Translate

zondag 13 augustus 2017

Ze


In de openbare ruimte maken ze op steeds meer momenten foto's van je die later tegen je kunnen worden gebruikt.

Ze koppelen tegenwoordig steeds meer data aan elkaar waaruit ze een profiel van en voorspellingen over jou afleiden.

Ga er als burger maar van uit dat de informatie die ze over jou hebben fout en gemanipuleerd is.

Als ze jou als burger ooit een keer verkeerd in de systemen zetten, kom je er nooit meer uit. Dat kan dramatische gevolgen hebben zoals wel is gebleken met de zelfmoord van de Russische activist en asielzoeker Alexander Dolmatov.

Ze maken telkens weer een nieuwe inbreuk op de privacy-voorwaarden die horen bij het gebruik van een website.

Ze maken ook veel geheime afspraken tussen overheden en inlichtingendiensten.

Ze eisen ook dat digitale spionnen worden toegelaten die jouw bezoek aan advertenties volgen

Vroeg of laat hacken ze ook jouw gegevens een keer, ga daar maar gerust van uit.


Een aantal lessen en wetenswaardigheden die de auteurs van Je hebt wel iets te verbergen (Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis) onlangs meegaven tijdens een presentatie over hun boek. Duidelijk werd dat "ze"  de grote boosdoener zijn. Maar wie is "ze" ? "Ze" lijkt een grote, anonieme macht die niet aanspreekbaar of controleerbaar is. En die grote delen van de mensheid opzadelt met angst voor de gevaren van onze moderne informatiemaatschappij.

Maar "ze" moet toch gewoon bestaan uit mensen van vlees en bloed die 's ochtends naar hun werk gaan en 's avonds ook wel eens chagrijnig thuiskomen?

Wie zijn "ze" en waar kunnen we hen spreken?

Paul Strijp, 13 augustus 2017

Onze oosterburen, progressief en ongezond


Een jaar geleden las ik het boek Na de oorlog van Tony Judt. Een geschiedschrijving over het naoorlogse Europa. Eén van de zaken die mij het meest trof was de opmerking van Judt dat Duitsland zich onbetwistbaar heeft ontwikkeld tot het centrum van Europa. Zo zie je maar hoe een land kan transformeren, zeker als je bedenkt welke puinhoop Duitsland in alle opzichten vlak na de oorlog was.

Deze zomervakantie zijn wij bij onze oosterburen op bezoek. Als het om die centrumpositie gaat vielen mij vooral de energie-initiatieven op. Hele landschappen die al bedekt zijn met zonnepanelen. Zo ver zijn wij in Nederland nog lang niet. Duitsland toont zich in dit opzicht dus progressief.

Maar het interessants zijn natuurlijk de ongerijmdheden, de ambivalenties. Zaken waarvan je zegt: hé, hoe kan dat nou? In Beieren was dat bijvoorbeeld het overgewicht. Alle vooroordelen kloppen: ook oma's en tantes zitten hier rond het middaguur aan de grote pullen bier en de worsten zijn er gemiddeld drie keer groter dan bij ons. En het moet dan ook gezegd: je ziet weinig strakke lijven in de Lederhose.




Dit bleek geen op zichzelf staande waarneming. Buiten Beieren, om precies te zijn in Thüringen, troffen we op straat verkoopapparaten voor sigaretten. In ons land inmiddels ondenkbaar. Hier allerminst, je kunt zelfs met een pinpas betalen.

Wat maakt het dat onze oosterburen energie wèl en gezondheid niet belangrijk vinden?

Paul Strijp, 13 augustus 2017


vrijdag 11 augustus 2017

Geruststellende mededeling voor jonge ouders



Wat was dat sleuren vroeger. Met de kinderen een middagje naar een museum of naar een natuurgebied. Neen, dat wilden de lieverdjes niet. Dat baarde ons natuurlijk grote zorgen, want: hoe moest dat dan met hun algemene ontwikkeling? Je kon op zondagen toch niet alleen naar speelparadijzen gaan?

En nu, bijna twee decennia later. Met twee kinderen op Texel. Plots roept één van beiden, met een verrekijker om de nek: "Pap en mam, snel! Er zitten hier interessante vogels. Kom ook kijken!". Verwonderd keken we elkaar aan. We waren net zo ontspannen aan het wandelen, moest dat nu echt, vogels kijken?

Het komt uiteindelijk altijd goed met die opvoeding.

Paul Strijp, 11 augustus 2017


Nooit meer boekenbonnen


Dat zag er toch maar mooi strak uit. Boekenkasten op- en uitgeruimd. Zeven kratten met boeken die geen waarde meer vertegenwoordigen weggebracht. Boeken waaraan geen herinneringen kleven en boeken waarvan ik zeker weet dat ik die de rest van mijn leven niet zal lezen. Pulp zogezegd.

