Translate

zaterdag 17 februari 2018

Courage voor het gemeentebestuur van Heerlen!



"Al hoort de oude Mijnstreek in 2015 tot de armste delen van het land, het lijkt als een jojo vooruit te gaan. Het centrum van Heerlen, voorheen landelijk kampioen leegstand, heeft minder verlaten winkels en kantoren dan Maastricht". Aldus Marcia Luyten in haar boek Het geluk van Limburg (p. 344).






Aan deze woorden moest ik denken toen ik onlangs op het station van Heerlen was. Als een jojo vooruit? De stationsomgeving is toch vooral obscuur, onoverzichtelijk en unheimisch.





Waar was Heerlen, zo vroeg ik mij af, toen de jojo nog niet vooruit ging? Veel mistroostiger dan de huidige stationsomgeving kan bijna niet. Maar niet getreurd. Een collega wist mij te melden dat het met Heerlen heus wel goed gaat komen. De stad kent een grote dynamiek van private initiatieven en spiegelt zich qua identiteit aan Luik. Een beetje rauw, met veel muurschilderingen.




Ik zie het nog niet, die jojo. Het gemeentebestuur van Heerlen is niet te benijden.


Courage, college!


Paul Strijp, 17 februari 2018

vrijdag 16 februari 2018

De Saint Yvette vaan Bekkerij Hermans



De zondag vóór Kerst moest mijn moeder nog even een vlaai halen. Bij de beste bakkerij van Maastricht. Bekkerij Mathieu Hermans in de Zakstraat. Zij dacht: laat ik maar een beetje vroeg gaan. En dus meldde zij zich om acht uur 's ochtends in de Zakstraat. Om er keurig een uur op haar beurt te wachten. Ziet u het voor u? Op een zondagochtend, nota bene de zondag vóór Kerst, een uur in de rij voor een vlaai?






Lange tijd was de rijstevlaai mijn favoriet. Maar de rijstevlaai is hartgrondig van de eerste plaats verstoten. Door de Saint Yvette. Rijstevlaai met eiwitschuim. Een klein exemplaar voor 11.15 euro, een middel voor 14.25 euro. U kunt er beter maar niet aan beginnen. Levensgevaarlijk.







En toch... en toch adviseer ik u met enige klem om -mocht u ooit van Parijs naar Amsterdam moeten reizen- uw route via de Zakstraat in Maastricht te laten lopen. Om dat levensgevaar te ervaren.

De Saint Yvette dus. Neemt u maar meteen een middel maatje.

Paul Strijp, 16 februari 2018





zaterdag 20 januari 2018

Alleen een wandelingetje als er een stagiair is



Daar zat hij dan. Gedwongen opgenomen. Gevangen in een gesloten afdeling. Vanwege voortschrijdende Alzheimer in zijn eigen huis niet meer te handhaven. Hij zal het zichzelf nauwelijks nog bewust zijn geweest. Gelukkig maar! Zittend op een stoel keek hij naar buiten, waar af en toe een auto passeerde. Meer niet. Hij leek vrede te hebben met de situatie.

Die situatie bestond uit een modern en warm aandoend ziekenhuis met vriendelijk en -voor zover we dat konden beoordelen- deskundig personeel. Maar voor het overige was die situatie toch vooral prikkel-arm. Natuurlijk, een activiteitenbegeleider bood diverse programma's en therapieën aan. Naast dat aanbod bestond de dag uit zitten, staren, zitten en staren. Stilzwijgend in het voorportaal van de dood. Waarom niet elke dag ook een fikse wandeling buiten gemaakt, vanzelfsprekend onder toezicht? De hedendaagse geriatrische inzichten immers laten aan duidelijkheid niets te wensen over: bij het vertragen van verouderingsprocessen werkt niets zo goed als beweging. Er gaat geen dag voorbij of psycholoog Erik Scherder laat ons dat weten via alle media die hem ter beschikking staan. 

"We zouden dat wel willen, mijnheer", kregen we te horen, "maar voor een wandeling buiten hebben wij het personeel niet meer. Dat is allemaal wegbezuinigd. We kunnen dat alleen doen als we zo af en toe over een stagiair beschikken".

We bezuinigen in Nederland op de dingen die er echt toe doen.

Paul Strijp, 20 januari 2018

zondag 14 januari 2018

Grenzen aan de glimlach van Coolblue



Zondagochtend, half elf. Ons wijkje ontwaakt, heel voorzichtig. Hier en daar laat een baas zijn hond uit, een enkele wielrenner trotseert de winterse kou, achter de meeste gevels wordt genoten van een gezamenlijk ontbijtje. Dan plots. De rust wordt wreed verstoord, i
n de verte dient zich onverbiddelijk de 24 uur-economie aan. Alsof het een doordeweekse dag betreft draait een bestelbus de wijk in. Een routinematige handeling, zo oogt het. Maar ik herhaal: het is zondagochtend, half elf. Zelfs Albert Heijn en Jumbo, toch de reuzen in deze economie, wagen zich niet aan deze fratsen. Die openen hun deuren op zijn vroegst anderhalf uur later. Even routineus worden de elektrische apparaten uit de bus getild en, alles voor een glimlach, bij de klanten bezorgd. Deze kijken tevreden toe, gehuld in ochtendjas.

De concurrenten van Coolblue kunnen natuurlijk niet achterblijven. Binnen een jaar is bezorging aan huis op de vroege zondagochtend business as usual. Waarna Coolblue diezelfde concurrenten weer een stap vóór wil zijn en midden in de nacht bezorgt. Uw wasmachine om half vier 's nachts geïnstalleerd? Dat is geen enkel probleem, dat doet Coolblue voor diezelfde glimlach. Zo verovert de 24 uur-economie geleidelijk en onomkeerbaar verder terrein.

