Translate

maandag 20 februari 2017

Leve de zorg in Nederland!



Je realiseert je het pas als je weer thuis bent. Als de medische ervaringen van die dag aan je voorbij flitsen. 's Ochtends naar de huisarts. Die je vriendelijk en snel behandelt, je klachten niet helemaal vertrouwt en je doorverwijst. Diezelfde dag kun je nog ergens terecht!

De jongen aan de receptie van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) stelt je op je gemak, maakt een grapje en verricht snel een aantal administratieve handelingen. Naast de juffrouw die het bloedonderzoek verricht loopt een klokje mee. Ik lees ergens het woord "transactietijd". Kennelijk moet ze dat onderzoek binnen een zekere tijd uitvoeren, bij mij redt ze het binnen drie minuten. Die hele machine loopt gesmeerd, over vriendelijkheid heb ik evenmin te klagen. Bij het röntgenonderzoek stond ik binnen vijf minuten weer aangekleed en wel buiten.

Ondertussen kijk je om je heen in dat OLVG. Wat een mensenmassa loopt daar rond. Het beweegt zich allemaal soepel, doelgericht en ontspannen.

Er wordt veel geklaagd over de zorg in ons land. Na een dagje als vandaag prijs ik mij zo ontzettend gelukkig dat ik in Nederland woon.


Paul Strijp, 21 februari 2017

zondag 5 februari 2017

Identiteit kwijt naast Ed



Zij had niet zo maar voor hem gekozen. Neen, zij was voor hem gevallen vanwege zijn avontuurlijke karakter. Niet zeggen dat je graag samen een wereldreis zou willen maken, maar dat gewoon doen. Naar Zuid-Afrika, naar Japan, naar vele andere landen. En dat terwijl ze samen geen cent te makken hadden. Hij verloor zich ondertussen aan zijn passie, fotograferen.



Never a dull moment met Ed. Zo veel wordt wel duidelijk bij een bezoek aan de tentoonstelling De Verliefde Camera in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Gewijd aan het werk van Ed van der Elsken. Met daarin overigens ook onvervalste foto's van het Amsterdam van de jaren zestig en zeventig.




Maar hoe spannend dat avontuurlijke bestaan met Ed ook was, plots was het over en uit voor haar. Gerda van der Veen sprak vrijuit. "Ik verloor mijn identiteit naast Ed. Hij was altijd The Important One met de grote O. Ik besloot bij hem weg te gaan". Na ampel beraad, dat dan weer wel.



Leven met een groot kunstenaar is kennelijk als leven in de schaduw van een grote eik. Daar valt geen licht, daar kun je niet groeien.


Paul Strijp, 5 februari 2017

(bronnen: foto's genomen tijdens tentoonstelling De Verliefde Camera, Stedelijk Museum Amsterdam)

woensdag 25 januari 2017

Ervaringen met een vluchteling (5): over brieven van instanties




Daar stond ik dan. Op bezoek bij een Syrische vluchteling met zijn twee kinderen. Klassieke vluchtgeschiedenis: barre tocht door de woestijn en vervolgens met een bootje de Middellandse Zee over. Zeven maanden later al in het bezit van een verblijfsvergunning. In onze termen een èchte vluchteling: een man die bij terugkeer naar zijn land van herkomst te vrezen heeft voor zijn leven.


Hulpeloos liet hij mij weer een brief van een Nederlandse instantie zien. Wat moest hij daarmee? Een brief van de gemeente deze keer. Ik ging er eens goed voor zitten, want zoveel wist ik inmiddels wel: brieven van instanties houden niet altijd rekening met het taalniveau van vluchtelingen. Sterker, zelfs voor Nederlanders zijn die brieven soms een opgave.


