Translate

zaterdag 19 september 2015

PSV is warmte



Het kost me enige moeite om deze regels te schrijven. Ze voelen een beetje als verraad. Verraad naar mijn favoriete voetbalclub MVV. En ook wel een beetje naar Ajax, waarvoor ik altijd sympathie heb gevoeld. Maar het moet me echt van het hart: een wedstrijd bezoeken van PSV voelt als een warm bad.





Afgelopen dinsdag met Casper naar de Champions League wedstrijd tegen Manchester United. Vooraf een zeer ontspannen straatbeeld. Terrassen en restaurants vol, geen wanklank te bekennen. Gemoedelijkheid alom. Tijdens de wedstrijd -zoals de Volkskrant dat omschreef- trillend beton. Een kolkend stadion dat als één man achter de ploeg stond. Niet één fluitconcert tegen de eigen club te horen.

En wat niet minder belangrijk is: bij PSV hoef je je niet voor je kinderen te schamen. Geen vunzig taalgebruik, geen dreiging van agressie op de tribune. Bij de ingang waren wat opstoppingen van supporters. Die toonden zich weliswaar ongeduldig, maar gingen toch uiterst beschaafd het stadion binnen.

En wat evenmin onbelangrijk is: je voelt dat je hier te gast bent bij een nettte club. Geleid door verstandige mensen, geen vuile was op straat. PSV is afgelopen seizoen kampioen geworden, maar viste vele jaren daarvoor naast het net. Dat was een teleurstelling, maar bloedige revoluties door oude clubiconen bleven achterwege.

Tja, soms is het best lastig om gevoelens van sympathie voor anderen te bekennen. Valt niet mee, hoor!


Paul Strijp, 20 september 2015


donderdag 17 september 2015

Jack van Gelder is géén sportjournalist

 
 
 
Jack van Gelder nam onlangs afscheid van de publieke omroep. Na veertig jaar trouwe dienst maakt hij de overstap naar de commerciële zender Sport1. Hoewel hij bij de publieke omroep al één van de bestverdienende presentatoren was (en hij naar verluidt met zijn salaris ruim boven de Balkenende-norm zat), is hem deze stap van harte gegund. Waarom ook niet? Jack lijkt mij een sympathieke man. Maar Jack - en dat is mijn stelling - is géén journalist.
 

Om deze stelling te onderbouwen maak ik gebruik van het begrip afstand. Het heeft even geduurd voordat ik dat in de gaten kreeg, maar in veel beroepen (politicus, journalist, manager) is het bewaken van afstand een essentiële voorwaarde. Drie mensen hebben mij geholpen bij het verwerven van dat inzicht.


Allereerst Paul Witteman. "Journalisten en politici lopen elkaar in het Haagse voortdurend tegen het lijf", zo hoorde ik hem ooit zeggen. "Maar als ik diezelfde politici moet interviewen, tutoyeer ik hen niet." Paul Frissen, hoogleraar bestuurskunde, deed ook een duit in het zakje. Hij betoogt dat het goed is dat er een kloof is tussen burger en politiek. Zou die kloof er niet zijn, dan zouden beide samenvallen en zou de politiek geen legitimatie meer hebben om gezaghebbende beslissingen over het leven van die burgers te nemen.

Jabik Veenbaas, auteur, vertaler en dichter trok me definitief over de streep. Op mijn verzoek om te reageren op een recensie die ik over één van zijn boeken had geschreven, weigerde hij vriendelijk doch beslist. "Als je geschoren wordt, moet je stilzitten. Auteur en recensent moeten afstand tot elkaar bewaren".

Jack excuseert zich als hij al te kritische vragen aan de bondscoach stelt. "Sorry Danny, maar als journalist moet ik deze vraag wel stellen". Jack vraagt Wesley Sneijder om bij hem op schoot te komen zitten (https://www.youtube.com/watch?v=nAirThRSTK0) . En Jack laat televisiekijkend Nederland weten dat hij over het mobiele nummer van Johan beschikt.

Jack van Gelder houdt geen afstand. En is dus géén journalist maar een goede presentator van showbizz.
 
 
Paul Strijp, 18 september 2015

zondag 13 september 2015

Advocaten moeten een tunnelvisie hebben, betoogt Peter Plasman



"Zou u een tienvoudige moordenaar die zijn vrouw in stukjes heeft gesneden, ook verdedigen?". De vraag leek hem niet te deren, túúrlijk zou hij die verdedigen. "Als de telefoon op mijn advocatenkantoor rinkelt, dan verdedig ik de beller".

