in die gemeenschap zijn sterk. Met haar man woont zij schuin tegenover haar schoonouders. Hij trekt veel naar hen. Voor haar is het lastig om daartussen te komen. Dat lukt gewoon niet.

Groningers leven sober en karig. Restaurants zijn er bijna niet. Hier geen bourgondisch leven zoals in Limburg. Geen pizzeria’s, geen gezellige eetcafé's. Om over sushi nog maar te zwijgen. 

De boeren telen aardappelen, suikerbieten, graan en maïs. Dat is het wel zo'n beetje. En thuis eten ze aardappelen. Alléén aardappelen van deze regio. Geen andere. Met gesmolten boter en stroop erover heen.

Als ze 's avonds dan boven haar bord aardappelen met gesmolten boter en stroop zit. Dan. Dan mist ze Limburg.


Paul Strijp, 2 mei 2021




vrijdag 30 april 2021

Zinnen als zweepslagen


Het voelde als een kind dat de service bij volleybal maar niet onder de knie krijgt. Een klassiek voorbeeld uit de lichamelijke opvoeding. Bij het serveren belandt de bal alsmaar in het net. Tot de gymleraar het kind apart neemt. En deze extra aandacht effect sorteert. Iets te veel effect sorteert. Want de bal gaat nu niet alleen over het net maar raakt telkens het plafond. Een vorm van overcompensatie.

Zo voelde het dus. Op mijn werk circuleerde een taalprogramma. Begrijpelijk schrijven. De belangrijkste aanwijzing: maak korte zinnen. Niet langer dan veertien woorden. Zo gezegd, zo gedaan. Het programma beviel mij zo goed dat ik het geleerde ook buiten mijn werk toepaste. Bij het schrijven van een boek over voetbal bijvoorbeeld. De eerste concepten daarvan legde ik samen met twee coauteurs voor aan een professioneel journalist.

"Wel erg staccato allemaal. Zinnen als zweepslagen" luidde zijn oordeel. Alsof ik de plafond van een sporthal zag.


Paul Strijp, 30 april 2021

 

zaterdag 24 april 2021

De kapper weigert fooi

 

Rustig en ingetogen doet hij zijn werk. Af en toe stelt hij een vraag. Waar je woont, waar je werkt. Typische kappersvragen, zou je zeggen. Maar zijn reactie verraadt een zekere diepgang. Wijsheid zelfs. Als Bosnische vluchteling weet hij wat er in de wereld te koop is. Hij heeft de ellende onder ogen gezien. En laat zijn klanten weten dat Nederland een paradijs is. Zonder daarbij belerend te worden.

Ik vertel hem dat ik de laatste keer verknipt ben. Maar niet door hem. Door een andere kapper ergens op de Veluwe. Een jongeman die in tien minuten klaar met mij was. "Ja, de meeste kappers zijn niet zo geïnteresseerd in de vraag of hun klanten tevreden zijn", mompelt hij bijna onverstaanbaar. Ik informeer ook naar zijn welzijn. Of de corona-crisis hem flink geraakt heeft. Jazeker, de tweede lockdown vanaf december heeft er wel in gehakt. Om dan te zwijgen. De man klaagt verder niet.

Bij het afrekenen voel ik een behoefte om hem een flinke fooi geven. Hij weigert beleefd. Het is goed zo. Ik hoef hem niet te compenseren voor het broddelwerk dat een ander mij heeft aangedaan. Dat is wat hij uitstraalt. Non-verbaal.


Paul Strijp, 24 april 2021

De onzichtbare achtbaan van de diender


We liepen hem tegen het lijf tijdens een wandeling door het Amsterdamse Betondorp. Een toevallige ontmoeting zogezegd. Hij oogde fit en energiek. Maar al gauw deelde hij zijn geestelijke uitputting met ons. Die vond zijn oorsprong in zijn werkzame leven. Een leven dat inmiddels achter hem lag. Want als politieman was hij afgekeurd. Ongevraagd begon hij te vertellen.

"Politieman is de mooiste baan van de wereld. Maar elke diender eindigt met een stresssyndroom. Geloof me: echt elke diender. Ik dus ook. Er zijn er maar weinig die ongeschonden hun pensioen halen. Twee jaar geleden heb ik een zelfmoordpoging gedaan. Die mislukte. Ik had het geweld dat ik in al die jaren voor mijn kiezen heb gekregen, niet verwerkt. Dat kwam er allemaal uit. De aanleiding was de geboorte van mijn kleinzoon. In hem zag ik het geweld van deze wereld weerspiegeld. Toen ben ik ingestort."

Het was overigens niet alleen het geweld dat hem de das om deed.

"Ook het verdriet waar je als politieman mee te maken krijgt. Zoals het verdriet van die vrouw in Diemen. Op één dag verliest ze 's ochtends haar kind en 's middags haar man. Beide gebeurtenissen stonden los van elkaar. Maar het gebeurt. "

Hij liet zich nu in een kliniek behandelen. 

"En toch is politieman de mooiste baan van de wereld. Ik had dit nooit willen missen. Al deze ervaringen zijn zo verrijkend voor mij geweest."

Vriendelijk groetend nam hij afscheid. Een willekeurige voorbijganger zou geen idee hebben van de geestelijke en emotionele achtbaan die deze man heeft afgelegd.

 

Paul Strijp, 24 april 2021