De redenering van de gemeente liep als volgt. U heeft een bijstandsuitkering. Ja, dat klopte en ja dat begreep onze vluchteling. Die krijgt u natuurlijk niet zo maar, daar moet u wel wat voor doen! Check, begrepen. U moet de Nederlandse taal beheersen en als u dat niet doet, nou, dan moet u uw best doen om die taal snel te spreken. Wazige blik van onze Syrische vriend, maar ik legde hem uit dat dit alleszins redelijk was. Welnu, we hebben eens in uw dossier gekeken en vastgesteld dat u geen enkel door ons erkend diploma bezit. De spanning in de huiskamer liep op. Het werd stil, ik moest zelf ook even slikken. Het zou toch niet zo zijn dat hij zijn uitkering zou verliezen. Ik kon zijn ongerustheid dus niet wegnemen. U moet aan de bak en een examen afleggen. Ok, met de voorbereiding daarvan was de beste man al lang bezig.


De sleutelvraag is natuurlijk: en wat gebeurt er als mijnheer dat examen niet behaalt? Heeft dat consequenties voor zijn uitkering? Die vraag werd nergens beantwoord. Maar zie daar. Ergens verstopt in de brief stond een essentieel zinnetje. "Alleen als blijkt dat u niet bereid bent om moeite te doen voor het leren van de taal, kan op termijn de uitkering verlaagd of zelfs beëindigd worden". Hoe en wanneer de gemeente gaat toetsen of mijnheer zijn best doet? Geen woord daarover.


Met dezelfde hulpeloosheid keek hij me weer aan. "Mijn zoon weet dat ik mijn best doe".


Paul Strijp, 25 januari 2017











zondag 20 november 2016

Schaapherder als nieuw perspectief voor vijftigers


Vijftigers en hun werk. Steeds vaker een moeizame combinatie, zo valt me op. Vijftigers voelen de adem van de jongeren in hun nek, de wereld gaat steeds sneller en ze moeten nog zo lang. Tot zevenenzestig en drie maanden tegenwoordig. En hoe ouder we worden, hoe hoger die AOW-leeftijd komt te liggen. Een zware last voor velen. Wie het zich financieel kan permitteren stapt er eerder uit.

Hoe anders moet dat liggen voor onze schaapherders? De hele dag buiten, met een paar honderd schapen en wat honden op stap. Wel hard werken, geen misverstand, het zal best een baantje met stress zijn. Je moet die schapen toch maar bij elkaar weten te houden. Maar geen moordende deadlines voor de afhandeling van je mails, geen vreselijke informatiesystemen, geen onhebbelijke collega's. Niks van dat alles. Je moet alleen bestand zijn tegen de eenzaamheid en de onvoorspelbaarheid van de krachten van de natuur. Niet zeuren bij een beetje wind of regen, alleen bij vorst blijven de schapen op stal.

Schaapherder, er blijkt een opleiding voor te bestaan. De vraag is groter dan het aanbod. Veel vijftigers, zo voorspel ik, zullen de komende jaren de weg naar die opleiding weten te vinden.


Paul Strijp, 20 november 2016

woensdag 26 oktober 2016

Koffie voor de trein van 07.57 uur



Je voelt de spanning. Ook bij de andere klanten in de Kiosk op station Amsterdam Centraal. Ik ben niet de enige. Er zijn er meer die het proberen.

Om 07.49 uur arriveer ik op perron 12, van daaruit is het nog een minuut of vier lopen naar de Kiosk. De intercity vertrekt om 07.57 uur. Moet lukken om nog een kopje koffie te bestellen. Bij binnenkomst staan er nog twee, drie klanten voor me. Te wachten op koffie. Die loopt tergend langzaam door het apparaat. Licht nerveus kijkt iedereen om zich heen. Hoe lang gaat dit nog duren? Achter de toonbank staan twee verkoopsters, van wie eentje de croissants op haar gemak gaat afbakken. Shit, voel je iedereen denken, waarom gaat die geen koffie verkopen?

Niemand zegt er iets van. De tijd tikt net zo langzaam als de koffie doorloopt. Maar de tijd tikt wel. De een kijkt op zijn horloge hoe lang hij nog heeft, de ander loopt naar het perron om de 
stationsklok  te raadplegen. 

Uiteindelijk ben ik ruim op tijd in de trein. Een halve minuut voor vertrek. Dat voelt goed, heerlijke koffie bij de hand. De prijs die je daarvoor betaalt is een licht verhoogde hartslag en bloeddruk. Ik heb het er graag voor over, volgende keer weer.

