Translate

woensdag 12 juni 2024

Groeten uit Denemarken (9): Geen armoede, geen onderhoud?





Het zal toch geen uiting van collectieve armoede zijn? Deze vraag schoot regelmatig door me heen. Bij het zien van zoveel huizen in Denemarken waarvan het buitenschilderwerk slecht of niet onderhouden is. In het begin kun je zo’n observatie moeilijk plaatsen. Zal wel toeval wezen. Maar na een paar weken trek je de conclusie dat het dat niet is. Geen toeval dus. Daarvoor is de schaal te groot.

En ook geen collectieve armoede. Want die bestaat in Denemarken niet. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek kent dit land samen met Finland het laagste aandeel armen. Minder dan één op de tien personen. De afstand tussen de hoogste en laagste inkomens is in deze landen het kleinst van heel Europa.

Misschien is het aandeel eigen woningbezit wel klein. Want mensen met een eigen woning onderhouden deze beter dan huurders. Of misschien hechten Denen in zijn algemeenheid wel minder aan de  materiële staat van hun objecten? Dat zou goed kunnen, mij viel namelijk ook op dat veel wegen slecht onderhouden zijn. Maar dat zou ook zo maar kunnen samenhangen met een mogelijk slechte financiële positie van gemeenten. Wie zal het zeggen?

Ik sta voor een raadsel. Wat zou de oorzaak kunnen zijn?

Paul Strijp, 12 juni 2024

Groeten uit Denemarken (8): Heimwee naar de Nederlandse horeca

 


café-restaurant op een Deens Waddeneiland

De Denen vieren het leven binnenshuis. En niet buiten. Dus niet in de publieke ruimte. Na drie weken door Denemarken te hebben gereisd, is dat mijn conclusie.

Denen zoeken de gezelligheid en intimiteit in eigen kring. Ze hebben daar zelfs een speciaal woord voor, hygge. Ik ben daar nooit getuige van geweest en heb daar dus ook geen gevoel bij. Maar ze zullen het vast goed hebben met elkaar, want ze worden er erg gelukkig van.

Daar staat tegenover dat de openbare ruimte niet bepaald gezellig is. Vooral niet in het uitgestrekte landelijk gebied, dus buiten de steden. In Zuid-Jutland bijvoorbeeld. Ruim opgezet, maar in de dorpen en stadjes voel, zie of hoor je vrijwel geen stedelijk of sociaal weefsel. Hier en daar een voorziening zoals een supermarkt. Maar buurthuizen, café's, restaurants of terrassen heb ik niet of nauwelijks gezien. Effect op mij: ik ontwaar weinig samenhang en ervaar evenveel warmte.

En Kopenhagen dan? Daar heb je toch Nyhaven? Is dat dan geen gezelligheid? Mwahh, het is maar net wat je zoekt. Nyhaven valt in de categorie: heel veel terrassen bij, naast en dus dicht op elkaar. Een beetje zoals bij ons het Leidseplein. Voor het overige is Kopenhagen zeker niet ongezellig. Zij het dat je voor die gezelligheid voor een groot deel aangewezen bent op ijssalons en terrassen van hotels. Toch net even van een andere orde dan een bruin café.


Nyhavn, Kopenhagen

Tot mijn eigen verbazing, ik had dat dus niet verwacht, verlang ik naar het Nederlands café, terras of restaurant.

Misschien zijn het wel communicerende vaten. Hoe gezelliger mensen het binnen met elkaar hebben, hoe minder sfeervol het buiten is.

Paul Strijp, 12 juni 2024

Groeten uit Denemarken (7): Verrassende verkiezingsuitslag in een land dat geen merkbare frustratie kent over haar verleden


Een ruk naar rechts. Zo kan de uitslag van de verkiezingen voor het Europees parlement worden samengevat. Het politieke landschap is niet overhoop gegooid, daarvoor heeft het politieke midden te veel stand gehouden. Maar de trend naar een versterking van radicaal-rechts heeft zich zeker voortgezet.


De Denen stemmen anders

Zo niet in Scandinavië. En zeker niet in Denemarken. Daar waait zelfs een linkse Europese wind. De Socialistische Volkspartij is met 17,4% van de stemmen de grootste geworden. En heeft daarmee haar  sociaal-democratische broeders en zusters het nakijken gegeven. De linkervleugel in Denemarken is dus springlevend. Hoe kan dat?

