Translate

zaterdag 13 februari 2016

Als jij iets krijgt en ik niet





De mens is van nature een hartstikke jaloers wezen. Als de ander iets extra's krijgt wat ik niet ontvang, dan is de wereld te klein.


Op een verjaardagsfeestje sprak ik ooit met een medewerkster van het Reumafonds. Zij vertelde mij dat die organisatie het plan had opgevat om haar vrijwilligers, de collectanten, in het zonnetje te zetten. Daartoe had het fonds een groot aantal kaarten gekocht voor een show van Joop van den Ende. Er was één maar: het totaal aantal vrijwilligers was groter dan het aantal kaarten. En dus koos het fonds voor het principe: wie het eerst maalt, wie het eerst haalt.


Op maandagochtend om negen uur werd een website opengesteld voor de bestelling van gratis kaarten. Om vijf over negen crashte de site. En wat iedereen natuurlijk levensgroot had zien aankomen: een groot aantal vrijwilligers wist géén kaart te bemachtigen. Dat waren vooral de ouderen die al meer dan veertig jaar door weer en wind langs de deuren liepen met hun collectebus. Het fonds ontving een groot aantal opzeggingen van woedende vrijwilligers. Waarom die ander wel een beloning en ik niet?


Het onderstaande filmpje van de wereldberoemde apenbioloog Frans de Waal moet u beslist even bekijken. Wat blijkt? Dergelijke gevoelens van jaloezie zijn diep ingebakken. Bij ons allemaal.

Schaam u dus niet. Als u die gevoelens óók heeft, is dat een blijk van een normale biologische aanleg. Ik heb er zelf ook last van.


https://www.youtube.com/watch?v=meiU6TxysCg


Maar schaam me er overigens wel voor.




Paul Strijp, 13 februari 2016

zaterdag 6 februari 2016

Ervaringen met een vluchteling (2): bewondering voor de leraar Nederlands




Daar stond ik dan. Op bezoek bij een Syrische vluchteling met zijn twee kinderen. Klassieke vluchtgeschiedenis: barre tocht door de woestijn en vervolgens met een bootje de Middellandse Zee over. Zeven maanden later al in het bezit van een verblijfsvergunning. In onze termen een èchte vluchteling: een man die bij terugkeer naar zijn land van herkomst te vrezen heeft voor zijn leven.

Vol optimisme had ik mij aangemeld om hem en zijn kinderen wat extra taallessen Nederlands te geven. Het aap, noot, mies, dat ging nog wel. Maar vroeg of laat beland je natuurlijk bij de wat ingewikkelder constructies. De overtreffende trap, voltooid deelwoord, dat werk.


Slim - slimmer, doceerde ik vol overtuiging. Nou, dat pikten deze nieuwkomers snel op. Rijk - rijkker kreeg ik prompt terug. De moed zakte mij in de schoenen. Hoe kun je mensen die alleen het aap, noot, mies beheersen deze grammaticale regels bijbrengen? Die vraag spookte ook door mijn hoofd toen ik had uitgelegd dat de voltooide tijd van werkwoorden waarvan de stam op een van de letters K, F, S, CH of P eindigt, altijd met een T geschreven wordt. Appeltje, eitje toch? Gewoon het kofschip uit onze jeugd. Ook dat pikten zij snel op. Vol trots schreven zij op: gelacht. Verwachtingsvol keken zij mij aan. Het enige wat zij zagen was een ietwat onzekere docent die nerveus met zijn papieren begon te schuiven.

Wat is onze taal toch moeilijk. En wat heb ik een respect voor onze professionele leraren Nederlands.


Paul Strijp, 6 februari 2016


zaterdag 30 januari 2016

Ervaringen met een vluchteling (1): ik ben trots op ons land



Daar stond ik dan. Op bezoek bij een Syrische vluchteling met zijn twee kinderen. Klassieke vluchtgeschiedenis: barre tocht door de woestijn en vervolgens met een bootje de Middellandse Zee over. Zeven maanden later al in het bezit van een verblijfsvergunning. In onze termen een èchte vluchteling: een man die bij terugkeer naar zijn land van herkomst te vrezen heeft voor zijn leven. En nu dus gehuisvest in een keurige portiek-etageflat.



Ik kijk om me heen en stel vast dat er in die flat nog veel moet gebeuren. Schilderwerk, lampjes ophangen, dat soort werk. Op hetzelfde moment word ik overvallen door een gevoel van trots. Trots op ons land. De laatste maanden schaam ik mij regelmatig voor het hardvochtige klimaat dat is ontstaan rondom de opvang van vluchtelingen. Maar dit doen we dan toch maar gewoon. Zonder al te veel ophef. Een ruime flat voor die Syrische man en zijn twee kinderen. Waarin ze 's avonds gewoon onder een warme douche kunnen. Desnoods twee keer per avond.


