Translate

zaterdag 1 november 2014

Wat moet ik nu doen, mijnheer Piketty?



Hij schreef een boek en was in één klap wereldberoemd. De Fransman Thomas Piketty. Hij wordt al de nieuwe Karl Marx genoemd. In Kapitaal in de 21e eeuw laat hij zien hoe het rendement op vermogen groter wordt dan de economische groei. In mijn eigen woorden: mensen met veel kapitaal op de bank en veel onroerend goed worden rijker zonder er iets voor te hoeven doen. En dat proces gaat sneller dan de toename van welvaart voor de gewone stervelingen die voor hun geld moeten werken. Gevolg: een steeds grotere ongelijkheid, wereldwijd. Dus ook in Nederland waar de inkomensverschillen nog wel meevallen, maar de verschillen in vermogen wel aanzienlijk zijn. De remedie van Piketty? Voer maar een wereldwijde belasting op vermogen in.


 
 
 
Piketty heeft met zijn boek het thema ongelijkheid op de mondiale agenda gezet. In zijn voetspoor vroegen president Obama, de paus en het Internationaal Monetair Fonds aandacht hiervoor. En in Nederland publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid onlangs een rapport over ongelijkheid. Toenemende inkomensongelijkheid hangt samen met minder vertrouwen, stelde de Raad. Zowel minder vertrouwen tussen burgers onderling als ook minder vertrouwen van die burgers in de rechtsstaat en het parlement. Ongelijkheid heeft dus een destabiliserend maatschappelijk effect. Maar ongelijkheid heeft ook een moreel aspect. Er zijn grenzen aan wat de mensheid aan ongelijkheid wil accepteren.
 



 
 
En als je dat dan allemaal weet, dan zie en hoor je overal ongelijkheid om je heen. Tweedeling dreigt in Nederland kopte de NRC afgelopen donderdag. Strekking van dat verhaal: ons land dreigt zichzelf sociaal en cultureel in tweeën te delen. Hoogopgeleiden sluiten zichzelf op, gaan vooral met elkaar om en kijken neer op de cultuur van lageropgeleiden.

Zo, daar zit je dan als moderne burger die zich mede verantwoordelijk voelt voor wat er in de wereld gebeurt. Aan de klimaatverandering kun je wellicht nog een miniscule bijdrage leveren door op je goede gedrag te letten. Maar wat moet ik doen om die mondiale ongelijkheid van Piketty te stoppen? Er is nog geen politieke partij die, als ik dat al zou willen, een wereldwijde belasting op vermogen in haar programma heeft staan. En inderdaad, als hogeropgeleide ga ook ik vooral met gelijkgestemden om. Is het nu de bedoeling dat je lageropgeleiden opzoekt om die tweedeling te keren?
 
Kennelijk ben ook ik onderdeel van een probleem. Maar zelf ervaar ik dat helemaal niet. Mijnheer Piketty en anderen, vertelt u mij: ik wil graag mijn verantwoordelijkheid nemen, maar wat moet ik doen?
 
 
Paul Strijp, 1 november 2014


Een knuffel voor de spelers van MVV Maastricht



Het pijnlijkst was het beeld na afloop van de wedstrijd. De spelers van MVV Maastricht wilden de meegereisde supporters bedanken. Maar die protesteerden. Niet door te joelen en te fluiten, maar door collectief te zitten en zwijgen. Deze supporters waren ontgoocheld. Drie uur in de bus op vrijdagavond om je club te zien afdalen naar de kelder van het betaald voetbal.

Een klein jaar geleden schreef ik mijn eerste overpeinzinkje. Over het verdriet dat ik had van de tegenvallende prestaties van mijn favoriete voetbalclub, MVV Maastricht. En over de nostalgie. Het verlangen naar de tijden van vroeger toen MVV nog een rol van betekenis speelde en grote tegenstanders als Ajax en Feijenoord huiverden als ze in Maastricht moesten voetballen.

Gisteren speelde MVV Maastricht in Velsen tegen Telstar. Ik heb lang getwijfeld maar uiteindelijk durfde ik te gaan kijken. Tegen Volendam een aantal weken eerder had ik dat lef niet. Bang voor en op voorhand al zeker van de nederlaag. Niemand ging gisteren met mij mee. Zoon noch vriend. In mijn eentje zat ik tussen de supporters van Telstar.