 
 
 
Afgelopen vrijdag toog ik mee met onze jongste dochter naar een gastcollege van Peter Plasman. Strafrechtadvocaat in Amsterdam, verdediger van onder andere de moordenaar van Theo van Gogh. Het werd een lesje in de deugd van eenzijdigheid.
 
In de kern kwam zijn betoog erop neer dat iedereen in het strafrecht zijn rol te vervullen heeft. De advocaat komt op voor de belangen van de verdachte, de officier van justitie voor die van de samenleving en de rechter weegt al die belangen om tot een genuanceerd oordeel te komen. Als iedereen die rol nu maar speelt, draait het systeem en komt alles op zijn pootjes terecht. So far, so good.
 
En dus pleit de advocaat voor vrijspraak als de officier in zijn tenlastelegging de verdachte diefstal voor de voeten werpt, waar dit eigenlijk verduistering had moeten zijn. En dus vraagt hij géén camerabeelden op als de verdachte hem in vertrouwen bekent het delict daadwerkelijk gepleegd te hebben; die beelden immers kunnen de positie van de verdachte verzwakken.
 
De essentie van het vak zit in pure eenzijdigheid. "Je moet alleen maar de belangen van je cliënt dienen, wat voor klootzak hij ook is", doceerde Plasman nuchter. Die eenzijdigheid moet ook in je persoonlijkheid zitten, voegde hij er fijntjes aan toe. Niet iedereen is voor dit vak geschikt, zo waarschuwde Plasman de jonge studenten ook nog.
 
Mijn dochter haalde haar schouders erbij op. Zelf dacht ik alleen maar: "Aan mij is geen begenadigd advocaat verloren gegaan".
 
 
Paul Strijp, 13 september 2015
 
 



vrijdag 11 september 2015

Een camera om een camera te bewaken



Met wel zeven sloten was hij geketend aan het huis. De scooter van onze buurman. En toch was hij een aantal weken geleden plots weg. 's Ochtends vroeg, zo maar, weg, meegenomen in de nacht. Onze buurman liet het er natuurlijk niet bij zitten. Hij schafte een camera aan. Die registreert de bewegingen van alle passanten. Maar het lot liet hem niet onberoerd. Vorige week was ook zijn camera verdwenen. Het is toch vreselijk. Het zou mij niet verbazen als hij binnenkort een tweede camera installeert om die andere, dan weer bevestigd na een uitkering van de verzekering, in de gaten te houden en te bewaken.


Zie hier de reflexen van een angstige sterveling. Geef de man eens ongelijk. Dit kleine leed staat symbool voor een grotere maatschappelijke en politieke beweging. De hedendaagse beveiligingswedloop kent geen grenzen. Of het nu komt door angst voor diefstal of angst voor aanslagen. Na de aanslagen op Charly Hebdo en de Thalys in Frankrijk volgde weer eens een reeks verdergaande veiligheidsmaatregelen. Kijk op de stations eens goed om je heen. Waar en wanneer eindigt dit? Ondertussen staat ook de privacywetgeving aan de vooravond van een ongekende versoepeling.


We voeren in Nederland felle debatten over de vraag of ons land nu vol is of niet. Wanneer stellen we onszelf de vraag naar de grenzen van onze beveiliging. Wanneer is genoeg gewoon genoeg?


Paul Strijp, 11 september 2015



woensdag 2 september 2015

Gelukkig kwam Ahmed Aboutaleb bij ons zijn geluk zoeken



"We zijn allemaal migranten. Veel bewoners van Rotterdam-Zuid hebben hun wortels, zonder dat ze dat zelf weten, in Brabant of Zeeland liggen." Om aan het eind van de avond te bekennen: "Ook ik was een gelukszoeker toen ik Marokko verliet".

 
 


Ahmed Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam, verzorgde gisteren de H.J. Schoo-lezing van weekblad Elsevier in de Rode Hoed in Amsterdam. Over de toekomst van de stad. Hij zette mij aan het denken. Waarom doen we eigenlijk zo spastisch over economische vluchtelingen? Als iemand voor zijn leven te vrezen heeft in zijn land van herkomst, mag hij hier blijven. Komt hij hierheen om zich te verrijken, dan moet hij als de wiedeweerga wegwezen. Economische motieven zijn verdacht. Tuurlijk moeten we ergens een grens trekken, maar toch kun je je de vraag stellen: wat is er mis met mensen die hierheen komen om er economisch beter van te worden?

