Translate

vrijdag 26 december 2014

Safari-moeheid



Zo heel veel trek had hij er niet in. Alweer een safari, dat kwam hem eigenlijk wel zijn keel uit. Vooral die tochten overdag waarbij je geen enkel beest van de Big Five zag, konden hem gestolen worden. De verzengende hitte deed het laatste beetje zin verdampen.

Terwijl voor ons, voor ons als gezin, die safari's het hoogtepunt vormden. Naast het familieweerzien dè prikkel om naar Zuid-Afrika te gaan. Big Five of geen Big Five, dat donderde niet. Terend op eerdere herinneringen vroegen wij ons vertwijfeld af: hoe kun je nu ooit genoeg krijgen van een safari? Maar kennelijk kan de verveling ook in een Zuid-Afrikaans national park toeslaan.

En toch ging hij mee, mijn broer. Voor een ochtendsafari. Half vijf op. Een beetje schuldig voelde ik me wel. Hij had er natuurlijk ook voor kunnen kiezen om uit te slapen. Dat had hij als onze gastheer wel verdiend. Alleen een ontmoeting met een roofdier uit de Big Five zou dat schuldgevoel kunnen wegnemen.




We kregen meer dan dat. Leeuwen en rhino's van de Big Five. En die leeuwen liepen nog wel recht op onze jeep af. Verder wilde honden en hippo's uit de categorie 'gevaarlijk maar geen Big Five'. Om de talloze zebra's, apen, impala's, giraffen en ander onschuldig gedierte vooral niet te vergeten. Hij genoot. Dat kon je zien en dat gaf hij zelf ook aan. "We  hebben geboft", liet hij ons weten.

Ik verliet opgelucht de jeep, dit was een spannende safari.

Paul Strijp, 25 december 2014



woensdag 10 december 2014

Als u uitstekend lacht, kunt u een glaasje extra nemen



"Uw score geeft aan dat u gedurende de afgelopen vier weken voldoende heeft gelachen. Heel goed!".

Aldus het oordeel over het onderdeel 'humor' in de gezondheidstest die ik via mijn werkgever mocht ondergaan. In de toelichting lees ik dat lachen de productie van endorfine stimuleert en daarmee een kalmerend effect heeft. Lachen vermindert ook de hoeveelheid stresshormonen en zorgt voor spierontspanning.

Andere onderdelen in de test zijn: bewegen, het eten van fruit en groente, het regelmatig nuttigen van een ontbijt, roken, alcoholconsumptie, slaap en ontspanning.




Uiteindelijk gaat het om de totaalscore op al deze onderdelen. Mijn score voldoende gelachen kan beter. Er is ook een mogelijkheid dat je uitstekend gelachen hebt. Dan hoef je dus minder fruit te eten. Of kun je 's avonds een borrel extra nemen.

Met degene die mij uitstekend aan het lachen brengt, ga ik graag tot in de vroege uurtjes een borrel drinken. Over het bijbehorende slaaptekort en het ontbijt dat we de volgende ochtend missen, hoeven we ons geen zorgen te maken.


Paul Strijp, 10 december 2014


Lompe communicatie in Amsterdam IJburg



Een park in IJburg in Amsterdam. Bij het einde van een brug hangen een aantal borden. Ik sta versteld van zoveel lompheid. Twee borden met een gebod en eentje met een onduidelijke boodschap. Bij gladheid wordt niet gestrooid. En wie is de afzender van deze boodschap?, vraag ik mij af. Tot wie kan ik mij richten als ik het met de beslissing om niet te strooien oneens ben? Tot het stadsdeel Amsterdam-Oost? Of tot een of andere gemeentelijke dienst? Géén idee!

En waarom wordt er dan wel niet gestrooid? Bezuinigingen? Géén strooizout meer verkrijgbaar? Vallen botbreuken als gevolg van uitglijden voortaan onder het eigen risico van de burger? Of is de overheid van mening dat de burger bij gladheid zelf maar moet strooien? Een maatregel in het kader van de participatiemaatschappij zogezegd. Als burger tast ik in het duister. 