Welnu, in die vleugel hebben de sociaal-democraten de afgelopen jaren radicaal-rechts de wind uit de zeilen genomen. Door in een coalitie met de liberalen een streng asiel- en migratiebeleid te voeren. Dat is dus kennelijk niet voldoende geweest om de nog linksere socialisten van het lijf te houden. Maar wel voldoende om een serieus radicaal-rechts of zelfs antiliberaal sentiment waarbij vrijheden worden beknot of het rechtssysteem wordt uitgehold, buiten de deur te houden.


Perceptie van het verleden

Dat is ook vanuit historisch perspectief best opmerkelijk. Waarom? Uit een vergelijkende studie van Casper Thomas bleek dat de wijze waarop machtshebbers het verleden van hun land definiëren, vaak bepalend is voor het ontstaan van zo'n antiliberaal gevoel of orde. Zie bijvoorbeeld wat er in Hongarije en India is gebeurd.

Als machtshebbers het gevoel hebben dat hun land in het verleden door anderen is vernederd en overheerst èn ze weten dit gevoel aan de bevolking over te dragen, dan is het hek vaak van de dam. Zo'n gevoel kan honderden jaren teruggaan in de geschiedenis. Dat gevoel, als dat al ooit heeft bestaan, heeft in Denemarken geen bepalende rol gespeeld.


Zweden en Noorwegen pikten de Denen niet langer

Terwijl de Denen in het verleden toch ook rake klappen hebben gehad. In 1397 werd de Unie van Kalmar gesloten. Daarbij werden Zweden, Noorwegen en Denemarken inclusief Groenland en IJsland,  samengevoegd tot één enkele monarchie. De Deense monarchie welteverstaan, de Denen waren de baas.

Deze unie hield stand tot 1523 toen Zweden uiteen viel. Dat jaar vormde ook het begin van een lange rivaliteit tussen Denemarken en Zweden om de controle over de Oostzee. Uiteindelijk trok Denemarken aan het kortste eind. Vervolgens ontworstelde Noorwegen zich in de negentiende eeuw aan de macht van de Denen, IJsland in de twintigste.


Geen frustratie

Wat restte voor de Denen was een klein kerngebied, het Denemarken zoals we dat nu kennen. Een piepklein gebied, even groot als Nederland. Kennelijk hebben de Denen en hun leiders dit verlies altijd genomen. En heeft dit nooit voor een frustratie gezorgd die de basis legde voor een radicaal-rechtse of antiliberale orde.


Paul Strijp, 12 juni 2024

Bron: De Deense geschiedenis in een notendop




dinsdag 11 juni 2024

Rob van Essen is een magisch realist geworden

 

Het oeuvre van Rob van Essen is inmiddels behoorlijk indrukwekkend. Zelf las ik, zo'n zeven jaar geleden, zijn boek Kind van de verzorgingsstaat. Twee jaar later was ik bij een alleraardigste bijeenkomst ter gelegenheid van de Libris Literatuurprijs die Van Essen gewonnen had. Met het boek De goede zoon. Hij maakte toen een buitengewoon ontspannen indruk. Laat hem die prijs nu dit jaar wéér gewonnen hebben!



winnende boek Van Essen bij Libris Literatuurprijs 2024


Ik kom hier nog op terug is een roman waarin het draait om de vraag: kun je terug naar het verleden om een toen gemaakte fout, iets waarvan je nu spijt hebt, te herstellen? Kun je ontsnappen aan de last van het verleden?

Hieronder géén boekbespreking. Wel een globale vergelijking van zijn boek over de verzorgingsstaat met Ik kom hier nog op terug. Wat zijn de constanten, wat zijn de nieuwe elementen bij Van Essen?


Van Essen maakt zijn belofte waar

Analyse, ironie, zelfkritiek en nostalgie. Deze elementen trof ik aan in Kind van de verzorgingsstaat. Met een knipoog naar de titel van zijn nieuwste boek zou je kunnen zeggen: Van Essen maakt zijn belofte waar. Op maar liefst drie van die vier elementen komt hij in dat nieuwe boek
 terug.