Sterker, die spanning in de Kiosk is nog lekkerder dan de koffie.


Paul Strijp, 26 oktober 2016

dinsdag 25 oktober 2016

Toren zonder ziel



We fietsen er al jarenlang overheen. Over de ringdijk die de oostelijke kant van Amsterdam moet beschermen tegen een overstroming. Heel geleidelijk hebben we gezien hoe het nabij gelegen Science Center is uitgegroeid tot een bloeiend deel van Amsterdam. Met veel studentenflats, universiteitsgebouwen, sportvoorzieningen zoals een beach volleybalveld en horeca. Een fascinerend deel van de stad, het nieuwe zwaartepunt van de Universiteit van Amsterdam, een technologisch knooppunt.








En toen plots stond er een toren bij. Een toren die zich qua hoogte niet hoeft te schamen. Een metertje of vijftig, schat ik. Maar wel een vreemde toren. Geen ramen, wel liften. Van een buurjongen met verstand van zaken begreep ik dat in soort torens onze filmpjes van Youtube en onze gegevens van Facebook zijn opgeslagen.


Ik moet denken aan de Franse filosoof Bruno Latour. Die heeft er ooit op gewezen dat ons gedrag niet alleen bepaald wordt door andere mensen, maar minstens zo sterk door objecten. Zoals huizen en gebouwen. Objecten zijn actief, oefenen invloed uit op mensen. Dat ervaar ik ook, die toren heeft een overweldigende impact.


Hoeveel van dit soort torens zonder ziel gaan er de komende jaren nog verschijnen als je bedenkt dat het datagebruik in 2020 een factor duizend hoger zal liggen dan nu?




Paul Strijp, 25 oktober 2016






donderdag 20 oktober 2016

Reünie


De sfeer was weemoedig. Allemaal veertig jaar ouder. En die avond allemaal in het volle besef dat het leven eindig is. Een volgende reünie weer veertig jaar later zou maar voor een deel van de aanwezigen weggelegd zijn. Vanuit dat besef namen we aan het einde, om half drie 's nachts, afscheid van elkaar: "Wij zien elkaar nooit meer, een prettig leven verder toegewenst".

We vierden dat we ooit leerlingen waren van het Stedelijk Lyceum in Maastricht. Met muziek uit de jaren tachtig. The Talking Heads, Simple Minds. En met een wat lager tempo tijdens het dansen, minder uitgelaten vooral. Uitgelaten ben je als het leven nog voor je ligt, als je van dat leven nog verwachtingen koestert. Dat deden deze mensen niet meer. De meesten zagen er nog opmerkelijk fit uit, een enkeling kaal geworden. Hey, heeft Hadewych Minis ook op onze school gezeten?

Het meisje op wie we vroeger allemaal verliefd waren, herkende ik niet meer. Bij het horen van haar naam overviel me wel een gevoel van geluk en warmte, maar dat zou ook door de alcohol gekomen kunnen zijn. Terwijl we ons beiden bewust waren van het pijnlijke moment, stamelde ik: "Jij was vroeger een legende". Die opmerking moet vast een merkwaardige indruk hebben gemaakt. Eigenlijk weet ik zelf ook niet waarom ik dat zei. Op die leeftijd kun je immers nog geen legende zijn. Ik droop af alsof er niets gebeurd was met de uitstraling alsof je op die leeftijd wel degelijk een legende kunt zijn.

Soms is het leven oneerlijk. Zoals bij die leerlinge die van haar ouders niet mocht studeren. Geen geld. En dat in een tijd, begin jaren tachtig, dat de democratisering van het onderwijs toch al een heel eind gevorderd was. En studiebeurzen, zelfs renteloos, voor iedereen toegankelijk waren. Keuzes van ouders met ingrijpende gevolgen voor het leven van hun kinderen. Je voelt de pijn als ze vertelt dat ze tegenwoordig zonder werk thuis zit.

Het leven is hard voor de één, wat milder voor de ander. Maar de boodschap die het leven ons die avond in elk geval gaf, was: ik schrijd voort, ik wacht niet.

Paul Strijp, 20 oktober 2016