Zijn er grenzen aan de glimlach?



Paul Strijp, 14 januari 2018

zondag 7 januari 2018

Postuum: een Nobelprijsje voor Eise Eisinga



Zijn wetenschappelijk werd deed hij er even bij. In de avonduren, vanuit de huiskamer waar hij met vrouw Pietje en kinderen leefde. Overdag had hij wel andere dingen aan zijn hoofd, hij moest de kost verdienen als wolkammer. Dat belette hem niet om reeds op zijn zestiende een lijvig wiskundeboek te voltooien. Een genie zogezegd.

Naast zijn fascinatie voor de wiskunde en het heelal had hij als wetenschapper een missie. Hij wilde de zogeheten liefhebbers van de waarheid, lieden die allerhande onzin uitkraamden en daarmee velen de stuipen op het lijf joegen, ontmaskeren. Hij wilde de mensen dus geruststellen. Heus, het einde der tijden was niet nabij omdat de aarde in de zon terecht zou komen. Zijn missie luidde dus: ontmythologiseren. Daartoe bootste hij in zijn huiskamer het heelal na. Kijk eens, hoe alle planeten met hun manen in keurige vaste banen om de zon cirkelen. Er gaat helemaal niets mis. Nog steeds te zien in het naar hem genoemde Planetarium Eise Eisinga in Franeker.




De Nobelprijs is ingesteld in het jaar 1901. Eisinga was toen al ruim zeventig jaar dood. Zijn planetarium is klein en bescheiden. Hij zal er zelf waarschijnlijk niet om gemaald hebben, maar de man verdient meer.

Zou het Comité voor de uitreiking van de Nobelprijzen zich niet eens achter de oren kunnen krabben? Een mooi, klein doch waardig postuum prijsje?


Paul Strijp, 7 januari 2018

(bron: foto genomen in Planetarium Eise Eisinga, Franeker)

De metamorfose van een kleinkunstenaar: Herman van Veen is team



Meer dan vijftig jaar vormde hij een onafscheidelijk duo met de in 2014 overleden pianist Erik van der Wurff. Waar een ander op zoek zou gaan naar een opvolger, toonde Herman van Veen tijdens zijn optredens in Carré in november en december een ware metamorfose. Hij trad niet op met een nieuwe pianist maar met een orkest. Daarin was Van Veen de primus inter pares. Hij had de leiding maar droeg deze soms moeiteloos over aan een andere muzikant. Om die te laten schitteren. Op die momenten nam hij zelf genoegen met een rol op de achtergrond als drummer, gitarist of violist.

Gelukkig liet hij zo af en toe de klassieke tijden met Van der Wurff ook nog herleven. Met klassieke nummers zoals Anne. Met verhalen zoals dat over het optreden van een oom in een Utrechtse theaterzaal die gevuld was met tachtig mensen uit de buurt. En met dans die verraadde dat deze 72-jarige nog niets van zijn lenigheid verloren heeft.

Ooit werd Erica Terpstra, voormalig topsportster, kamerlid en staatssecretaris, door iemand omschreven met de woorden: Erica is team.


Wat voor Erica geldt, geldt ook voor Herman.


Paul Strijp, 7 januari 2018

donderdag 23 november 2017

Herboren Danny Blind kan weer lachen



Er zat een andere man. In het collectieve geheugen van de voetbalnatie, cynisch geworden na de uitschakeling voor het WK Voetbal 2018, stond hij toch gegrift als een grijze, gespannen en chagrijnige vent. Wanhopig en onmachtig gebarend vanuit de dugout. In persoon ook nog eens hoogstverantwoordelijk voor die uitschakeling. Ook dat nog. Kortom: een man van wie we voorlopig niets meer zouden horen.


Maar daar zat hij toch maar. Afgelopen woensdag in de Linnaeus Boekhandel in Amsterdam. Samen met David Endt, beiden geïnterviewd door Jaap Visser. Tien jaar jonger leek het wel, herboren. Ontspannen, humoristisch, met zelfspot over zijn periode als bondscoach, bescheiden. Zelfkritisch ook, bijvoorbeeld waar het ging om zijn eigen rol als aanvoerder bij Ajax rondom het ontslag van toenmalig trainer Morten Olsen. Had hij destijds niet meer zijn rol moeten pakken en het voor Olsen moeten opnemen?

Voor het overige werd hij bewierookt door David Endt. Danny was de onbetwiste capitano, zowel op het veld als in de kleedkamer. Om die uitspraak kracht bij te zetten citeerde hij uit de speech die Blind hield bij het vertrek van Michael Laudrup. Blind kon zich zijn eigen woorden niet meer herinneren maar was zichtbaar geëmotioneerd toen Endt ze nog eens voordroeg.

Gelukkig kwamen ook zijn verdiensten als voetballer vol over het voetlicht. En dat was nodig want de laatste herinnering blijft altijd hangen. De ongelukkige herinnering aan Danny als bondscoach. Maar wat was hij een groot voetballer. Een strateeg pur sang die ook nog eens de nodige doelpuntjes meepikte. En passant liet hij optekenen niet uit te sluiten ooit nog eens trainer te worden in het buitenland.

Waarom wordt u geen bondscoach van Ajax?, vroeg een klein jongetje vanuit het publiek. Neen, zoveel zelfkennis had Danny nu ook wel weer, bondscoach dat moest hij maar niet meer worden.

Bevrijd uit die functie is hij ook gewoon een veel leukere man.


Paul Strijp, 23 november 2017