Maar één ding is zeker. Als het hier een maatregel in het kader van de participatiemaatschappij betreft, dan voel ik mij beslist niet aangesproken en uitgenodigd. Daar is meer voor nodig.

De overheid buigt zich al vele decennia over de vraag hoe zij de burger serieus en met respect tegemoet kan treden. Soms zie en ervaar je hoe moeizaam dat proces kennelijk is.

Paul Strijp, 10 december 2014



zaterdag 22 november 2014

Van Don't lose heart van Hella de Jonge herinner ik mij Bart Chabot





Ze waren er allemaal. Mark Rutte, Monique van der Ven met haar Edwin de Vries, Boudewijn de Groot, Paul Scheffer, Gert-Jan Wolffensperger, Paul van Vliet, Mies Bouwman, Hanneke Groenteman, Ronald Plasterk. Ze waren er allemaal, op de IDFA, bij de première van Don't lose heart van Hella de Jonge. Vrouw van. De BN-ers hoorde je elkaar de vraag stellen: "Ben jij hier ook op uitnodiging van Hella?". Wij kochten een kaartje bij de kassa.



Een interessante documentaire. Maar ook niet meer dan dat. Een documentaire die wonderlijk genoeg slechts af en toe ècht raakt. Aan de thematiek kan het niet liggen. Over de moeizame relatie van Hella de Jonge met haar vader Eli Asser. Een relatie die de tweede-generatie-problematiek in beeld brengt. Een relatie ook die zich ontwikkelt door de toenadering van Hella tot haar vader en door haar ontdekking van complexe familieverhoudingen. En toch raakte het mij dus niet. Zal vast aan mij liggen, de rest vond het wel mooi. Geloof ik.


Aan het einde vraagt Hella op het podium van Tuschinski net iets te lang de aandacht van het publiek. Veel uitleg van haar kant en een applaus voor werkelijk iedereen die een bijdrage aan haar documentaire heeft geleverd. Had ze niet moeten doen. Laat de mensen met de documentaire naar huis gaan, gun ze allemaal hun eigen interpretatie.


Na afloop kom ik op een smal trappetje in dat grote theater een grote man tegen. We kunnen niet allebei passeren, ik laat hem vóór gaan en zie Bart Chabot. Hij benut de vrije ruimte en loopt naar beneden. Je ziet dat hij mijn gebaar waardeert. "Dank u wel", zegt hij gemeend. Allerminst een houding van "Logisch dat u mij vóór laat, ik ben een bekende Nederlander".
 

Ik kan er niets aan doen. Als ik aan Don't lose heart denk, denk ik aan Bart Chabot.


Paul Strijp, 22 november 2014

Aan deze Sinterklaas zal het niet liggen



Binnen de club heb ik een concurrent. Maar voor het derde jaar op rij hebben ze mij gevraagd. Zonder dat ik daarvoor heb moeten lobbyen. Als ik ooit nog eens op zoek moet naar ander werk, dan weet ik dat ik dit vak beheers. Net zoals het vak van collectant voor een fonds van een of andere nare ziekte. Ook daar laat ik me elk jaar weer voor strikken, ook daar durf ik géén neen tegen te zeggen.



 
 
Onder luid gezang schrijd ik de kantine binnen. Je pas vertragen Paul, je pas vertragen, schiet door mijn hoofd. Die trage pas van Sinterklaas maakte op mij als kind veel indruk.

Elk kind valt ooit van zijn geloof. Dat is een onverbiddelijke wetmatigheid in ieders leven. Zelf herinner ik mij het handschrift van mijn moeder te herkennen in een brief die Sint voor ons ooit heeft geschreven. Toen was het gebeurd, in één luttele seconde. Dat zal mij vandaag niet gebeuren. Dat kinderen zich vandaag van hun geloof afkeren omdat deze Sinterklaas door de mand valt. No way.







