Translate

zondag 20 november 2016

Schaapherder als nieuw perspectief voor vijftigers


Vijftigers en hun werk. Steeds vaker een moeizame combinatie, zo valt me op. Vijftigers voelen de adem van de jongeren in hun nek, de wereld gaat steeds sneller en ze moeten nog zo lang. Tot zevenenzestig en drie maanden tegenwoordig. En hoe ouder we worden, hoe hoger die AOW-leeftijd komt te liggen. Een zware last voor velen. Wie het zich financieel kan permitteren stapt er eerder uit.

Hoe anders moet dat liggen voor onze schaapherders? De hele dag buiten, met een paar honderd schapen en wat honden op stap. Wel hard werken, geen misverstand, het zal best een baantje met stress zijn. Je moet die schapen toch maar bij elkaar weten te houden. Maar geen moordende deadlines voor de afhandeling van je mails, geen vreselijke informatiesystemen, geen onhebbelijke collega's. Niks van dat alles. Je moet alleen bestand zijn tegen de eenzaamheid en de onvoorspelbaarheid van de krachten van de natuur. Niet zeuren bij een beetje wind of regen, alleen bij vorst blijven de schapen op stal.

Schaapherder, er blijkt een opleiding voor te bestaan. De vraag is groter dan het aanbod. Veel vijftigers, zo voorspel ik, zullen de komende jaren de weg naar die opleiding weten te vinden.


Paul Strijp, 20 november 2016

woensdag 26 oktober 2016

Koffie voor de trein van 07.57 uur



Je voelt de spanning. Ook bij de andere klanten in de Kiosk op station Amsterdam Centraal. Ik ben niet de enige. Er zijn er meer die het proberen.

Om 07.49 uur arriveer ik op perron 12, van daaruit is het nog een minuut of vier lopen naar de Kiosk. De intercity vertrekt om 07.57 uur. Moet lukken om nog een kopje koffie te bestellen. Bij binnenkomst staan er nog twee, drie klanten voor me. Te wachten op koffie. Die loopt tergend langzaam door het apparaat. Licht nerveus kijkt iedereen om zich heen. Hoe lang gaat dit nog duren? Achter de toonbank staan twee verkoopsters, van wie eentje de croissants op haar gemak gaat afbakken. Shit, voel je iedereen denken, waarom gaat die geen koffie verkopen?

Niemand zegt er iets van. De tijd tikt net zo langzaam als de koffie doorloopt. Maar de tijd tikt wel. De een kijkt op zijn horloge hoe lang hij nog heeft, de ander loopt naar het perron om de 
stationsklok  te raadplegen. 

Uiteindelijk ben ik ruim op tijd in de trein. Een halve minuut voor vertrek. Dat voelt goed, heerlijke koffie bij de hand. De prijs die je daarvoor betaalt is een licht verhoogde hartslag en bloeddruk. Ik heb het er graag voor over, volgende keer weer.

Sterker, die spanning in de Kiosk is nog lekkerder dan de koffie.


Paul Strijp, 26 oktober 2016

dinsdag 25 oktober 2016

Toren zonder ziel



We fietsen er al jarenlang overheen. Over de ringdijk die de oostelijke kant van Amsterdam moet beschermen tegen een overstroming. Heel geleidelijk hebben we gezien hoe het nabij gelegen Science Center is uitgegroeid tot een bloeiend deel van Amsterdam. Met veel studentenflats, universiteitsgebouwen, sportvoorzieningen zoals een beach volleybalveld en horeca. Een fascinerend deel van de stad, het nieuwe zwaartepunt van de Universiteit van Amsterdam, een technologisch knooppunt.








En toen plots stond er een toren bij. Een toren die zich qua hoogte niet hoeft te schamen. Een metertje of vijftig, schat ik. Maar wel een vreemde toren. Geen ramen, wel liften. Van een buurjongen met verstand van zaken begreep ik dat in soort torens onze filmpjes van Youtube en onze gegevens van Facebook zijn opgeslagen.


Ik moet denken aan de Franse filosoof Bruno Latour. Die heeft er ooit op gewezen dat ons gedrag niet alleen bepaald wordt door andere mensen, maar minstens zo sterk door objecten. Zoals huizen en gebouwen. Objecten zijn actief, oefenen invloed uit op mensen. Dat ervaar ik ook, die toren heeft een overweldigende impact.


Hoeveel van dit soort torens zonder ziel gaan er de komende jaren nog verschijnen als je bedenkt dat het datagebruik in 2020 een factor duizend hoger zal liggen dan nu?




Paul Strijp, 25 oktober 2016






donderdag 20 oktober 2016

Reünie


De sfeer was weemoedig. Allemaal veertig jaar ouder. En die avond allemaal in het volle besef dat het leven eindig is. Een volgende reünie weer veertig jaar later zou maar voor een deel van de aanwezigen weggelegd zijn. Vanuit dat besef namen we aan het einde, om half drie 's nachts, afscheid van elkaar: "Wij zien elkaar nooit meer, een prettig leven verder toegewenst".