Wat overbleef waren de boeken met herinneringen en de nog te lezen klassiekers. De man zonder eigenschappen van Robert Musil bijvoorbeeld. Of het Proces van Franz Kafka. En vele andere natuurlijk. Boeken van soms meer dan duizend pagina's. En hoewel de kast strak uitzag, realiseerde ik me dat ik al die boeken dit leven in elk geval nooit meer uitgelezen krijg. In een volgend leven wellicht, maar in dit aardse bestaan niet meer. Zelfs als ik nu met pensioen zou gaan en alleen maar zou lezen, red ik het niet. Te lage leessnelheid. Bovendien merk ik met het ouder worden dat ik ook veel plezier beleef aan het herlezen en herkauwen van boeken.

Een lichte onrust maakt zich van mij meester. Musil of Kafka, dat soort keuzen zal ik moeten gaan maken. Het is ons nu eenmaal niet gegeven om de wijsheden van alle groten der aarde tot ons te nemen. Het zij zo.

Hoe dan ook, als cadeautje voortaan in elk geval maar geen boekenbonnen meer vragen.

Paul Strijp, 11 augustus 2017

Ik ben Sport in Beeld


Mijn vader had het er altijd over en dan moesten we lachen. Sport in Beeld. "Neen pap", riepen we dan, "Studio Sport!! Sport in Beeld bestaat al lang niet meer". "Oh ja", verontschuldigde hij zich om een volgende zondag weer onverstoorbaar te vragen of we samen Sport in Beeld zouden kijken. Dat was het Studio Sport in zijn vroegere jaren.

Acht uur 's avonds. Moment voor jezelf. Journaal. Sinds mensenheugenis kijk ik dat in mijn eentje. De kinderen halen hun nieuwsinformatie uit allerlei bronnen behalve het Journaal. Een tijdje terug zag ik een grafiek met de leeftijdsverdeling van de journaalkijkers. Conclusie: het journaal is iets voor oudere mensen, dat trekt nauwelijks nog kijkers onder de vijftig jaar.

Het journaal is het nieuwe Sport in Beeld. Als ik mijn kinderen iets vertel wat ik in het journaal heb gehoord, spookt door mijn hoofd: "Man, je bent nu Sport in Beeld".

Paul Strijp, 11 augustus 2017






woensdag 9 augustus 2017

Wat is er toch met de Nuts gebeurd?


Waar de gedachte zo plots vandaan kwam, weet ik nog steeds niet. Maar ineens was hij er, ogenschijnlijk uit het niets. Op een atletiekbaan in Utrecht. Voordat ik het in de gaten had liet ik mij ontvallen: "Bestaat de Nuts eigenlijk nog wel?". Mijn omstanders keken mij licht verward aan. Wat zegt hij nou? De Nuts? Ja, de Nuts. Al in geen jaren meer gezien of gegeten. Maar de verwarring kreeg geen tijd om te rijpen, want een vriendin van onze dochter riep met een zekere triomf: "Ja hoor, net nog eentje gekocht".

Ooit in mijn loopbaan hield ik mij bezig met merken. Een goed merk roept iets in de hersenen van de consument op wat doorslaggevend is op het moment dat hij zijn keuze in het koopproces moet maken. Zoals McDonalds dat doet. Als de gele M, waar ook ter wereld, boven alles en iedereen uit torent in het landschap en de kinderen op de achterbank beginnen te krijsen, weten de ouders dat zij de strijd verloren hebben. Tegen het merk McDonalds is geen kruid gewassen.

In mijn jeugd was dat met de Nuts ook zo. Nuts riep iets in onze hersenen op waardoor we, eenmaal in het snoepwinkeltje beland, altijd kozen voor de kleur geel en de bijbehorende associatie van noten. Dat is niet meer zo. Nuts heeft haar positie in mijn brein verloren maar bestaat kennelijk nog wel.

Wat is er toch met de Nuts gebeurd?

Paul Strijp, 9 augustus 2017

dinsdag 1 augustus 2017

Er moeten meer Akkermannen komen


De aanleiding om er onlangs weer eens te komen was een beetje knullig. Vulpen verloren. Gewoon kwijt, weg. Nergens meer te vinden. Maar op zo'n knullig vergrijp volgt beslist geen straf. Integendeel, een bezoek aan de pennenwinkel Akkermans in de Haagse Passage is een godsgeschenk. 

Een rijzig heerschap treedt je deftig en met respect tegemoet. Beetje type Piet-Hein Donner, de voormalig minister. Man in stijlvol pak, de laatste telg uit een geslacht dat kennelijk altijd in de vulpennerij heeft gezeten.  Beleefd informeert hij naar je voorkeur. Om je vervolgens met een aantal vulpennen te laten schrijven. En om dan de goede vragen te stellen. Hoe ligt hij in de hand? Hoe vloeit de inkt? Wat prefereert u, zwarte of blauwe inkt?

Waar kom je zo'n winkel nog tegen? Waar hoor je tegenwoordig nog de vraag hoe de inkt vloeit? Tegenwoordig hoor je bij elk vraagstuk als oplossing: download de app. Om die vervolgens te gebruiken voor een eindeloze hoeveelheid smilies en likes. Ambachtelijk schrijven met de vulpen bestaat niet meer. Daarmee gaat beschaving verloren.

Er moeten meer Akkermannen komen.


Paul Strijp, 1 augustus 2017