Alléén de analyse, die vooral de mechanismen achter de verzorgingsstaat beschreef, laat hij nu goeddeels achterwege. Daarvoor is een moeilijk te doorgronden mix van fictie en non-fictie in de plaats gekomen. Wat is waar, wat is niet waar? Daar krijgt de lezer geen scherp antwoord op, dat zal hij zelf moeten dichten.

Eerst maar eens de elementen die in zijn nieuwste boek terugkeren: ironie, zelfkritiek en nostalgie. Te beginnen met die eerste twee. Van Essen schroomt niet om zichzelf met een mix van ironie en zelfkritiek tot object van milde spot te maken.


Over nietsdoen, studentenhuizen en herinneringen
'Na mijn studietijd was ik lange tijd werkloos geweest. Het was me best goed afgegaan, nietsdoen, maar om het de rest van mijn leven vol te houden, dat was iets anders. Het gelukkigst was ik geweest wanneer er het minst van me verwacht werd en ik me kon overgeven aan mijn eigen gedachten.' (pagina 73)
De nostalgie laat zich in zijn nieuwste boek evenmin onbetuigd.
'Ik kreeg het idee dat ik rechtstreeks naar de jaren tachtig belde, dat her en der op de gang van een studentenhuis een telefoon overging waarnaast een teller hing, en een kladblok, en een potlood-aan-een-touwtje waarmee de bewoners het aantal tikken dat ze verbruikt hadden moesten noteren; nooit klopte dat aantal met de afrekening. (...) De gemeenschappelijke keuken, met een afwas van weken en boze briefjes op de koelkast over verdwenen bier. (...) De opgemaakte bedden met schoon, in het weekend door moeders gewassen beddengoed. De ongewassen ramen.' (pagina 80)

Soms manifesteert de nostalgie zich zelfs heel expliciet.

'Nostalgie is een killer, jongen. Ik heb er veel last van gehad, zeker toen ik jonger was. Verlangen naar iets wat nooit was, daar komt het op neer, naar iets wat in je herinnering is vervormd, ontdaan van nare en vervelende gevoelens.' (pagina 122)

Die herinneringen, daar had Van Essen in zijn Kind van de verzorgingsstaat ook al iets mee. Hij omschreef die als een vreemd goedje. 'De herinnering is een ui die door de jaren heen steeds weer van nieuwe rokken wordt voorzien, terwijl het binnenste wegrot en verdwijnt.'


Over geleende tijd en een passant die jezelf bent  

'....we lenen van de tijd, zou je kunnen zeggen en zo creëren we een gebied waarin je je gang kan gaan, met behoud van identiteit en herinneringen.' (pagina 171)

'Op de brug waarop ik sta is het rustig. Een paar fietsers, geen jongens op scooters (...) Maar daar komt iemand aanlopen die ik zelf ben; die ik zelf was. Daar kom ik aan. Van links, ik loop de brug op. En dit is ongelooflijk, ik zit niet in mezelf. Ik zit wel in mezelf. In de versie die ik nu ben, de latere versie van hem, bij wie ik nu niet vanbinnen zit.' (pagina's 186 - 187)

'Dat groepje studenten dat zojuist langs me liep in de onderdoorgang - kan het zijn dat die me zo verontrustten omdat ik me ook in dat groepje bevond? Heb ik weer mezelf langs zien lopen, deze keer als student? Als het 1987 is ben ik eerstejaars filosofie.' (pagina's 250 - 251) 

De tijdmachine in een paar citaten uitgelegd. Citaten waaruit direct blijkt dat Van Essen de analyse, één van de vier elementen in zijn boek over de verzorgingsstaat, naar de achtergrond laat verdwijnen. Analyse speelt geen rol van betekenis meer. De eenheid van de realiteit, het bovennatuurlijke en de verbeelding des te meer.


Magisch realist

Daarmee heeft Van Essen zich definitief in de traditie van het magisch realisme geplaatst. Een stroming in de literatuur die deze eenheid centraal stelt. En daarmee treedt hij in de voetsporen van Simon Vestdijk en Hubert Lampo.