Het decor bij Telstar was sfeervol. Gezelliger in elk geval dan in de Amsterdam Arena. Stadion in een lommerrijke buurt, kaartverkoop in een ouderwets hokje zonder pinautomaat, fanatieke supportersaanhang. Telstar is een sympathieke club, Telstar moet blijven. Met prachtige iconen zoals een man van een jaar of zeventig die het publiek amuseerde door op zijn gitaar de muziek uit de speakers te imiteren.




De wedstrijd kan het best omschreven worden als om aan te zien. Geen hoogstaand voetbal, maar veel strijd, hard werken en fair play. MVV Maastricht verloor met 2-0. Dat was verdiend. Mijn club kwam kracht en techniek te kort. De wedstrijd had 24 uur kunnen duren, dan nog had MVV niet gescoord. Zeven doelpunten uit twaalf wedstrijden. Kenners zeggen dan dat er iets schort aan het scorend vermogen.

We kunnen de spelers niets kwalijk nemen. Er zit gewoon niet meer in. Deze harde werkelijkheid moet ik onder ogen zien. De droom dat MVV nog een periodetitel wint en volgend seizoen Ajax ontvangt in het Geusseltstadion in Maastricht, moet ik niet meer dromen. Na het laatste fluitsignaal lagen de spelers uitgeput en wanhopig op de grasmat. Moe gestreden. Machteloos. Knock out.

MVV Maastricht deed me denken aan een kind dat op zijn tenen moet lopen. Een kind dat te hoog is ingedeeld. Een kind dat je tegen je borst wilt drukken en wilt troosten. "Kom maar schat, het is niet erg, je kunt er zelf ook niets aan doen. We gaan wel een andere school voor je zoeken".


Paul Strijp, 1 november 2014

zaterdag 25 oktober 2014

De schoonheid van de stadsvernieuwing



De stadsvernieuwing in Amsterdam. Een traditie waarmee de gemeente en corporaties al vele decennia ervaring hebben. Vroeger kon die veel protesten en emoties oproepen. Tegenwoordig verloopt de stadsvernieuwing, vooral in Amsterdam-Noord, -West en Zuidoost, een stuk geruislozer. Grote delen van het oude Amsterdam maken plaats voor nieuwe woonwijken. Je hoort er eigenlijk nooit zo veel van, mijn indruk is dat de bewoners het wel prima vinden.

Elke dag fiets ik in Amsterdam-Oost langs een huizenblok dat ook tegen de vlakte moet. Aan de Zeeburgerdijk. Ook hier geldt: op het oog niet zo heel veel aan de hand. Een ogenschijnlijk soepele en mechanistische operatie. Toch, als je goed kijkt, is er veel gaande.



 
 

Allereerst de schoonheid van de operatie. Ik word getroffen door de pracht van de sloop en de afbraak. Bulldozers en hijskranen die nietsontziend hele woonblokken ruïneren. De resten, vaak halve woon- en slaapkamers, die hulpeloos overeind blijven. In de wetenschap dat ook zij een keer onvermijdelijk te gronde zullen gaan.

De bewoners die soms wanhopig en machteloos zijn. En dan God aanroepen om zijn verantwoordelijkheid te nemen. Ik vraag mij af: waarin schuilt die wanhoop? De slechte staat van de woningen, de geringe sociale cohesie in de buurt, de traagheid van de sloop? En wat zou God zelf van die oproep vinden? Zou hij zich verantwoordelijk voelen?



 
 
 
En als je heel goed kijkt, tussen de hekken en de resten van de huizen, ontdek je dat de bewoners soms ook nog ruimte hebben. Ruimte voor ironie. Of zouden de bewoners elkaar hier ècht in de haren zijn gevlogen bij het ruilen van partner?








De schoonheid van de stadsvernieuwing zit in de details.


Paul Strijp, 26 oktober 2014

woensdag 22 oktober 2014

De serveerster van Lebbis werkt in de CousCousClub



https://www.youtube.com/watch?v=7Yw3hzp1rJY

Kijkt u voordat u verder leest eerst even naar dit filmpje. Dat kost u iets meer dan drie minuten, maar daar zult u geen spijt van hebben. Zelf verkeerde ik in shock na het zien ervan. Waarom is het in Nederland toch zo moeilijk om in de dienstverlening kwaliteit, snelheid en vriendelijkheid te leveren? Dat is in essentie de vraag die de cabaretier Lebbis oproept. Het lijkt zo simpel, maar heeft u ooit de dienstverlening ervaren waar Lebbis zo naar verlangt?

