Translate

zondag 26 mei 2024

Hamburger van Kikkie

 

'Mijn tafelgenoot en ik moesten lachen toen we onze hamburger geserveerd kregen. Een plak vlees tussen twee kleffe broodjes, met wat saus ertussen gekwakt, op een kaal schoteltje. Geen blaadje sla of welke garnering ook. Geen enkele poging om het er aantrekkelijk uit te laten zien. In een voetbalkantine doen ze het beter.’



De woorden hierboven vormen de review die een oud-collega van mij schreef over restaurant Kikkie. Op de hoek van de Prinsenstraat en Prinsengracht in Amsterdam. Deze oud-collega herinner ik mij als iemand met een scherp pennetje. Dat blijkt wel uit de review, die is niet bepaald vleiend. Integendeel. Toch heeft hij zich nog mild uitgedrukt, ik weet dat hij in woord veel vileiner kan zijn. Van die stijl heeft hij zich hier om hem moverende redenen niet bediend.

Daar was overigens wel alle reden voor. Wie haalt het in zijn hoofd om zo’n wanproduct voor 16 Euro aan te bieden? Waar haal je het lef vandaan? Ach joh, zo liet iemand anders mij weten, restauranthouders in dit deel van de stad richten zich op dagjesmensen. Niet op het werven en binden van vaste klanten.

Laten we hopen dat dit niet zo is. Want dat zou betekenen dat de horeca in het centrum van Amsterdam is teruggevallen tot een liefdeloze en keiharde business.

Paul Strijp, 26 mei 2024

Biodiversiteit aan de rafelranden

 



De rafelranden van de stad. Zoals viaducten onder of bij snelwegen. Vaak niet de meest aantrekkelijke plaatsen. Onherbergzaam, duister, sociaal onveilig. Toch zijn deze rafelranden interessant. Kunstenaars vinden er niet zelden een onderkomen en bespuiten de viaducten met hun graffiti. Maar er is nog iets interessants. De stadsnatuur tiert hier welig. Sterker, de biodiversiteit komt op deze plekken ten volle tot zijn recht.

Laten we zuinig zijn op onze rafelranden.

Paul Strijp, 26 mei 2024

woensdag 1 mei 2024

De hiernamaals-industrie draait op volle toeren


Mijn moeder heeft ooit een oom gehad die, vlak vóór zijn overlijden, verzucht schijnt te hebben: 'Het is mooi geweest, ik snap de wereld niet meer.' Dat zal zo'n jaar of zestig, zeventig geleden zijn. In onze herinnering waren dat toch rustige jaren, een stabiel tijdsbeeld. Maar de beste man kon de vernieuwingen toen al niet meer onder ogen zien. Aan die oom moest ik de afgelopen dagen denken. Ternauwernood kon ik zijn verzuchting onderdrukken. Maar als ik heel eerlijk ben: het wordt steeds lastiger om die wereld te begrijpen.

Afgelopen weekend in Trouw, een serieuze en respectabele krant toch? Twee volle pagina's over de hiernamaals-industrie. U zult vast denken: 'Pardon, welke industrie'? Ja, u leest het goed, een heel complex van bedrijven dat het met behulp van kunstmatige intelligentie (AI) mogelijk maakt om met je overleden dierbare te communiceren.

Hoe kan dat? Welnu, AI maakt een digitale kopie van een overleden mens aan de hand van diens appjes, mails, video's en spraakberichten bij leven. Zo'n virtueel persoon heet een avatar. Dat kun je zelf later ook worden, als je dat wilt. Daarmee treed je binnen in het rijk van de onsterfelijken. Vroeger ging je immers naar de hemel, tegenwoordig naar de cloud.

Niet iedereen is enthousiast. 'Rouwen betekent dat je het verlies onder ogen ziet, niet dat je je aan de overledene vastklampt.', zegt een scepticus. Streng toezicht is dan ook geboden. Nabestaanden mogen niet zonder toestemming van hun moeder een avatar van haar gebruiken. En de overleden moeder mag niet onaangekondigd bij haar nabestaanden op bezoek gaan.

Creatief als we zijn, hebben we dit vraagstuk ook al weer opgelost. Met een avatar-codicil. 'Ik geef wel / geen toestemming om na mijn dood een rouwbot van mij te maken'.

De oom van mijn moeder kon de jaren zeventig al niet aan, wat zou dit bericht met de beste man gedaan hebben?

(Bron: Trouw, weekend van 27 en 28 april 2024)


Paul Strijp, 1 mei 2024


zaterdag 27 april 2024

Als u bij Europarcs gaat zwemmen, vergeet dan niet een rechtsbijstandsverzekering af te sluiten

 



De laatste regel van het bord heeft dan toch nog iets van warmte in zich. Veel zwemplezier!, staat er. Dat is natuurlijk een pure plichtmatigheid, weinig waarachtig en evenmin gemeend. Want de bezoeker van het zwembad ziet bij binnenkomst dat Europarcs zichzelf juridisch helemaal heeft ingedekt. Voor welk voorval dan ook, wat er ook gebeurt. En dus gelden er 1001 verboden en instructies.

Zou het Europarcs niet sieren als ze zo'n bord zouden beginnen met een warm welkom? En dan ergens aan het einde zouden zeggen, in plaats van al die verboden en instructies: 'Wij vertrouwen erop dat u zich gedraagt zoals u thuis ook doet'.

