Translate

dinsdag 24 februari 2015

Het Grote Niets bij de kapper



De dag begon ook al verkeerd. De stagiaire die mijn haren waste en droogde, wreef de handdoek slechts één keer over mijn hoofd. En dat deed ze ook nog hard, pijnlijk. Als een fontein bewoog ik mij naar het kappersgestoelte. Voelde de waterdruppels langs mijn rug naar beneden kruipen. Tot overmaat van ramp bleek mijn favoriete kapper ziek. Zijn vervangster begroette mij hooghartig. Begroeten was het eigenlijk niet eens. Nadat ze haar voorbereidingen had getroffen, klonk het afgemeten: "Vertel". Non-verbaal maakte ze duidelijk dat ze mijn wensen begrepen had.

Tijdens het knippen onderbrak ze haar werkzaamheden. Tot drie keer toe. Telefoon, meedenken met de haarkleur voor een andere klant, begeleiden van de stagiaire. Ik bekeek mezelf alle drie de keren in de spiegel. Wat volgde, was de onvermijdelijke confrontatie met jezelf. "Waarom begin jìj het gesprek dan zelf niet, mannetje?", zo nam ik mij onder handen. Daarin faalde ik drie keer. Een totale blokkade. Zwijgend voltooide ze mijn kapsel. Dit was meer dan een ongemakkelijke stilte. Dit was de ultieme ervaring van het Grote Niets. Een ongekende existentiële ervaring. Daar was ik haar dan weer dankbaar voor, dat wel.


Afbeeldingsresultaat voor heelal oneindig


"31 euro" klonk het bij de kassa. Dat was het tweede en laatste deel van ons gesprek. Ik rekende af, verliet de zaak en voelde mij een auto die zojuist een onderhoudsbeurt had ondergaan.

Bij thuiskomst toonde mijn vrouw zich buitengewoon tevreden over mijn kapsel.


Paul Strijp, 24 februari 2015



zaterdag 14 februari 2015

Neem vooral uw rust na een Erik Scherder-tje



Doet u wel regelmatig een Erik Scherder-tje? Een Erik Scherder-tje? Ja, u zet een mini-hometrainer onder uw bureau en u trapt tijdens het werk. U laat de boodschappen van Albert Heijn niet thuisbrengen maar u gaat ze met de fiets halen. U ligt niet languit op de bank om de Champions League te kijken, maar u doet een paar keer per avond oefeningen. U bent gepensioneerd en u neemt alleen maar meer initiatieven. En dat allemaal boven op de reeds bestaande norm van een half uur matig intensief bewegen per dag.

Afbeeldingsresultaat voor Erik Scherder


Erik Scherder hield afgelopen week een lezing in boekhandel Linnaeus in Amsterdam. Scherder, hoogleraar bewegingswetenschappen en klinische neuropsychologie, gunt ons geen rust. Géén moment. Hij heeft een studie gemaakt van de invloed van bewegen op onze hersenen. De oude Grieken wisten al dat bewegen goed was voor de gezondheid , maar deze man heeft ontdekt dat bewegen verouderingsprocessen van ons brein vertraagt. Uw cognitie en uw geheugen gaan daardoor langer mee. En dat is plezierig, want de foto's die Scherder liet zien van een verschrompeld brein riepen alom weerzin op.

Iedereen verliet stuiterend en vol adrenaline de boekhandel. Opgefokt. Opgejaagd. Wat moeten we toch veel in dit leven. Nu moet u ook nog een mini-hometrainer aanschaffen. Ik ervaar zelf elke dag de euforie van bewegen, maar weet dat een goede rust - inspanning - balans ook weldadig is. Zou Erik Scherder ook niet eens een studie kunnen doen naar het effect van rust na inspanning op de hersenen?

Als u overdag een Erik Scherder-tje gedaan heeft, hoeft u 's avonds niet van de bank te komen als u naar de Champions League kijkt. Neem er ook een zak chips bij. Geniet van de verboden geneugten van het leven.


Paul Strijp, 14 februari 2015

woensdag 4 februari 2015

Alles ligt nu op zijn plaats, maar ik mis hem



Hij was er aan toe. En wij waren er aan toe. Het was goed dat hij uit huis zou gaan. Hij was ook te groot geworden, paste niet meer. Om nog maar te zwijgen van alle nachtelijke escapades, de te harde muziek en de gebruikte koffiefilters die hij altijd in het koffieapparaat achterliet.

En toen was hij weg. En toen was het stil. Heel stil. De dynamiek was niet meer. Alles ligt nu op zijn plaats. Er is niets meer om je over op te winden. Zelfs de WiFi doet het weer, want al die gekke apparaten zoals de X-box en de PlayStation heeft hij ook meegenomen.

Ik ben trots op hem. En ik mis hem. Voel het gemis. Aan zijn onverbeterlijk optimisme, zijn lawaai, zijn levenslust. Zijn bravoure. "Pap, ik heb hier een fantastische jeugd gehad", sprak hij toen hij zijn laatste spulletjes had gepakt.




Een periode is afgesloten. Daarover geen twijfel.


Paul Strijp, 4 februari 2015

dinsdag 27 januari 2015

Onno Meijer, eeuwig idool van de IFLO-ers




Twee keer per jaar komen we bij elkaar. Oud-studiegenoten van de Interfaculteit Lichamelijke Opvoeding van de Vrije Universiteit. Afgekort: de IFLO. Aan de IFLO bestudeerde je alle aspecten van het menselijk bewegen. We kwamen zelf nooit in actie, maar zaten gebogen over de boeken ontwikkelingspsychologie, methodologie en inspanningsfysiologie. Een brede baaierd aan vakken. Zó breed dat elke student zich regelmatig in wanhoop afvroeg: wat moet je in hemelsnaam met deze studie? De IFLO stond dan ook voor permanente twijfel. Maar juist die twijfel schiep een band.


