Translate

zondag 14 januari 2018

Grenzen aan de glimlach van Coolblue



Zondagochtend, half elf. Ons wijkje ontwaakt, heel voorzichtig. Hier en daar laat een baas zijn hond uit, een enkele wielrenner trotseert de winterse kou, achter de meeste gevels wordt genoten van een gezamenlijk ontbijtje. Dan plots. De rust wordt wreed verstoord, i
n de verte dient zich onverbiddelijk de 24 uur-economie aan. Alsof het een doordeweekse dag betreft draait een bestelbus de wijk in. Een routinematige handeling, zo oogt het. Maar ik herhaal: het is zondagochtend, half elf. Zelfs Albert Heijn en Jumbo, toch de reuzen in deze economie, wagen zich niet aan deze fratsen. Die openen hun deuren op zijn vroegst anderhalf uur later. Even routineus worden de elektrische apparaten uit de bus getild en, alles voor een glimlach, bij de klanten bezorgd. Deze kijken tevreden toe, gehuld in ochtendjas.

De concurrenten van Coolblue kunnen natuurlijk niet achterblijven. Binnen een jaar is bezorging aan huis op de vroege zondagochtend business as usual. Waarna Coolblue diezelfde concurrenten weer een stap vóór wil zijn en midden in de nacht bezorgt. Uw wasmachine om half vier 's nachts geïnstalleerd? Dat is geen enkel probleem, dat doet Coolblue voor diezelfde glimlach. Zo verovert de 24 uur-economie geleidelijk en onomkeerbaar verder terrein.

Zijn er grenzen aan de glimlach?



Paul Strijp, 14 januari 2018

zondag 7 januari 2018

Postuum: een Nobelprijsje voor Eise Eisinga



Zijn wetenschappelijk werd deed hij er even bij. In de avonduren, vanuit de huiskamer waar hij met vrouw Pietje en kinderen leefde. Overdag had hij wel andere dingen aan zijn hoofd, hij moest de kost verdienen als wolkammer. Dat belette hem niet om reeds op zijn zestiende een lijvig wiskundeboek te voltooien. Een genie zogezegd.

Naast zijn fascinatie voor de wiskunde en het heelal had hij als wetenschapper een missie. Hij wilde de zogeheten liefhebbers van de waarheid, lieden die allerhande onzin uitkraamden en daarmee velen de stuipen op het lijf joegen, ontmaskeren. Hij wilde de mensen dus geruststellen. Heus, het einde der tijden was niet nabij omdat de aarde in de zon terecht zou komen. Zijn missie luidde dus: ontmythologiseren. Daartoe bootste hij in zijn huiskamer het heelal na. Kijk eens, hoe alle planeten met hun manen in keurige vaste banen om de zon cirkelen. Er gaat helemaal niets mis. Nog steeds te zien in het naar hem genoemde Planetarium Eise Eisinga in Franeker.




De Nobelprijs is ingesteld in het jaar 1901. Eisinga was toen al ruim zeventig jaar dood. Zijn planetarium is klein en bescheiden. Hij zal er zelf waarschijnlijk niet om gemaald hebben, maar de man verdient meer.

Zou het Comité voor de uitreiking van de Nobelprijzen zich niet eens achter de oren kunnen krabben? Een mooi, klein doch waardig postuum prijsje?


Paul Strijp, 7 januari 2018

(bron: foto genomen in Planetarium Eise Eisinga, Franeker)

De metamorfose van een kleinkunstenaar: Herman van Veen is team



Meer dan vijftig jaar vormde hij een onafscheidelijk duo met de in 2014 overleden pianist Erik van der Wurff. Waar een ander op zoek zou gaan naar een opvolger, toonde Herman van Veen tijdens zijn optredens in Carré in november en december een ware metamorfose. Hij trad niet op met een nieuwe pianist maar met een orkest. Daarin was Van Veen de primus inter pares. Hij had de leiding maar droeg deze soms moeiteloos over aan een andere muzikant. Om die te laten schitteren. Op die momenten nam hij zelf genoegen met een rol op de achtergrond als drummer, gitarist of violist.