Mijn persoonlijke antwoord op die vraag luidde: neen, dat heb ik nooit! En net op het moment dat je je met zo'n antwoord verzoend hebt (de dienstverlening in Nederland is nu eenmaal slecht, maar voor het overige hebben we in dit land niet te klagen), stapt de gedroomde serveerster recht op je af. En dan is er ook geen ontkomen meer aan.




Ja, ze bestaan dus nog. Mensen in de horeca die kwaliteit, snelheid en vriendelijkheid leveren. En die dat voor het oog met het grootste gemak doen. Gaat u eens eten in de CousCousClub aan de Ceintuurbaan in Amsterdam.

Terwijl wij zaten te genieten van een heerlijke maaltijd voor een alleszins schappelijke prijs, vroegen wij ons af waar de couscous nu vandaan komt. Marokko, Tunesië? De serveerster wist het ook niet precies, dat kon je afleiden aan haar wat onzekere gebaartjes. Zij vond dat vervelend en liep resoluut de keuken binnen om dat aan haar baas te vragen. Zoals Lebbis zijn mayonaise kreeg, zo kregen wij iets later een keurig antwoord op onze vraag. Oorspronkelijk komt de couscous uit het Atlasgebergte, later heeft hij zich verspreid onder de landen rondom de Middellandse Zee en Parijs. Had allemaal niet gehoeven, zo'n antwoord, maar we kregen het wel.

Lebbis moet snel in de CousCousClub gaan eten.

Paul Strijp, 22 oktober 2014

maandag 13 oktober 2014

Studentenleven, leven van contrasten



In nauwelijks vierentwintig uur. Twee impressies over een bepaald type leven, het studentenleven.

Mijn vriend en zwager, werkzaam in de ambulante zorg voor psychiatrische patiënten, vertelde mij tijdens een wandeling door de Doornse bossen over het verschijnsel psychose. Dit komt relatief veel voor bij jonge mensen vóór hun dertigste, vooral studenten. Die maken een turbulente tijd in hun leven door: nieuwe studie, nieuwe vrienden, vaak ook een nieuwe stad. Kortom: nogal wat prikkels te verwerken. En dan kan het gebeuren dat ze van het één op het andere moment dingen zien die er niet zijn. Waanbeelden dus. Die komen óók voor bij de sportievelingen en de bollebozen, met een tekort aan lichaamsbeweging of intelligentie heeft psychose dus allemaal niets te maken. Het leven van psychotische patiënten stort in. Hun hoop is gevestigd op de inspanning van zorgverleners en op de werking van medicamenten.



Een etmaal later zaten we in het auditorium van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Diploma-uitreiking voor de bachelor psychologie van onze oudste dochter. Om me heen zie ik louter mooie en zelfbewuste jonge mensen. Vol zelfvertrouwen ook. Tekenend vond ik de soepele wijze waarop een studente die voor mij zat, een probleempje oploste. Zij ontdekte dat ze haar legitimatiebewijs had vergeten. Normaal gesproken kun je de uitreiking van je bul dan wel vergeten. Maar geen paniek, deze dame stuurde haar broer naar huis om dat bewijs op te halen, liep naar de zijkant van het podium waar ze de secretaris van de examencommissie fijntjes uitlegde dat hij die legitimatie later heus wel te zien kreeg. De secretaris was duidelijk onder de indruk en knikte gedwee. De studente kreeg gewoon haar diploma.

Allemaal studenten die het eerste deel van hun studie succesvol hebben afgerond en vol verwachting aan het tweede beginnen. Zich misschien niet eens bewust zijn van de kwetsbare kant van hun bestaan.

Ik ben trots op onze dochter en denk op hetzelfde moment aan de patiënten van mijn zwager die hier niet bij zijn.