Dat doen ze allemaal niet. Zorgt u er dan ook voor dat uw rechtsbijstandsverzekering geldig is als u bij Europarcs gaat zwemmen.

Paul Strijp, 27 april 2024 

vrijdag 26 april 2024

Theo van Doesburg hield niet van de baksteenboeren van de Amsterdamse School

 



In mijn favoriete museum in Amsterdam, het Amsterdamse School Museum Het Schip. Een en al bewieroking, een en al schoonheid. Van de grondlegger Michel de Klerk, die slechts 39 jaar oud mocht worden maar in dat korte leven een onwaarschijnlijke productiviteit aan de dag legde. Maar ook van andere architecten zoals Piet Kramer en Joan Melchior van der Meij. En niet te vergeten Hildo Krop, de beroemde stadsbeeldhouwer van Amsterdam.

In dat museum dus, waar geen dissonant of kritische toon te horen of te zien valt, duikt plots in een vergeten hoekje een grimmig citaat op. De kans is groot dat je er zo maar aan voorbij loopt. Maar het bord hangt er wel, een beetje weggemoffeld. Een keiharde kritiek van Theo van Doesburg, de oprichter van het tijdschrift De Stijl. De beste man moet zich groen en geel geërgerd hebben aan die baksteenboeren.

Wat is er op tegen om die kritiek op de Amsterdamse School in het museum prominenter in beeld te brengen? Juist die spanning, die frictie met de stroming van het nieuwe bouwen die de bouwkunst tot 1960 heeft gedomineerd, maakt het alleen maar interessanter.

Paul Strijp, 27 april 2024 

zondag 14 april 2024

De negende van Mahler en de ingebeelde pacemaker

Een aantal bezoekers keek wat ongemakkelijk om zich heen. Niet direct geïrriteerd, maar toch. Dit was nou ook weer niet de bedoeling. Wat was er aan de hand?

Het Concertgebouw in Amsterdam was volgepakt. Ter gelegenheid van een uitvoering van de negende van Mahler. De wereldberoemde symfonie in vier delen. Het eerste deel met het voorgevoel over de dood, het tweede met een rustieke volksdans die langzaam steeds sarcastischer wordt, gevolgd door een bedrijf vol geweldsuitbarstingen. Om te eindigen met het afscheid van Mahler, zijn losmaking van het leven, het oplossen in het niets. ‘Ze zijn ons slechts voorgegaan. En zullen niet meer terugkeren. Op de heuvels zullen we ze inhalen. In de zonneschijn! De dag is prachtig op de heuvels.’

Welnu, in die hogere sferen klonken ergens op het balkon ook hinderlijke tonen. Zachtjes weliswaar, maar hinderlijk. Tonen die niets met de losmaking van het leven of de oplossing in het niets te maken hadden. Eerder met een slecht verstaanbaar radioprogramma op een mobiele telefoon. Maar welke idioot zou het in zijn harses halen om tijdens deze uitvoering naar de radio te luisteren?

Tot ik voor mezelf bedacht had wat de bron zou moeten zijn. De pacemaker van mijn buurvrouw-op-leeftijd. Geen idee of zij die ook werkelijk droeg. Maar de gedachte bood mij rust. De tonen immers symboliseerden een voorgevoel over de dood. En geweldsuitbarstingen. Ik had er vrede mee, er kwam een rust over me heen zoals Mahler die voor het vierde deel van zijn symfonie beoogd heeft. 

Hoe een fantasie, een ingebeelde gedachte een hinderlijk voorval draaglijk kan maken.

Paul Strijp, 14 april 2024


zondag 7 april 2024

Wachten op Godot van Samuel Beckett laat de zin en schoonheid van het verval zien


 'Er gebeurt hier helemaal niets. Niemand die hier komt, niemand die hier gaat. Het is hier verschrikkelijk'.

Aldus Estragon, één van de personages, in het eerste bedrijf van het toneelstuk Wachten op Godot van de schrijver Samuel Beckett. Deze zin kwam binnen. Hij onderstreepte voor mij in alles de zinloosheid van het bestaan. Een nihilist, die Beckett, zo schoot door mijn hoofd.

Daar dacht de regisseur van het stuk, Erik Whien, anders over. In het programmaboekje las ik dat Beckett volgens hem een minimalist is. 'Hij laat zien dat er ook moois te vinden is in leegte'. Door te wachten worden we ons bewust van het verstrijken van de tijd, van de vergankelijkheid van het bestaan. 'Alles wat een begin en een midden heeft, heeft ook een einde. (...) Mooi zou zijn als eindigheid zo ook lichtheid in zich mag dragen'. Alles herhaalt zich tot in de eeuwigheid, maar met verval. Alles wordt minder, iedereen raakt dingen kwijt.

Zinloosheid, leegte, vergankelijkheid en eindigheid kunnen dus kennelijk samengaan. Waarbij Whien leert dat die drie laatste wel degelijk zin, betekenis kunnen hebben. En ook nog eens mooi kunnen zijn. Wat doet die zinloosheid van mij dan nog in dat rijtje? 

Mijn inzicht? Misschien moeten we iets niet te snel zinloos noemen.





Paul Strijp, 7 april 2024

Gezien tijdens de uitvoering van het Nationale Theater in de Amsterdamse Schouwburg.