Translate

maandag 4 mei 2015

Hoe Sartre een ongemakkelijk gevoel over 4 en 5 mei weet te verlichten



Hoe langer de Tweede Wereldoorlog geleden is, hoe indringender de oproepen om die oorlog en de daarna verworven vrijheid blijvend te herdenken. Afgelopen weekend deed NRC Handelsblad zo'n oproep. Er komen steeds meer verborgen facetten van die oorlog aan het licht, zo schreef de krant. Bijvoorbeeld de ondergewaardeerde rol van vrouwen in het verzet. Die facetten verdienen het om niet vergeten te worden. Ook de boekenbijlagen van de kranten stonden bol van publicaties over de oorlog.

Ik merkte dat het me moeite kost om me voor de oorlog te blijven interesseren. Ook vrijheid wordt wonderlijk genoeg, hoe dreigend de ontwikkelingen in de wereld ook zijn, een steeds abstracter begrip. Tezelfdertijd overvalt je dan een ongemakkelijk gevoel. Een licht schuldgevoel zelfs: hoe durf je, géén interesse voor de oorlog? Dat gevoel werd verlicht toen we vandaag een boerderij passeerden met een schoolbord in de voortuin. Op dat bord stond een simpele zin in krijt genoteerd.





Die zin deed me aan de Franse filosoof Jean-Paul Sartre denken. We zijn gedoemd tot vrijheid, aldus Sartre. Het bestaan immers is zinloos en absurd, we zullen er zelf iets van moeten maken. Die vrijheid belast ons met een grote verantwoordelijkheid. Alleen ikzelf kan betekenis geven aan mijn leven. Daarvoor kunnen we nooit een beroep doen op anderen. Niet op God, niet op wie dan ook. Ik en alleen ik geef mijn leven vorm.

Sartre leert mij om de betekenis van 4 en 5 mei in jezelf te zoeken. Dus niet in een verleden van zeventig jaar geleden of in de verwerpelijkheid van anderen, van foute regimes. Maar om die twee dagen juist in het teken van je eigen verantwoordelijkheid te stellen.

Hoe een filosofisch perspectief een schuldgevoel kan verlichten.


Paul Strijp, 4 mei 2015

zondag 3 mei 2015

Uil op Ameland



Een treurige zondagmiddag op Ameland. Regenachtig. Een zondag die ook niet meer goed gaat komen. Binnen tikt de klok zoals die vroeger bij je opa en oma kon tikken. Reviaans decor. Buiten staat alles stil. Geen gezinnen in regenpakken die er toch nog het beste van proberen te maken. Dus ook geen brullende kinderen die zich tegen die al te enthousiaste pogingen van hun ouders verzetten. Het eiland is tot stilstand gekomen. Ameland heeft even genoeg aan zichzelf.






En dan ontwaren we een uil. Op een hek. Ingeklemd tussen de al even treurige stacaravans. Daar zit hij, stoïcijns. Roerloos. Al een paar uur lang. Vogels zijn geschapen om te vliegen, maar deze vogel lapt de wetten van de schepping aan zijn laars. Categorisch weigert hij zijn vleugels uit te slaan. Het enige wat hij doet, is af en toe zijn hoofd bewegen. Maar zelfs dat doet hij met tegenzin. Dat zie je, het liefst zinkt hij diep in gedachten weg. Al te opwindend kunnen die gedachten niet zijn. De uil, hij hoort erbij deze zondagmiddag. Onmisbaar decorstuk.

Ameland en uil, zij vallen samen deze middag.

Paul Strijp, 3 mei 2015

vrijdag 1 mei 2015

Vermijden van schaamte bij de ander, ultieme liefde



Je vraagt je af hoe zij het volhoudt. Compassie voor haar strijdt om de voorrang met compassie voor hem. Hij leidt een onmogelijk leven, zij steunt hem onvoorwaardelijk. In zijn strijd tegen de doofheid, tegen de alcoholverslaving en tegen de spanning van een optreden.



Afbeeldingsresultaat voor bloed zweet en tranen film



Bloed, zweet en tranen. Een film over het leven van André Hazes. Met in de hoofdrol Hadewych Minis die de vrouw van Hazes speelt, Rachel. Haar liefde blijkt uit alles. Verbaal maar vooral non-verbaal. Met als hoogtepunt het moment waarop ze hem weer eens betrapt met een blikje bier in zijn hand, maar zich schielijk terugtrekt om hem de gelegenheid te geven het blikje te verbergen. Hij maakt dankbaar gebruik van die gelegenheid. In een luttele seconde.

Het vermijden van schaamte bij de ander, symbool van ultieme liefde.


Paul Strijp, 1 mei 2015

zaterdag 25 april 2015

Vriendelijke Deen bedreigt onpersoonlijke Albert Heijn



Dat is toch wel een staaltje lef. De Noord-Hollandse supermarktketen Deen durft zo maar een filiaal te openen in het winkelcentrum van Diemen. Daar heerst Albert Heijn. Een grote XXL op de benedenverdieping. Oppermachtig.

Deze week was ik bij de kapper in dat winkelcentrum. De juffrouw die mij knipte omschreef de kapperszaak als het klankbord van de buurt. En dat bord resoneert al een tijdje de gevoelens van onvrede van de klanten van Albert Heijn. Onpersoonlijke benadering, anoniem. Haar monopolie staat onder druk. Wat blijkt? Bij Deen, ook een grote winkel, word je nog ouderwets begroet met een vriendelijk "Goedemiddag, welkom bij Deen". "Albert Heijn gaat het onderspit delven", zo waagde de kapster zich aan een voorspelling.