Gelukkig liet hij zo af en toe de klassieke tijden met Van der Wurff ook nog herleven. Met klassieke nummers zoals Anne. Met verhalen zoals dat over het optreden van een oom in een Utrechtse theaterzaal die gevuld was met tachtig mensen uit de buurt. En met dans die verraadde dat deze 72-jarige nog niets van zijn lenigheid verloren heeft.

Ooit werd Erica Terpstra, voormalig topsportster, kamerlid en staatssecretaris, door iemand omschreven met de woorden: Erica is team.


Wat voor Erica geldt, geldt ook voor Herman.


Paul Strijp, 7 januari 2018

donderdag 23 november 2017

Herboren Danny Blind kan weer lachen



Er zat een andere man. In het collectieve geheugen van de voetbalnatie, cynisch geworden na de uitschakeling voor het WK Voetbal 2018, stond hij toch gegrift als een grijze, gespannen en chagrijnige vent. Wanhopig en onmachtig gebarend vanuit de dugout. In persoon ook nog eens hoogstverantwoordelijk voor die uitschakeling. Ook dat nog. Kortom: een man van wie we voorlopig niets meer zouden horen.


Maar daar zat hij toch maar. Afgelopen woensdag in de Linnaeus Boekhandel in Amsterdam. Samen met David Endt, beiden geïnterviewd door Jaap Visser. Tien jaar jonger leek het wel, herboren. Ontspannen, humoristisch, met zelfspot over zijn periode als bondscoach, bescheiden. Zelfkritisch ook, bijvoorbeeld waar het ging om zijn eigen rol als aanvoerder bij Ajax rondom het ontslag van toenmalig trainer Morten Olsen. Had hij destijds niet meer zijn rol moeten pakken en het voor Olsen moeten opnemen?

Voor het overige werd hij bewierookt door David Endt. Danny was de onbetwiste capitano, zowel op het veld als in de kleedkamer. Om die uitspraak kracht bij te zetten citeerde hij uit de speech die Blind hield bij het vertrek van Michael Laudrup. Blind kon zich zijn eigen woorden niet meer herinneren maar was zichtbaar geëmotioneerd toen Endt ze nog eens voordroeg.

Gelukkig kwamen ook zijn verdiensten als voetballer vol over het voetlicht. En dat was nodig want de laatste herinnering blijft altijd hangen. De ongelukkige herinnering aan Danny als bondscoach. Maar wat was hij een groot voetballer. Een strateeg pur sang die ook nog eens de nodige doelpuntjes meepikte. En passant liet hij optekenen niet uit te sluiten ooit nog eens trainer te worden in het buitenland.

Waarom wordt u geen bondscoach van Ajax?, vroeg een klein jongetje vanuit het publiek. Neen, zoveel zelfkennis had Danny nu ook wel weer, bondscoach dat moest hij maar niet meer worden.

Bevrijd uit die functie is hij ook gewoon een veel leukere man.


Paul Strijp, 23 november 2017

zaterdag 18 november 2017

Vooroordelen afgeschud: kickboksen is sportiever dan voetbal



Met de nodige vooroordelen trok ik naar Aalsmeer. Een vechtsportgala, een avondje kickboksen. Het zou er vast keihard, gemeen en smerig aan toe gaan. Met een doldriest publiek, de stoelen zouden door de lucht vliegen.



De entree zorgde voor een eerste bevestiging van deze vooroordelen. Het publiek werd gefouilleerd zoals dat op Schiphol gebeurt. De eerste gevechten zorgden voor een tweede bevestiging. Verstijfd van de angst zag ik deze aan. Het ging er inderdaad keihard aan toe, boksen en trappen tegelijk.


Maar gaandeweg de avond ontspande ik. Langzaam werd mij duidelijk dat de wedstrijden streng gereglementeerd zijn. Met scheidsrechters die de gave van de balans beheersen. Direct ingrijpen zodra dat nodig is zonder een wedstrijd kapot te fluiten. En wat belangrijker is: de sporters accepteren de scheidsrechterlijke beslissingen, er klinken niet of nauwelijks protesten. Dat geldt ook voor het publiek. Dat gedraagt zich gewoon keurig. Vergelijk dat eens met een gemiddelde voetbalwedstrijd bij de jeugd. Daar wordt de scheidsrechter stijf gescholden door ouders langs de lijn, daar wordt een wedstrijd gemiddeld om de minuut afgefloten vanwege een overtreding.