Paul Strijp, 14 oktober 2014






dinsdag 16 september 2014

De burgemeester en die knalroze deur in Zwartsluis



Soms lees je een zinnetje in de krant en dat zinnetje vergeet je je hele leven niet meer. Niet dat dat zinnetje zo veelbetekenend is, maar gewoon, je vergeet dat niet. Zo las ik ooit, misschien wel dertig jaar geleden, een interview met wijlen minister Jan de Koning. "Mijn vader was vroeger burgemeester van Zwartsluis, dat is moeilijker dan minister", zo vertrouwde hij ons toe. Vraag me niet waarom, maar dit zinnetje nestelde zich voorgoed in mijn geheugen.


Afgelopen weekend maakte ik met een vriend een fietstocht rond het IJsselmeer. Ik had het al op de kaart zien staan, mijn hart maakte een sprongetje: Zwartsluis. Dat dorp zouden we passeren. Reeds van ver was ik gespannen en probeerde ik de eerste huizen te ontwaren. En toen we het stadje binnenreden, sprong een rode, knalroze deur in mijn oog. Die deur was zó verkeerd, dat hij tot in de verre regio pijn deed. Hij detoneerde, zogezegd. Mijn eerste associatie was: een concentratie van huizen voor prostituees. Vervolgens schrik: hoe kan dat, in dit zwaargelovige dorp? Mijn vermoeden bleek, voor zover ik kon nagaan, ongegrond. Gewoon een fout rijtjeshuis.


Ik heb spijt als haren op mijn hoofd dat ik van die deur geen foto heb genomen. Die houdt u van mij tegoed, ik ga een keer terug naar Zwartsluis. En ik raad u vooral aan: ga zelf ook naar Zwartsluis om die deur te bekijken. U zult er geen spijt van hebben!

De hele verdere fietstocht heb ik mij afgevraagd: zou de burgemeester van Zwartsluis in gesprek gaan met de bewoners over de kleur van hun deur? En zo ja, hoe pakt hij dat gesprek dan aan?


Paul Strijp, 16 september 2014

zaterdag 6 september 2014

Van Seneca naar Wim Kieft



Ruim een jaar geleden zat hij gebogen over de boeken van Seneca. Voor zijn eindexamen. En nu, nu verslindt hij de biografieën van topvoetballers. René van der Gijp, Andy van der Meijde, Glenn Helder, Wim Kieft. Ik vraag mij af: hoe kan dat? Waar komt die radicale omslag vandaan, waarom weet Seneca zijn aandacht niet vast te houden?






 
Seneca was een stoïcijn. Het stoïcisme probeert mensen ongevoelig te maken voor het lot. Stoïcijnen verlangen naar tegenslagen. Die zorgen er voor dat we luxe en succes relativeren. Bezit en succes moeten we volgens Seneca mentaal afschrijven zodat we immuun worden voor de pijn van het verlies ervan.


En dan Willem Kieft. Over hem is recent een fascinerende biografie verschenen. Die verhaalt over zijn angsten en zijn totale gebrek aan zelfvertrouwen, óók tijdens zijn successen als topvoetballer, zijn twintigjarige verslaving en zijn fragiele herstel op dit moment. In die biografie lezen we het volgende.


" Het PSV van die eerste jaren was een lekkere spelersgroep om bij aan te sluiten. Iedereen wist precies wat er gevraagd werd op dat niveau (...). De totale overmoed die over ons kwam nadat we de Europa Cup hadden gewonnen, dat was het begin van het einde voor onze generatie. (....) Toen we op zaterdag aankwamen in ons hotel in Spanje, liepen we rechtstreeks door naar de bar. Bier, wijn, er werd van alles gedronken. Heel langzaam ging PSV er toen aan, als elftal".

Over zijn successen als spits in het voetbal zegt hij.
"Zo was het altijd wat. Scoren zorgde voor problemen, niet scoren ook. Het was dus nooit echt ontspannen, dat voetballen. Nooit echt lekker".

En over de luxe die door de verslaving uit zijn leven verdween.
"Ik kocht een hele dure Mercedes Station. Kostte destijds 120.000 gulden. (...) De laatste jaren reis ik dus met de trein. Niet erg."

Wim Kieft heeft de levenswijsheden van Seneca aan den lijve ondervonden. Had hij deze maar eerder in zijn leven tot zich kunnen nemen, dat had hem wellicht veel ellende bespaard.

Met het lezen van de biografieën van voetballers is dus helemaal geen sprake van een radicale omslag bij mijn zoon. Eigenlijk leest hij nog steeds Seneca.

Paul Strijp, 6 september 2014