We vierden dat we ooit leerlingen waren van het Stedelijk Lyceum in Maastricht. Met muziek uit de jaren tachtig. The Talking Heads, Simple Minds. En met een wat lager tempo tijdens het dansen, minder uitgelaten vooral. Uitgelaten ben je als het leven nog voor je ligt, als je van dat leven nog verwachtingen koestert. Dat deden deze mensen niet meer. De meesten zagen er nog opmerkelijk fit uit, een enkeling kaal geworden. Hey, heeft Hadewych Minis ook op onze school gezeten?

Het meisje op wie we vroeger allemaal verliefd waren, herkende ik niet meer. Bij het horen van haar naam overviel me wel een gevoel van geluk en warmte, maar dat zou ook door de alcohol gekomen kunnen zijn. Terwijl we ons beiden bewust waren van het pijnlijke moment, stamelde ik: "Jij was vroeger een legende". Die opmerking moet vast een merkwaardige indruk hebben gemaakt. Eigenlijk weet ik zelf ook niet waarom ik dat zei. Op die leeftijd kun je immers nog geen legende zijn. Ik droop af alsof er niets gebeurd was met de uitstraling alsof je op die leeftijd wel degelijk een legende kunt zijn.

Soms is het leven oneerlijk. Zoals bij die leerlinge die van haar ouders niet mocht studeren. Geen geld. En dat in een tijd, begin jaren tachtig, dat de democratisering van het onderwijs toch al een heel eind gevorderd was. En studiebeurzen, zelfs renteloos, voor iedereen toegankelijk waren. Keuzes van ouders met ingrijpende gevolgen voor het leven van hun kinderen. Je voelt de pijn als ze vertelt dat ze tegenwoordig zonder werk thuis zit.

Het leven is hard voor de één, wat milder voor de ander. Maar de boodschap die het leven ons die avond in elk geval gaf, was: ik schrijd voort, ik wacht niet.

Paul Strijp, 20 oktober 2016

vrijdag 19 augustus 2016

Tycho en de verdampende heimwee



"Tycho, verdomme, lig niet zo te klieren".


De wachttijden voor de boot naar Den Helder waren niet eens zo heel lang. Toch liep de spanning in sommige auto's prettig op. In gezinsauto's voornamelijk. Naast ons twee volwassenen en drie kinderen. Een prachtig doorsnee-gezin. Van die kinderen hield Tycho de gemoederen flink bezig. Wij konden terugkijken op een geslaagde vakantie, maar worstelden ook nog altijd met wat dubbele gevoelens. Heerlijk een vakantie zonder kinderen. Maar enige heimwee naar vroeger was ons toch ook niet vreemd.

"Tycho, verdomme, als je nu niet ophoudt. Ik waarschuw je nog een keer".

Wij keken elkaar aan en zagen dat het goed was. De heimwee was snel verdampt.


Paul Strijp, 19 augustus 2016

woensdag 17 augustus 2016

Doortellen of opnieuw beginnen?



Mijn vrouw en ik komen er niet uit. De zaak zit muurvast. U zult zich vast afvragen: wat is er aan de hand? Welnu, het gaat om de telling bij het dobbelen.


Gedurende onze vakantie spelen wij elke dag wel een paar potjes. Zo ook de afgelopen weken in Italië. De uitslagen worden nauwgezet bijgehouden en al snel ontwikkelt zich iets wat op een competitie-op-het-scherpst-van-de-snede lijkt. Die competitie meende ik aan het einde van onze vakantie glorieus te hebben afgesloten. 29 - 28 in mijn voordeel, kon geen misverstand over bestaan. Voor de potjes die wij vervolgens thuis nog zouden spelen, wilde ik een geheel nieuwe competitie starten. Dat lijkt mij heel reëel, toch? Maar mijn vrouw wil die potjes optellen bij de stand van Italië, waardoor het nu plots 31 - 29 in haar voordeel is. Dat laat ik natuurlijk niet zo maar gebeuren, dat begrijpt u ook wel.

We staan op het punt om een mediator in te schakelen, maar ik houd sterk rekening met de mogelijkheid dat hier uiteindelijk een rechter het finale oordeel over zal moeten uitspreken.

Soms gaan de dingen nu eenmaal zo.


Paul Strijp, 17 augustus 2016

zaterdag 6 augustus 2016

Diligence aan de Copacabana



"Wat is dat?", vroegen mijn kinderen. "Een telegram? Nooit van gehoord". Ze moesten er zelfs wel een beetje om lachen. We keken naar een uitzending van Umberto Tan die premier Mark Rutte op bezoek had. Tan zat met zijn gevolg vorstelijk langs het Braziliaanse strand van de Copacabana. Rutte beweerde dat hij een prachtige baan had. "Ik mag alle winnaars van een gouden medaille op de Olympische Spelen bellen, de koning stuurt een telegram".


Koning Willem-Alexander moderniseerde, zo las ik ooit, zijn hofhouding na de troonopvolging. Hij investeerde flink in informatietechnologie, iets waar zijn moeder nooit zo veel aandacht voor had. En dan stuurde hij nu een telegram? Geen app of een like op Facebook?

Ik vind het wel mooi zo, een koning moet geen appjes sturen. Hopelijk wordt dat telegram, net als in de tijd van zijn over-, overgrootmoeder koningin Emma met de diligence aan de Copacabana afgeleverd.


Paul Strijp, 6 augustus 2016