Terwijl ik de verhaaltjes voorlees, voel ik hoe mijn Sinterklaasgewaad bijna uit zijn voegen barst. Het wordt door veiligheidsspelden bij elkaar gehouden. Als één speld het begeeft, zit ik in mijn gewone kleren voor de zaal en vallen àlle kinderen van hun geloof. Honderd stuks. Aan deze Sinterklaas zal het niet liggen, houd ik mijzelf voor. De temperatuur stijgt, ik voel hoe mijn snor en baard tot onder mijn kin zakken. "Je kunt het hele gezicht van Sinterklaas zien", hoor ik één van de kinderen fluisteren. Een ander vertrouwt mijn schoenen niet.
 
Onder luid gezang verlaat ik de kantine. De klus is geklaard, aan deze Sinterklaas heeft het dus niet gelegen. Hoop ik.
 

Paul Strijp, 22 november 2014

zaterdag 8 november 2014

Verre buren


Veel contact hebben we niet met elkaar, de mensen in ons straatje. U kent dat wel: vriendelijk groeten, in de zomer een praatje, bij elkaar aanbellen als je suiker nodig hebt of even een boormachine wilt lenen. En dat is het dan ook wel. Allemaal tweeverdieners, ieder zijn eigen leven. Geen straatfeesten zoals die verderop in de buurt wel georganiseerd worden. 
 
Gisteren trouwde een samenwonend stel uit onze straat. 's Avonds feest, buiten onze woonplaats. We waren allemaal uitgenodigd. En het moet gezegd: het was niet alleen gezellig, we hadden ook nog eens aardige gesprekken met elkaar. Niet diepgaand, maar gewoon, over de kinderen die langzaam het huis verlaten, over onze toekomstplannen, wel of niet verhuizen. Waar werk jij eigenlijk?, vroeg één van de buurmannen mij op zeker moment. We wonen dan ook pas twintig jaar bij elkaar in de straat. Twee huizen van elkaar verwijderd.

Is het een teken van deze moderne tijd? Om met je buren in gesprek te komen, moet je ver weg gaan.

Paul Strijp, 8 november 2014

maandag 3 november 2014

De opmars van het derde generatie Engels



Houdt u nog wel eens een presentatie? Op uw werk of bij de sportvereniging bijvoorbeeld? Die kans is niet zo heel groot. Als u tegenwoordig gevraagd wordt om ergens een verhaal te houden, dan houdt u een pitch. Gewone presentaties of voordrachten bestaan niet meer, u pitcht. En gaat u nog wel eens naar een symposium of congres? Ook die kans is niet zo groot. Tegenwoordig bezoekt u een event. En daar heeft u de mogelijkheid om aan breaking out sessies deel te nemen. Maanden vóór dat event heeft u al een save the date ontvangen. Vroeger noemden we dat een aankondiging. De rillingen liepen mij echt over de rug toen iemand mij onlangs vroeg of ik een bijeenkomst zou willen hosten. Hosten? Ja, als gastheer optreden.




Het Engels is weer eens bezig met een offensief. Bovenstaande voorbeelden vertegenwoordigen het derde generatie Engels. De eerste generatie kwam voort uit de managementliteratuur en heeft zich inmiddels stevig in onze taal verankerd. Wie realiseert zich nog dat management en coach van oorsprong helemaal geen Nederlandse woorden zijn? De tweede generatie diende zich aan met de opkomst van het internet. We googlen, browsen en appen wat af tegenwoordig. Uiteraard alléén als u over content beschikt. Hebben wij hier nu echt geen eigen woorden voor?

In de geest van Louis van Gaal zou ik de vraag willen stellen: is het Nederlands nu zo zwak of is het Engels zo sterk?


Paul Strijp, 4 november 2014