Ik realiseer me dat een Nederlandse woningzoekende door deze toewijzing weer wat langer moet wachten, maar ik ervaar op dit moment toch vooral het beschavingsniveau dat ons land ondanks alles nog steeds heeft.



Paul Strijp, 30 januari 2016


zondag 10 januari 2016

Coffee Company als de nieuwe studiezaal



Zondagmiddag. De Coffee Company aan het Javaplein in Amsterdam. We lopen er binnen om even te pauzeren tijdens een fikse stadswandeling. Je verwacht in dit steeds hippere deel van de stad veel reuring. Niets is minder waar: in de Coffee Company is het doodstil. We treden een ruimte binnen waar een serene rust heerst.



Opperste concentratie van jonge mensen. Allemaal gezeten achter hun laptop. Het individualisme ten top. Gewijde muziek op de achtergrond. Maar hier wordt niet geluierd. Of zo maar een beetje gekletst. Hier wordt gewerkt. De studiezalen van universiteiten en kloosters hebben zich naar het stadscentrum verplaatst. En zijn daar ook op zondagen geopend.





Vroeger hoorde je de mensen in de Coffee Company nog wel eens met elkaar praten.

Paul Strijp, 10 januari 2016



dinsdag 29 december 2015

Ziggo houdt niet van trouwe klanten



Het was best een stap. Als gezin hadden we er echt even voor nodig. Het voelde een beetje als een emotioneel afscheid. Maar het was gewoon een verstandige beslissing. Echt zo'n klusje dat je even in de kerstvakantie regelt. De aansluiting voor onze vaste telefoon, die moest er gewoon uit. We maakten er niet of nauwelijks nog gebruik van en zelf werden we op die lijn ook vrijwel nooit meer gebeld.

"Dat is natuurlijk geen enkel probleem", zo verzekerde de mevrouw van Ziggo mij, "ik zal uw gegevens er even bij nemen". Het beste mens stelde vast dat we een abonnement hadden voor internet, televisie en radio en dus ook voor vaste telefonie. Daarvoor betaalden we maandelijks 66 euro. "Eens even kijken, mijnheer. Dus u wilt geen vaste telefonie meer? Dan komen we uit op een nieuw maandbedrag van 72 euro". Ik liet haar weten dat we elkaar verkeerd begrepen hadden. Een nieuw abonnement met minder diensten kan immers onmogelijk duurder zijn.

Toch bleek dat, na een heleboel redeneringen van Ziggo-medewerkers van verschillende afdelingen, wel degelijk het geval. De clou van het verhaal? Klanten die Ziggo een tijdje geleden heeft overgenomen van UPC, mochten hun goedkopere abonnement behouden maar zouden bij de eerste beste wijziging van dat abonnement meteen onder het hogere Ziggo-tarief komen te vallen.

"Houdt u van voetbal?", zo vroeg de mevrouw nog. "Ik kan u wel drie maanden een gratis voetbalzender aanbieden ter compensatie".

Het moet niet gekker worden in de telecomwereld. De grote spelers hebben geen boodschap aan de vele jaren loyaliteit van klanten van de kleinere speler (UPC) die ze overnemen. Moeten ze allemaal zelf weten, maar heet die klanten bij de overname dan niet welkom op een manier alsof de dienstverlening en klantvriendelijkheid nu tot in de hemel gaan reiken. Die klanten moeten gewoon uitgeknepen worden, dat is de missie!

Gelukkig maakt de liberalisering van diezelfde telecomwereld het mogelijk om met één klik het geluk bij een andere aanbieder te beproeven.


Paul Strijp, 31 december 2015


N.B. Naschrift d.d. 9 januari 2016
Eerlijk is eerlijk. Bij het regelen van alle zaken rondom de afsluiting deed Ziggo mij toch nog an offer I can't refuse. Ze houden dus toch wel van trouwe klanten. Een beetje dan.


maandag 21 december 2015

Voor elke projectleider: de Wet van Louis Prompers



We zijn er inmiddels aan gewend, we kijken er nog nauwelijk van op. Elk groot infrastructureel project in Nederland lijdt aan vertraging of aan een aanzienlijke overschrijding van het budget. We halen er de schouders over op, een parlementaire commissie zal het wel weer eens allemaal uitzoeken en opschrijven. En we geloven nauwelijks dat de zaken daarna echt veranderen.