Schaalvergroting lijkt een onvermijdelijke, niet meer te keren trend. Maar, zo leerde de juffrouw van de kapper mij, schaalvergroting alléén is niet voldoende. Een onpersoonlijke benadering kost je klanten, hoe machtig je als concern ook bent.


Afbeeldingsresultaat voor klantvriendelijk gedrag



Wat zou het goed zijn als de bedrijfsleider van Albert Heijn zich in deze kapperszaak zou laten knippen. En als grote instellingen in de zorg en het onderwijs hun eigen kapper zouden stichten.


Paul Strijp, 25 april 2015

vrijdag 17 april 2015

Beschaving in de Joubertstraat in Amsterdam-Oost



Kleine kinderen, wat grotere kinderen. Kinderen op heuse atletiekschoenen, maar ook kinderen op slippers. Sommigen met overgewicht. In leeftijd variërend van vier tot acht jaar, schat ik.

Afgelopen woensdag in de Joubertstraat in Amsterdam-Oost. Een groot plein met een klein stukje atletiekbaan. Onder het toeziend oog van een statige moskee. Onze dochter gaf atletiekles, in opdracht van de gemeente Amsterdam. Aan kinderen die nooit naar een sportclub zullen gaan. Vanwege de te grote afstand. Niet alleen in fysieke, maar vooral in mentale zin. Een sportvereniging kent voor deze kinderen te veel sociaal-culturele drempels.





Ik zag hoe deze kinderen volop genoten van elementaire bewegingsvormen. Dit keer waren het er vijftien, soms zijn het er maar twee of drie. Omgerekend per kind is dat een dure investering voor de gemeente Amsterdam. Maar wie weet, misschien maakt één iemand ooit nog wel eens de stap naar een vereniging. En zo niet, dan hebben zij weer een middag plezier gehad en houden zij er wat zelfvertrouwen en sociale contacten aan over.

Ooit hoorde ik iemand zeggen: Het is een teken van wijsheid om in de sterksten en een teken van beschaving om in de zwaksten te investeren.

Met de sportstimulering in de Joubertstraat toont de gemeente Amsterdam zich van haar beschaafde kant.


Paul Strijp, 17 april 2015

maandag 6 april 2015

Het middenklasse-syndroom: de angst om geen kistjes te mogen vullen



Ooit hoorde ik iemand spreken over het middenklasse-syndroom. De angst om alles wat met veel moeite is opgebouwd, door werkloosheid in één klap te verliezen. Dit syndroom heeft mij nooit in haar greep gehad. Misschien wel omdat een dreiging van werkloosheid zich nooit heeft voorgedaan. Maar soms denk ik wel eens: stel dat het gebeurt, dan red je het vege lijf ook wel weer.

Onlangs las ik de resultaten van een groot Engels onderzoek naar de effecten van werkloosheid. Wat bleek? Mensen die vijf jaar werkloos waren, hadden een andere persoonlijkheid gekregen. Niet positiever. Op eigenschappen als autonomie en ordentelijkheid scoorden ze beduidend lager dan toen ze net werkloos werden. Werkloosheid bleek een grotere impact te hebben dan echtscheiding of het verlies van je partner.

Afgelopen week hoorde ik een verhaal dat mensen die werkloos zijn geworden, verplicht worden om vrijwilligerswerk te doen. Een uitkering krijgen ze niet zo maar. Maar voor vrijwilligerswerk moet je wel solliciteren. En als je solliciteert, kun je afgewezen worden. Voor een baantje als vrijwilliger bij een kwekerij, waarbij je kistjes moet vullen met tomaten, heb je al snel concurrentie van dertig andere sollicitanten. En er kan er maar één dat baantje krijgen.


Het middenklasse-syndroom. Voor mij staat dat niet voor de angst voor materieel verlies. Wel voor de angst om van persoonlijkheid te veranderen of om zelfs als vrijwilliger niet meer aan de bak te komen. Voor de angst om te de-personaliseren en je helemaal overbodig te voelen.


Paul Strijp, 6 april 2015

Het leven kreeg maar geen vat op Matisse



De man maakte een indrukwekkende ontwikkeling door. Zijn eerste schilderijen waren natuurgetrouw, daarna volgden er een aantal in de stijl van het impressionisme. Het pointillisme bleef hij slechts korte tijd trouw. Uiteindelijk werd hij één van de grondleggers van het fauvisme. Felle kleuren in platte vlakken. Met veel decoratieve elementen.

Henry Matisse, te zien op een tentoonstelling in het Stedelijk in Amsterdam.

Het leven heeft de man niet onbeproefd gelaten. Een ziekte aan het begin en aan het einde van zijn leven. Twee wereldoorlogen. Toch domineren de zorgeloosheid en de lichtvoetigheid in zijn oeuvre, je zweeft door het Stedelijk. In tegenstelling tot veel andere kunstenaars werd Matisse met de jaren niet zwaarmoediger. Beroemd zijn de odalisken. Schilderijen waarop hij licht wulpse dames op een sofa portretteert.


Afbeeldingsresultaat voor odalisk matisse

 
 
Neen, Matisse heeft zeker niet onder het leven geleden.


Paul Strijp, 6 april 2015