Onze zoon is voor zijn studie voor een half jaar vertrokken naar Madrid, mijn broers hebben hun geluk ook in verre landen beproefd. Allemaal hebben ze hier niets te vrezen. Zygmunt Bauman, auteur van het boek Vloeibare tijden, formuleerde het treffend: "Langdurige ellende maakt miljoenen wanhopig". ... En dus volgen zij een rationele keuze en proberen ze de kost te verdienen op plaatsen waar dit mogelijk is, liever dan te blijven op plaatsen waar dit onmogelijk is. Aldus Bauman.

Laten we ons gelukkig prijzen dat Aboutaleb, die ons land met zijn komst geweldig verrijkt heeft, gelukszoeker was. En laten we ons gelukkig prijzen dat hij zijn geluk juist bij ons beproefd heeft.


Paul Strijp, 2 september 2015

zondag 16 augustus 2015

De Dikke Van Dale, afscheid van een monument



Vergangenheitsbewältigung. Prachtig woord. Ik las het gisteren in de NRC en snelde meteen naar boven. Sinds jaar en dag zoek ik daar in de Dikke Van Dale de betekenis op van moeilijke woorden. Vergangenheitsbewältigung staat voor de worsteling van onze oosterburen om met hun verleden in het reine te komen. Heerlijk, van zo'n woord kan ik dan echt even stil worden. Een momentje voor mezelf zogezegd.


 
 
 
Afgelopen zomervakantie had ik een achterstand in te halen. Honderden woorden had ik in de loop der jaren wel genoteerd als moeilijk woord, maar niet opgezocht. Deze inhaalklus was één van de hoogtepunten van de vakantie, mijn vrouw is inmiddels aan deze merkwaardige afwijking gewend. Een selectie uit de veelheid aan woorden: arachnafobie, caveat emptor, epifanie, languissant, vitriool, compos mentis. Ik kan u één ding verzekeren: ik heb er mijn vingers bij afgelikt. Denkt u ook eens na over deze hobby, u zult er geen spijt van hebben.
 
Maar dit genot ging gepaard met een nieuw inzicht. Voor de betekenis van al deze woorden heb ik de Dikke Van Dale helemaal niet meer nodig. Ook hier voorziet Google in een behoefte. De Dikke van Dale in mijn boekenkast doet mij denken aan de encyclopedieën van Oosthoek of de Winkler Prins bij mijn ouders. Als ik die zie staan, moet ik glimlachen. Iconen van een voorbij verleden.
 
Het is onvermijdelijk, de Dikke Van Dale moet eruit. Dat doet pijn.
 
 
Paul Strijp, 16 augustus 2015


zondag 9 augustus 2015

Papageno en het luisterend oor



Soms zijn er van die dagen dat je op meerdere momenten met één levenswijsheid wordt geconfronteerd. "Een mens heeft twee oren en één mond om twee keer zoveel te luisteren als te praten" schreef het Financieele Dagblad niet te missen op de voorpagina van het zaterdagmagazine. Die kwam binnen. "Ja, ze hebben gelijk", dacht ik, "probeer nou eens gewoon meer te luisteren. Altijd maar dat zelf aan het woord willen zijn".





Nauwelijks een aantal uren later stapten we het Uitvaartmuseum in Amsterdam binnen. Een tijdelijke expositie over zelfmoord, "De Vogelvanger" geheten. De vogelvanger heet Papageno en stamt uit Mozart's opera Die Zauberflöte. Na een afwijzing in de liefde wil hij een einde maken aan zijn leven. Maar op het cruciale moment spreken drie jongens een aantal bemoedigende woorden tot hem. Papageno kiest voor het leven.

"In de meeste gevallen is het netwerk niet van touw, maar een netwerk van hoopgevende communicatie die vastgelopen gedachtepatronen ontknoopt. (...) Een luisterend oor en begrip zijn immers een krachtig vangnet", schrijven de makers van de tentoonstelling.

Nederland kent 95.000 Papageno's op jaarbasis. Hun angst voor het leven is sterker dan hun hoogtevrees. De expositie laat zien en horen hoe vrijwilligers die mensen midden in de nacht te woord staan. Mensen die vanuit een appartement uitkijken op een verlaten metropool en werkelijk geen enkele uitweg meer zien. Heel vaak als gevolg van financiële problemen door de crisis, viel mij op. Het luisterend oor van die vrijwilligers biedt vaak soelaas.






We gaan het weer proberen, het is lastig genoeg. Ik neem mij voor om elke dag weer even vast te stellen dat ik twee oren en één mond heb.


Paul Strijp, 9 augustus 2015

(bronnen: foto's genomen in Uitvaartmuseum Amsterdam)