Paul Strijp, 11 juni 2024




vrijdag 7 juni 2024

Groeten uit Denemarken (6): Tropisch eiland in Scandinavië





Een anomalie, een Fremdkörper. Zo voelt dit eiland. Iets wat eigenlijk niet past. Behorend tot een land dat overwegend plat is. Terwijl je hier wordt overvallen door een gevoel van overweldiging. Door hoge rotsen van kalksteen. Hoe kan het dat deze zich juist hier hebben gevormd?

In de verte zie je een veerboot op de Oostzee varen. Maar dat is het dan ook wel, verder helemaal niets. Behalve dan een paar vogels, als je goed kijkt hoog bij de rotsen. Unesco Werelderfgoed, natuurlijk. En het lijdt geen twijfel dat hier opnamen worden gemaakt voor reclames van tropische producten. De zee is goddelijk. Roerloos, kalkblauw.

Voor de duidelijkheid, we hebben het hier over een eiland in Denemarken. Het eiland Mon, om precies te zijn.











Paul Strijp, 7 juni 2024

Groeten uit Denemarken (5): Hoe een topmuseum haar belofte waarmaakt


Het samenspel tussen architectuur, natuur en kunst. Daar zou het in dit museum om moeten gaan. In het Louisiana Museum of Modern Art, ongeveer 35 kilometer ten noorden van Kopenhagen gelegen. Altijd moeilijk om je daar een voorstelling van te maken, van zo'n belofte van een samenspel.

Maar wandelend door de beeldentuin, kijkend naar de kunstwerken van Miró, Moore en anderen, de gure wind trotserend, genietend van de bewegingen van de mobielen van Calder die spelen met die wind, je verbeeldend hoe het moet zijn om hier in luie stoelen op het gazon te liggen als de zon schijnt en diezelfde mobielen roerloos zijn, een expositieruimte die een springplank tentoonstelt die boven de zee uittorent.

Tja, dan krijg je toch wel enig gevoel voor dat samenspel.











Paul Strijp, 7 juni 2024

Groeten uit Denemarken (4): Ook standbeelden van industriëlen en bankiers in het centrum van Amsterdam?

 



Pontificaal, in het centrum van Kopenhagen. Zo staat zijn standbeeld er. Met die hoed gaan je gedachten naar Churchill. Maar waarom zou die in Denemarken geëerd worden? Een iets preciezere observatie leert dat hij daar in de verste verte ook niet op lijkt. Maar wie dan? Ene Tietgen. Tietgen? Never heard of him.

Carl Frederik Tietgen (1829 - 1901). Deens financier en industrieel. Speelde een belangrijke rol in de industrialisatie van zijn land. Door de oprichting van bedrijven die vandaag de dag nog steeds floreren. Zoals de bierbrouwerij Tuborg. Ook heeft Tietgen veel voor het Deense bankwezen betekend.

En toen vroeg ik me af: goh, doen wij dat in Nederland nu ook? Dat wij bankiers en industriëlen een standbeeld gunnen in onze hoofdstad? Gerard Philips, de man die in 1891 het wereldberoemde en naar hem genoemde gloeilampenconcern oprichtte, heeft inmiddels een standbeeld in de wijk Strijp-T in Eindhoven. Freddy Heineken moet het doen met een wassen beeld in Madame Tussauds. En de oprichters van ABN Amro, Rob Hazelhoff en Roeland Nelissen, moeten het voor zover bekend, zonder doen.

Een beeld in de publieke ruimte in het centrum van de hoofdstad van het land? Dat is in de loop van de jaren best de nodige beroemdheden gegeven. Een selectie. Rembrandt, Thorbecke, Hooft, Vondel, Berlage, Bredero, koningin Wilhelmina, Theo Thijssen, Anne Frank, Multatuli, Carmiggelt, Johny Jordaan, tante Leen, Spinoza, Eberhard van der Laan, André Hazes. Kort en goed, vooral mensen met verdiensten voor de schilder- en bouwkunst, de literatuur, het levenslied, de filosofie en het openbaar bestuur. Maar niemand zoals de Deen Tietgen met een substantiële betekenis voor het bedrijfsleven.

Hoe zit dat? Moeten wij in Nederland onze grote industriëlen en bankiers meer in de openbaarheid eren?

Paul Strijp, 7 juni 2024