Onlangs was ik met een groep te gast bij de projectorganisatie voor de aanleg van de tunnel onder de A2 bij Maastricht. Als we de directeur van deze organisatie, de heer Louis Prompers, mogen geloven en als de voortekenen niet bedriegen, maakt dit project grote kans om binnen de randvoorwaarden van tijd en geld te worden opgeleverd.


Afbeeldingsresultaat voor prompers projectmanagement
 
 

Dat zou voorwaar een prestatie van formaat zijn. Want we hebben het hier toch niet over een kinderachtig project. Een tunnel met een lengte van 2,3 kilometer, met vier tunnelbuizen op elkaar gestapeld, twee boven en twee onder, met elk twee rijstroken. Sterker, samen met de verbreding van de A1 bij Muiden is dit het meest complexe project van ons land.


Afbeeldingsresultaat voor tunnel a2 maastricht
 
 
Hoe complexer het project, hoe eenvoudiger het recept van Prompers. Hij heeft slechts twee lessen. Eén: investeer in de relaties tussen de sleutelpersonen. De beste man deed dat door vertegenwoordigers van de vier toezichthoudende partijen in zijn organisatie (de gemeenten Maastricht en Meerssen, de provincie Limburg en Rijkswaterstaat) in een te kleine kantine bij elkaar te zetten. Ze konden elkaar niet ontwijken, er was geen ontsnappen aan, ze moesten met elkaar praten. En twee: zorg ervoor dat die Limburgers geen minderwaardigheidscomplex koesteren jegens de Randstad. Daar is volgens Prompers geen enkele aanleiding voor. Géén steriel pessimisme, noemde hij dat.
 
De tunnel is inmiddels gereed, maar nog niet in gebruik. We zullen de ontwikkelingen gedurende het laatste jaar dus moeten afwachten. Een kritische houding is zoals bij elk project gewenst, want ook bij Louis is er wel eens wat aan de hand (zie: http://www.a2maastricht.nl/nl/themas/inzet-buitenlandse-werknemers.aspx). Maar als de voortekenen niet bedriegen, zou de Wet van Prompers wel eens opgeld kunnen gaan doen.



Niet geld en techniek, maar sociale relaties en voldoende zelfrespect zijn doorslaggevend voor het slagen van een complex project.


Iedereen die wel eens een project leidt, zou deze wet ter harte moeten nemen.

Limburgers. En niet te vergeten: niet-Limburgers.

 
Paul Strijp, 21 december 2015

 
 
 


Goya biedt troost met bloeddorstige Saturnus



Elke vader kent dat wel. Dat knagende gevoel: ben ik wel een goede vader? Doe ik het wel goed? Geef ik mijn kinderen niet te veel ruimte? Of ben ik juist te streng? De permanente onzekerheid die vaderschap heet.

Er hangen duizenden schilderijen en prenten. En zoals de meeste bezoekers van het Rijksmuseum komen voor de Nachtwacht, zo komen ze hier voor de Meninas van Velasquez. In het Prado in Madrid. En toch sprong dat doek er voor mij juist niet uit. Neen, dat deed de Saturnus eet zijn zoon van Goya. Eén van zijn zogeheten zwarte schilderijen. Een hartverscheurend tafereel. In essentie een tafereel over de onzekerheid van het vaderschap.



Afbeeldingsresultaat voor saturnus eet zijn zoon


Saturnus, een telg van het godengeslacht der Titanen die de geslachtsdelen van zijn vader had afgehakt, had de gewoonte om zijn eigen kinderen direct na de geboorte op te eten. Er was hem namelijk voorspeld dat Juno, Pluto en Neptunus hem van de troon zouden stoten. Daar had Saturnus weinig trek in. Maar bij de geboorte van Jupiter kon de moeder het niet langer aanzien. Zij wikkelde een steen in een doek en gaf die aan Saturnus als ware het zijn zoon. Ondertussen voedde zij Jupiter in het geheim op. Toen die op leeftijd was, stootte hij zijn vader van de troon, dwong hem zijn kinderen uit te braken en verbande hem naar de onderwereld, de Tartarus.

Zo bloeddorstig als in deze klassieke mythe wordt de vaderlijke onzekerheid tegenwoordig niet meer beslecht. Daar prijs ik mij gelukkig mee. Goya, van wie bekend was dat hij aan depressies leed, zal er toch ook niet bepaald van opgeknapt zijn.

Het schilderij biedt mij troost, de worstelingen rondom het vaderschap zijn van alle tijden.


Paul Strijp, 21 december 2015

Bron: http://orpheuskijktom.com/2012/03/01/antieke-horror/