Kom uit je bubbel. Bezoek werelden die niet de jouwe zijn. Dat is de enige manier om vooroordelen af te schudden.

Paul Strijp, 18 november 2017


dinsdag 24 oktober 2017

Buenos Aires en het electorale alcoholverbod



Je waant je in Europa. In Madrid, Barcelona of Parijs. Maar je moet jezelf er voortdurend aan herinneren dat je aan de andere kant van de wereld bent, in Zuid-Amerika. Buenos Aires om precies te zijn. Een stad met veel Italiaanse, Spaanse en Franse invloeden. Een smeltkroes zogezegd. Maar ook een stad waar je gelukkig de typisch Argentijnse elementen aantreft. Een keuken die vrijwel geheel en uitsluitend georiënteerd is op rundvlees, de tango die op de hoek van de straat wordt gedanst. En voor het overige een stad met alle bijbehorende tegenstellingen tussen rijk en arm. Zoals in elke grote metropool. Een herontwikkeld havengebied dat aan de overvloed van Dubai doet denken versus de wijk Boca waar alles om voetbal draait.



En dan is er nog iets. De stad oogt opvallend ontspannen. Grote parken waar mensen een dutje doen in de zon en waar uitlaatdiensten waken over honden in groepen van tien. Wat een verschil met veel West-Europese hoofdsteden die op dit moment door een politieovermacht worden bewaakt tegen terroristische dreigingen. Die zie je hier niet. Behalve op de dag van de nationale verkiezingen. Dan voel je nervositeit. Niet voor de dreiging van buiten, maar voor die van binnen. Argentinië is economisch en politiek nog steeds kwetsbaar. Een recente verdwijning van een Argentijn wiens lichaam later in een rivier is gevonden, Santiago Maldonado, heeft de open zenuw van deze samenleving blootgelegd. Die zenuw heet: de herinneringen aan de verdwijningen tijdens het regime van dictator Videla tussen 1976 en 1983.


Op de dag van de verkiezingen worden protestleuzen tegen de verdwijning van Santiago nerveus weggesausd van de muren van grote openbare gebouwen. Die worden door de politie bewaakt, met dranghekken die je in Europa ziet om terroristen het inrijden op een menigte te belemmeren. En de nervositeit tijdens de dag van de 
verkiezingen blijkt uit een alcoholverbod in restaurants. De kiezer wordt geacht nuchter zijn stem uit te brengen, de staat helpt daar graag een handje bij.


Ziet u dat laatste in Nederland gebeuren?


Paul Strijp, 24 oktober 2017



Argentijnse training in geduld



Op buslijn 152 moest hij wel meer dan een half uur wachten. In het centrum van Buenos Aires. Maar hij zag de mooie kant er wel van in. 'Hier in Argentinië leer ik om mezelf te trainen in geduld'. Dat zou hem, eenmaal terug in Nederland, natuurlijk goed van pas komen. Geen onnodige stress, genieten van het leven. Zoals het Argentijnse leven wel in meer opzichten het goede leven bleek te zijn.

Zijn weekend in Amsterdam begon doorgaans op de donderdagavond, hier een dag eerder. Met daarbij de kanttekening dat de dinsdag vrij was van colleges of andere studieverplichtingen. In het centrum van de Argentijnse hoofdstad ontmoette hij regelmatig studiegenoten, allerhartelijkst, alsof hij er al jaren woonde. Hij zat er welgeteld drie maanden.

Deze Zuid-Amerikaanse stage zal niet veel aan zijn intellectuele bagage hebben toegevoegd, de levenservaring was er des te waardevoller. Maar bovenal, voor zover hij dat nog niet kon heeft hij er leren feesten.


Paul Strijp, 24 oktober 2017