De IFLO bestond van 1971 tot 1987. Toen ging zij geruisloos verder als Faculteit der Bewegingswetenschappen. Ogenschijnlijk niets aan de hand, maar voor de echte IFLO-ers voelde 1987 als een sterfdatum. De IFLO was niet meer. Tijdens een reünie nemen we het woord Bewegingswetenschappen stelselmatig niet in de mond. Wie dat wel doet, wordt geroyeerd. IFLO-ers, dat is wat we zijn!


In die omgeving liep indertijd een man rond die elke reünie weer het hoofdonderwerp van gesprek is. Een homo universalis. Een man die elk vak zou kunnen doceren, maar zich in onze jaren beperkte tot onderzoeksmethodologie en wetenschapsfilosofie. Die zijn traktaat Het verboden denkraam verspreidde met de mededeling: "Je mag het ook weggooien, want volgende week heb ik weer een geheel nieuwe versie geschreven". En die een week later een geheel nieuwe versie uitdeelde.

Een man die tentamens afnam bij hem thuis. Aan de Emmakade in Amstelveen. Een man die in een gemeenschap van sportfanaten hardop durfde te twijfelen aan het gezondheidseffect van sport. "Ja, dat zeggen ze, dat sport gezond is", riep hij dan met een minzaam glimlachje. En een man die zich tijdens zijn colleges hardop afvroeg waarom hij toch het haakje op de toiletdeur deed als er verder niemand thuis was.

Onno Meijer. Het Verboden denkraam staat nog steeds in mijn boekenkast. Eigenlijk zouden we hem het liefst een keer willen uitnodigen voor een volgende reünie. Maar niemand van ons, allemaal mannen van rond de vijftig, durft hem te vragen.


Paul Strijp, 28 januari 2015


zaterdag 24 januari 2015

Mijn zoon en Stefan Paas belichten de keerzijde van een grondrecht



We zaten met zijn tweeën op de bank en keken naar het journaal. Het beeld was indrukwekkend. Megaprotest in Tsjetsjenië. Honderdduizenden moslims die de straat opgingen na de nieuwste cartoons van Charlie Hebdo. Hoewel waarschijnlijk georkestreerd maakte de demonstratie een buitengewoon vreedzame indruk. "Pap, ik begrijp wel dat die mensen zich beledigd en vernederd voelen", zei mijn zoon. En ik begreep hem.

In de discussies na de gewelddadige aanslagen in Frankrijk stond de vrijheid van meningsuiting centraal. Terecht. Die vrijheid is een zwaar bevochten grondrecht. Inherent aan die vrijheid is het recht om de ander te kwetsen. Door die opmerking van mijn zoon merkte ik dat ik daar toch wel moeite mee heb. Kwetsen, moet kunnen, maar moet je dat nu ook altijd doen? Zeker in de richting van een godsdienst die moeilijk overweg kan met spot en zelfspot.


's Avonds las ik een artikel van Stefan Paas, hoogleraar theologie, in de NRC. "Alsof het kwetsen van je medemens de essentie zou zijn van het recht op vrije meningsuiting. Nonsens natuurlijk (...) Er zijn vrijwel altijd andere opties dan op zoek gaan naar de vernedering van je medemens." Paas besluit zijn artikel met de opmerking dat beschaving, in één woord, zelfbeheersing is.

Soms heb je anderen nodig om je scherper bewust te worden van je eigen waarden en opinies.


Paul Strijp, 24 januari 2015

zondag 18 januari 2015

Ontmoeting tijdens een kwetsbaar moment



Achteraf vraag je je af hoe je zoiets kunt vergeten. Maar je vraagt je ook af waarom dit eigenlijk een moment van diepste schaamte was. Immers, elk mens doet dit. Elke dag zelfs, soms wel twee keer.





Afgelopen dinsdag op mijn werk. Op toilet voor wat we beeldend noemen de grote boodschap. Ik was bezig met de afrondende werkzaamheden. De randen van mijn T-shirt tussen mijn tanden. Voordat ik het in de gaten had, stond ik oog in oog met een collega die ook naar toilet wilde. Wat volgde was een reflex. Een sprongetje, nog steeds met dat T-shirt tussen mijn tanden, een gilletje. Voor die collega was de schaamte oneindig veel groter.

En dan terug naar je bureau. Voelt alsof je de hele wereld weer onder ogen moet zien na een misdaad. Alsof je weer vrijgelaten wordt. "Misschien kun je die deur volgende keer toch beter op slot doen", fluisterde hij mij op discreet-zachte toon toe toen ik hem in de gang niet kon ontlopen.

Voor die zachte toon ben ik hem eeuwig dankbaar.


Paul Strijp, 18 januari 2015

zaterdag 10 januari 2015

Genoeg aan het gelaat van Emah

 
 



Een licht gevoel van schaamte. Daar liep ik al enige tijd mee rond. Als inwoner van Groot Amsterdam had ik het verbouwde Rijksmuseum nog steeds niet bezocht. Deze zaterdagochtend kwam het er dan van. Eerst even de fototentoonstelling Modern Times, daarna de grote meesters.

Bij het portret van Emah (1931, West Java) van fotograaf Jan Banning (1954 ) bleef ik staan. Foto van een vrouw die door de Japanse bezetter als troostmeisje, als prostitué is gebruikt. "Hier tast de camera het getekende gelaat van de vrouw langzaam af." Een foto die de moeizame verwerking van oorlogservaringen laat zien.

Aan deze foto had ik genoeg. De grote meesters zijn voor een volgende keer.


Paul Strijp, 10 januari 2015